De voedingswaarde van vers gras neemt in de zomer af. Daardoor moeten melkveehouders vaker sturen op rantsoensamenstelling en grasopname. In een nieuwe aflevering van de videoreeks Op het Scherpst van de Snede lichten melkveehouders Marjolein Feiken en Wim van Tilburg toe hoe zij hiermee omgaan. Daarnaast geeft weidecoach Ap van der Bas uitleg over seizoensinvloeden op de kwaliteit van vers gras en de mogelijkheden om met bijvoeding en graslandbeheer in te spelen op deze veranderingen.
Lagere voedingswaarde in de zomer
Volgens weidecoach Ap van der Bas laat onderzoek op basis van versgrasmonsters uit de periode 2020 tot en met 2022 een duidelijk seizoenspatroon zien. In de zomer liggen het VEM-gehalte en het suikergehalte relatief laag. Tegelijkertijd blijft het NDF-gehalte hoog, terwijl het ruw eiwitgehalte richting de herfst doorgaans toeneemt.
Daarom adviseert Van der Bas om tijdig rekening te houden met de lagere kwaliteit van zomergras. Volgens hem kan een passende inkuilstrategie daarbij helpen. Hij wijst op het belang van goed verteerbaar kuilvoer met een hoge VEM-waarde, zodat dit in de zomer naast vers gras kan worden ingezet. Daarbij noemt hij onder meer een aparte zomerkuil of balenvoer als mogelijke opties.
Bedrijfsaanpak gericht op vers gras
Feiken en Van Tilburg kiezen voor dag- en nachtbeweiding. Hun bedrijfsvoering is erop gericht om koeien zoveel mogelijk vers gras te laten opnemen. “Beweiding is voor ons het leukste wat er is. De koeien naar buiten is voor ons het mooiste. Daar genieten we heel erg van en hebben we ons bedrijfssysteem ook op gebaseerd”, zegt Van Tilburg.
Volgens Feiken blijft vers gras een belangrijk onderdeel van het rantsoen. “Het doel blijft vers gras erin, want dat geeft de hoogste kwaliteit.” Het bedrijf streeft naar een opname van 16 kilogram droge stof uit vers gras per koe per dag.
Tegelijkertijd houden de ondernemers rekening met de seizoensinvloeden. Zo laten zij koeien niet afkalven in augustus. Daardoor bestaat de veestapel in de zomer vooral uit oudmelkte dieren. Daarnaast accepteren zij een beperkte daling van de melkproductie. Wanneer de grasgroei afneemt, voeren zij naast perspulp, corngold en productiebrok ook snijrogge bij die eerder in het jaar is geoogst en opgeslagen.
Sturen op grasopname en rantsoen
Volgens Van der Bas vraagt het benutten van vers gras in de zomer om extra aandacht voor zowel graslandbeheer als rantsoensamenstelling. Hij noemt maatregelen zoals beregenen, beperkte kunstmestgiften, het gebruik van grasklaver, kruidenrijk grasland en graslandrotatie als mogelijkheden om de kwaliteit en opname van gras te ondersteunen.
Daarnaast benadrukt hij dat niet elke diergroep hetzelfde rantsoen nodig heeft. Volgens de adviseur kan zomergras, vanwege de structuurwaarde, ook goed passen in rantsoenen voor droogstaande koeien en jongvee. Daardoor kunnen andere percelen beschikbaar blijven voor beweiding of maaien.
Kwalitatieve bijvoeding blijft belangrijk
Ondanks de lagere voedingswaarde van zomergras blijft vers opgenomen gras volgens Van der Bas een waardevolle voerbron. “Het gras dat de koe vers kan opnemen is kwalitatief altijd beter dan de kuil die je maakt.” Daarom adviseert hij om in perioden met een lagere graskwaliteit aanvullend voer van goede kwaliteit beschikbaar te hebben, bijvoorbeeld in de vorm van kuilvoer uit een vroege snede.
Bron: Stichting Weidegang




