Melkveehouders hadden financieel een goed jaar in 2025. De gemiddelde liquiditeitspositie verdubbelde naar 132.000 euro, zo blijkt uit transactiedata van ABN AMRO van meer dan 1.000 gespecialiseerde melkveebedrijven. De vreugde is van korte duur, want landelijk overaanbod op de zuivelmarkt doet de melkprijs dalen tot onder het break even-punt.
Met tegenvallende inkomsten, een hoge belastingafdracht en stijgende mestafzetkosten in het vizier dienen opgebouwde reserves in 2026 direct ingezet te worden.
2025 in cijfers
Melkveehouders hadden een uitstekend jaar in 2025: de gemiddelde liquiditeitspositie verdubbelde in omvang van 57.000 euro naar 132.000 euro. De liquiditeit, het bedrag dat op de rekening courant staat, is een belangrijke graadmeter om te bepalen of een melkveehouder op korte termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen. Liquiditeit is iets anders dan het inkomen van de boer. Wageningen University & Research (WUR) raamt het gemiddelde inkomen van de melkveehouder in 2025 op 120.000 euro voor gangbare bedrijven en 90.000 euro voor biologische bedrijven. Dit is fors hoger dan het 5-jarige gemiddelde van respectievelijk 67.000 en 50.000 euro. Ondanks het goede resultaat over 2025 is de zuivelmarkt in mineur.

Zuivelverwerkers betalen melkveehouders een prijs voor de rauwe melk die ze vervolgens verwerken tot verschillende zuivelproducten zoals kaas, boter, room, wei en melkpoeder. Elke eindmarkt heeft zijn eigen mondiale prijsdynamiek, maar ze zijn sterk met elkaar verweven. Door hoge zuivelprijzen in 2024 is de mondiale melkproductie in 2025 flink opgeschroefd. Veehouders doen dit door vee langer aan te houden en/of extra krachtvoer te geven, wat gezien de relatief lage prijzen voor veevoer een aantrekkelijk optie was. In sommige regio’s ontstond hierdoor een overschot. Doordat de dollar in het tweede kwartaal van 2025 flink aan waarde verloor werd het voor Amerikaanse zuivelverwerkers aantrekkelijk om hun overschot aan zuivel zoals boter naar Europa te exporteren. Het extra aanbod zorgde in juli voor een forse daling van de boterprijs.
Verschuiving Europese melkproductie
Ook in Europa nam de melkproductie over heel 2025 toe. Daar komt bij dat de lactatie, de periode waarin koeien melk geven, gedeeltelijk is verschoven van het voorjaar richting het najaar. Dit is een gevolg van het blauwtongvirus die rondwaarde onder Europese runderen in de winter van 2024-2025. Melkkoeien werden hierdoor later vruchtbaar dan gebruikelijk. In oktober 2025 lag de Europese en Nederlandse melkproductie respectievelijk 5,3 en 7,7 procent boven het 5-jarige gemiddelde van die maand, wat op dit moment resulteert in overcapaciteit aan zuivelproducten.

Vertraagd doorwerking
Op de middellange termijn zorgt de krimpende veestapel voor een kleinere melkplas in Noordwest-Europa. Zuivelverwerkers worden daardoor geconfronteerd met overcapaciteit: de verwerkingscapaciteit is groter dan het toekomstige aanbod aan melk. Ze zijn daardoor bereid de boer aan zich te binden en tijdelijke een hogere prijs te betalen. De dalende trend op diverse zuivelmarkten is daardoor vertraagd doorvertaald naar de Nederlandse boer. Sinds november duikt de melkprijs zelfs onder de gemiddelde kritieke melkprijs, de prijs die nodig is om kosten en minimale levensonderhoud van de boer moet dekken. In 2025 ligt dit gemiddeld rond de 47 cent per liter. De variatie tussen bedrijven is overigens groot.

Bron: ABN AMRO



