De nieuwe basisbedragen voor de SDE++ 2026 zorgen voor een duidelijke verbetering van de businesscase voor monomestvergisting op melkveebedrijven. Door de hogere vergoedingen wordt investeren in een kleinschalige vergister voor een bredere groep bedrijven financieel haalbaar. Dat stelt Biolectric, leverancier van kleinschalige monomestvergisters.
Volgens Biolectric kan een installatie vanaf 70 tot 80 melkkoeien al rendabel zijn, mits er voldoende verse mest beschikbaar is en de geproduceerde warmte goed wordt benut. Daarmee verschuift de businesscase bij veel bedrijven van ‘twijfelachtig’ naar ‘realistisch’.
Hogere en stabielere kasstroom
De verhoogde SDE++-basisbedragen betekenen concreet een hogere en stabielere opbrengst per geproduceerde kWh elektriciteit of groen gas. Dat zorgt volgens Biolectric voor meer voorspelbare inkomsten, betere financierbaarheid, een kortere terugverdientijd en versterking van de liquiditeitspositie.
Praktijkvoorbeeld: bedrijf met 120 melkkoeien
Bij een bedrijf met 120 melkkoeien, directe aanvoer van verse mest en combinatie met een stikstofstripper ontstaat volgens de leverancier een sterke businesscase.
Kerngetallen:
- ± 3.500 ton mest per jaar
- ± 150.000 kWh netto elektriciteitsproductie (WKK)
- Structurele SDE++-inkomsten
- Besparing op eigen elektriciteitsverbruik
- Extra opbrengst via stikstofrecuperatie
In deze situatie zou een terugverdientijd van minder dan zes jaar haalbaar zijn. De combinatie van energieproductie en stikstofreductie maakt het concept niet alleen financieel aantrekkelijker, maar kan ook strategisch interessant zijn in het licht van toekomstig emissiebeleid.
Twee routes: WKK of groen gas
Monomestvergisting kan op melkveebedrijven op twee manieren energie opleveren.
1. WKK-installatie (warmtekrachtkoppeling)
Productie van elektriciteit en warmte voor eigen gebruik of netlevering. Vermogens variëren van 11 KW tot 74 kW.
2. Groen gas-installatie
Opwerking van biogas tot aardgaskwaliteit voor injectie in het gasnet 40 tot en met 130 kubieke meter groen gas per uur. Dit komt neer op 60 tot en met 200 kubieke meter biogas per uur.
Beide systemen zijn specifiek ontwikkeld voor melkveebedrijven maar kunnen ook bij andere veebedrijven geplaatst worden, met beperkte arbeidstijd en een eenvoudige integratie in bestaande stallen, stelt Biolectric.
Klimaat- en stikstofimpact
Naast financiële opbrengsten levert monomestvergisting ook milieuwinst op. Volgens de leverancier kan de reductie van broeikasgasemissies oplopen tot 82 procent. In combinatie met een stikstofstripper is daarnaast een aanzienlijke reductie van stikstofemissie mogelijk, waarbij afgevangen stikstof kan worden benut als meststof.
“Nu interessant moment”
De verbeterde SDE++-tarieven maken 2026 volgens Biolectric een interessant moment om in te stappen. “Vanaf 70 à 80 koeien, in combinatie met verse mest en warmtebenutting, is een positieve businesscase haalbaar. Vanaf 120 koeien wordt het financiële plaatje bijzonder sterk. Bedrijven combineren extra inkomsten uit energieproductie met een aanzienlijke emissiereductie en zetten tegelijk een belangrijke stap richting energie-onafhankelijkheid en beleidszekerheid.”
Wel geldt dat bedrijven tijdig moeten starten met vergunningaanvragen en voorbereidingstrajecten om in aanmerking te komen voor subsidie, zo waarschuwt Biolectric.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Biolectric




