Zes Groningse akkerbouwers hebben binnen het project ‘Kringloopmest op maat’ ervaring opgedaan met digestaat als alternatief voor kunstmest. Het project richt zich op het sluiten van regionale nutriëntenkringlopen en het verminderen van het gebruik van kunstmest. De praktijkproeven laten zien dat digestaat op verschillende gewassen toepasbaar is. De bevindingen tot nu toe? Volgens de betrokken telers en projectpartners waren er nauwelijks verschillen zichtbaar tussen percelen met digestaat en controlepercelen wat betreft gewasontwikkeling en opbrengst.
Praktijkervaringen met digestaat
Binnen het project werd gewerkt met digestaatfracties waarvan de nutriëntensamenstelling vooraf bekend was. Deze producten ontstaan door mestverwerking via monomestvergisting en scheidingstechnieken. Daardoor kunnen akkerbouwers volgens de projectpartners gerichter sturen op bemesting. De toepassing sluit aan bij de ontwikkeling van Renure-producten, die onder voorwaarden als vervanger van kunstmest kunnen dienen.
De deelnemende akkerbouwers beschouwen digestaat volgens de projectresultaten als een homogeen product met een relatief stabiele samenstelling. Daarnaast zou het product goed uitrijdbaar zijn. Op meerdere bedrijven werd kunstmest gedeeltelijk of volledig vervangen door digestaat. Daarbij werden volgens de betrokken ondernemers geen duidelijke verschillen vastgesteld in gewasgroei of opbrengst.
Projectleider Minou Hegge benadrukt dat meerjarige onderzoeken nodig zijn om definitieve conclusies te trekken. Tegelijkertijd ziet zij waarde in de opgedane praktijkervaringen. “De ervaringen laten goed zien wat digestaat kan betekenen in de verschillende gewassen. Agrarische ondernemers kunnen ermee uit de voeten en gewassen reageren er prima op.”
Nauwelijks verschillen in opbrengst
De ervaringen verschilden per bedrijf en gewas. Akkerbouwer Thijs Jan Hoving uit Nieuwe Pekela gebruikte vier jaar lang digestaat op een proefperceel van acht hectare. Op deze grond werden onder meer suikerbieten, zetmeelaardappelen en zomergerst geteeld. Volgens Hoving biedt digestaat mogelijkheden om nauwkeuriger te bemesten. “Door de gehaltes in digestaat kun je meer sturen dan met gewone mest. Van digestaat weet je precies wat erin zit, daar kunnen ze bij de vergister op sturen.”
Tijdens de proef werd slechts één keer extra bemest op zowel het proefperceel als het controleperceel. Dat gebeurde nadat door hevige regen voedingsstoffen waren uitgespoeld. Verder was aanvullende bemesting niet nodig. Hoving geeft aan dat hij nauwelijks verschillen zag tussen beide percelen. Dat gold volgens hem zowel voor de opbrengst als voor de ontwikkeling van de gewassen.
“Digestaat is bijna kunstmest”
Het digestaat voor de proef werd geleverd door ondernemer Henk van Oosten, die mest van regionale veehouderijbedrijven verwerkt. Daarbij ontstaan een dunne en een dikke fractie met verschillende eigenschappen. Volgens Van Oosten bevat de dunne fractie stikstof die voor een groot deel beschikbaar is voor het gewas. “De gehalten zijn zeer betrouwbaar, omdat het zo’n homogeen product is. Het is bijna kunstmest.” De dikke fractie bevat juist meer organisch gebonden nutriënten en fosfaat.
Daarnaast werd binnen het project geëxperimenteerd met ammoniumsulfaat uit mestverwerking. Volgens Van Oosten is dit product momenteel nog niet toegestaan als kunstmest. Daardoor blijft de toepassing in de praktijk beperkt.
Regelgeving en weersomstandigheden
Ondanks de positieve ervaringen kwamen tijdens de praktijkproef ook knelpunten naar voren. Vooral regelgeving vormt volgens de projectdeelnemers een uitdaging. Stikstofproducten uit mestverwerking worden juridisch nog aangemerkt als dierlijke mest. Daardoor is volledige vervanging van kunstmest niet altijd mogelijk.
Daarnaast speelden weersomstandigheden een rol. Zo maakte het natte voorjaar van 2024 het lastig om digestaat op het gewenste moment toe te passen. Daardoor werd volgens de deelnemers duidelijk dat ook praktische omstandigheden invloed hebben op de inzet van digestaat binnen akkerbouwsystemen.
Bron: Groen Kennisnet




