Wanneer heeft u voor het laatst de melkmachine laten controleren? En heeft u wel eens een natte meting laten doen? Beide van groot belang als u bedenkt dat uw koeien minimaal 2x daags en bij robotbedrijven zelfs tot 4x daags worden gemolken. Fouten in de afstelling kunnen voor problemen zorgen met de uiergezondheid. Gelukkig zijn er handige tips om een goed functioneren van uw melkmachine te garanderen.
De melkmachine in relatie tot mastitis
Hoewel de melktechniek en overige management maatregelen de grootste invloed hebben op de uiergezondheid op uw bedrijf is een goed functionerende melkmachine wel degelijk van belang. Verkeerde afstellingen in de melkmachine kunnen zorgen voor uiergezondheidsproblemen. Onderzoek laat zien dat 6-20% van de nieuwe uierontstekingen veroorzaakt kan worden door fouten in de melkmachine. Denkt u maar eens aan een te hoog vacuüm met schrale spenen tot gevolg, of onvoldoende afvoer van de melk waardoor speenwassen optreedt. Directe effecten zijn bijvoorbeeld het verspreiden van bacteriën tijdens het melken, of speenwassen. Indirecte effecten zijn een te hoog vacuüm, blindmelken of alle andere oorzaken die effect hebben op het slotgat of de uierhuid.
Het slotgat is het enige mechanisme van de koe om bacteriën uit de omgeving te weren uit het uier. Met dippen helpt u dit mechanisme overigens een handje. Wanneer het slotgat echter rafelig is kan de natuurlijke afsluiting niet meer goed functioneren en kunnen omgevingskiemen gemakkelijker het uier infecteren. Daarnaast koloniseren bacteriën als Stafylococcus aureus en Streptococcus dysgalactiae erg graag een schraal slotgat en zorgen zo voor mastitis.
Waar kunt u zelf op letten?
De afstelling van het vacuüm is van groot belang, een te hoog vacuüm zorgt voor een slechte speenconditie, een te laag vacuüm voor onvolledig uitmelken. Eén van de belangrijkste onderdelen van uw melkmachine met invloed op het vacuüm is de vacuümregulator. Om het vacuüm op het juiste niveau te houden moet de regulator regelmatig worden nagekeken, schoon gemaakt en onderhouden. De pulsator zorgt voor massage van de spenen door het vacuüm af te wisselen met de rustfase. Wanneer er echter scheurtjes zitten in de pulsatorslangen of vuil onder de kleppen of de luchtinlaten kan de pulsator niet zijn werk doen. Regelmatige en kritische controle van de slangen van en naar de melkklauwen zijn uiteraard ook van belang.
Neem tijdens het melken ook eens de tijd om de spenen kritisch te bekijken. Bij een goed functionerende melkmachine horen de spenen na het melken droog te zijn. Daarnaast mag de speenhuid niet verkleurd zijn of gezwollen. De speenpunten zelf moeten niet schraal zijn. Bij het droogzetten heeft u een mooi extra controle moment om hier naar te kijken. U kunt hiervoor onderstaande afbeelding gebruiken. Niet meer dan 10% van uw koeien mag een afwijkende speen hebben.

Tepelvoeringen, hoe vaak vervangt u ze?
Wanneer heeft u voor het laatst uitgerekend hoe vaak u de tepelvoeringen moet vervangen? En als de robot aangeeft dat ze aan vervanging toe zijn, gebeurt dat dan ook? Rubberen tepelvoeringen moet in de regel na 2500 melkingen vervangen worden. Bij een melkput van 2×6 en 100 koeien is dat elke 150 dagen. Silicone voeringen moeten afhankelijk van het merk na 6.000-10.000 melkingen worden vervangen.
Ook al zijn net voor vervanging geen scheurtjes met het blote oog zichtbaar, ze zitten er wel. En deze micro scheurtjes zijn een broedplaats voor bacteriën. Daarnaast wordt rubber of silicone minder flexibel bij ouder worden, dit zorgt ervoor dat de koeien slechter leeg melken en er meer melk achter blijft. Het niet op tijd vervangen van de tepelvoeringen kost dus juist geld!
Natte meting
In tegenstelling tot de jaarlijkse “droge” meting tijdens het onderhoud wordt tijdens een “natte” meting de melktechniek beoordeeld tijdens het melken. Naast meten van het vacuüm en beoordelen van de zuig- en rustfase worden ook de voorbehandeltijd en de speenconditie bekeken. Dit geeft een uitgebreidere maar vooral ook realistischer weergave omdat alles beoordeeld wordt op het juiste moment, onder melktijd. Het regelmatig laten uitvoeren van een natte meting is dan ook erg zinvol.
Waarom is dippen ook alweer belangrijk? Lees hier meer erover: “Aan dippen valt niet te tippen”.





