Bij de eerste weidegang lopen kalveren risico op wormbesmettingen. Tegelijk kan een lichte besmetting met longwormen en maagdarmwormen juist bijdragen aan de opbouw van immuniteit. Daardoor neemt het risico op gezondheidsproblemen op latere leeftijd af. Dit vraagt om een gecontroleerde beweidingsstrategie.
Gecontroleerde blootstelling aan longworm
Volgens GD Diergezondheid is het risico op een infectie met longworm laag op percelen waar alleen jongvee lopen. Dit komt doordat vooral volwassen dragerdieren de besmetting in stand houden. Dit voorkomt hoestklachten bij jongvee, maar een nadeel hiervan is dat dieren weinig immuniteit opbouwen. Hierdoor lopen ze later, als vaars in het melkveekoppel, juist meer risico op klinische longworminfecties. Een lichte besmetting met longworm ondersteunt de ontwikkeling van weerstand bij jongvee. Een praktische manier om toch gecontroleerde blootstelling te realiseren, is jongvee kort achter de koeien aan na te weiden. Eventueel kun je dit combineren met een maaibeurt tussendoor.
Longworm herkennen
Bij hoestklachten tijdens de weidegang is longworm een waarschijnlijke oorzaak. Mestonderzoek kan de diagnose bevestigen en bij een positieve uitslag is behandeling aan te raden. Wel kan de test in een vroeg stadium negatief zijn, omdat er nog geen volwassen wormen aanwezig zijn. Ongeveer drie weken na de eerste infectie worden eieren in de mest aantoonbaar. Daarnaast kan bloedonderzoek enkele weken na het begin van de klachten extra duidelijkheid geven.
Beheersing van maagdarmwormen
Maagdarmwormen vormen een ander aandachtspunt, omdat larven op het land kunnen overwinteren. Daardoor kunnen dieren al vroeg in het seizoen besmet raken. Volgens GD Diergezondheid helpt regelmatig verweiden, minimaal elke drie weken, om de infectiedruk te beperken en een geleidelijke immuniteitsopbouw te ondersteunen. Daarnaast zijn er alternatieve strategieën. Zo kan later inscharen, bijvoorbeeld na 1 juni, de blootstelling verminderen omdat veel larven dan zijn afgestorven. Ook kan voorafgaand aan beweiding twee keer maaien bijdragen aan een lagere infectiedruk.
Monitoring blijft essentieel, omdat groei en mestonderzoek inzicht geven in het effect van het beweidingsschema. Wanneer blootstelling aan longworm onvoldoende is geweest, kan vaccinatie voorafgaand aan de weidegang worden overwogen. Volgens GD Diergezondheid blijft een weide-infectie alsnog nodig voor een goede immuniteitsopbouw.
Bron: GD Diergezondheid


