Met de toenemende druk op de mestmarkt is elke nieuwe afzetmogelijkheid welkom. In Emmen werkt STERCORE aan een fabriek waar waardevolle producten zoals bodemverbeteraar, groen gas en CO₂ moeten worden geproduceerd. De gevraagde grondstof: mest. Als alles goed gaat, worden eind 2027 de eerste vrachtwagens stapelbare mest bij STERCORE gelost.
In een bouwkeet op een bedrijventerrein in Emmen wijzen Richard Kusters en Hans Jansen op een grote afbeelding aan de wand. Daarop staat de fabriek die straks op het terrein buiten moet draaien. Jaarlijks moet daar 350.000 ton stapelbare mest en organische reststromen worden omgezet in hoogwaardige bemestingsproducten en groen gas. Na jaren voorbereiding komt de realisatie van het project dichterbij.
“We wachten nog op de definitieve bouwvergunning en dan kunnen we aan de slag. Eindelijk”, zegt Hans Jansen (links op de foto), samen met Richard Kusters (rechts) initiatiefnemer en oprichter van STERCORE. De milieuvergunning is al enige tijd onherroepelijk. Volgens de initiatiefnemers zijn er geen grote obstakels meer te verwachten. “We werken hier al jaren naartoe. Het moment komt voor ons dichtbij waarop alle inspanningen van de afgelopen jaren samenkomen.”
Voor veehouders vooral interessant als afzetroute
Voor melkveehouders is STERCORE in de eerste plaats interessant als mogelijke extra route voor mestafzet. Tegelijk benadrukken Jansen en Kusters dat verwerking van mest voor STERCORE niet het einddoel is. Het bedrijf ziet mest vooral als grondstof voor de productie van Bio-Based Carbon, een speciale biochar met bemestende waarde, en groen gas.
“Wij zien mest niet als afval, maar als waardevolle grondstof”, zegt Jansen. “Het draait uiteindelijk om de producten die we eruit maken.”
Bio-Based Carbon is een koolstofrijk product dat kan worden ingezet als bodemverbeteraar en organische meststof, onder meer in de tuinbouw, bollenteelt en vollegrondsgroenteteelt. Volgens Jansen en Kusters is er veel vraag naar dit soort producten. Bio-Based Carbon bevat koolstof in een stabiele vorm die volgens STERCORE goed aansluit bij de behoefte van de bodem.
“De aanvoer van koolstof op Nederlandse gronden is jarenlang onder de maat geweest”, zegt Jansen. “Terwijl koolstof en organische stof enorm belangrijk zijn voor de bodemstructuur, de biodiversiteit in de bodem en de ontwikkeling van de plant. Bio-Based Carbon bevat per ton veel meer stabiele koolstof dan bijvoorbeeld mest en compost. In de natuur kost het dertig tot vijftig jaar voordat organische stof is omgezet naar koolstof. De koolstof uit Bio-Based Carbon is direct beschikbaar voor bodem en plant.”
Een groot deel van de verwachte productie is volgens de initiatiefnemers al gecontracteerd of in beeld bij afnemers. STERCORE werkt daarbij onder meer samen met Agrifirm. Bijkomend voordeel van Bio-Based Carbon is dat het EU-gecertificeerd kan worden, waardoor het een eindeafval-/grondstofstatus verkrijgt. Het zou daarmee het eerste Nederlandse product uit mest zijn dat niet langer als dierlijke mest wordt aangemerkt.
Dikke fractie nodig
Voor melkveehouders zit een belangrijk praktisch punt in de aanvoer. STERCORE kan niet met dunne drijfmest werken. De mest moet stapelbaar zijn. Bij rundveemest betekent dit dat vooraf scheiding nodig is, zodat de dikke fractie kan worden aangevoerd.
De mestaanvoer wordt verzorgd door mestdistributeur Meilof uit Smilde. De grondstoffen komen naar verwachting uit een straal van ongeveer 60 tot 70 kilometer rond Emmen. Zoals Kusters en Jansen het nu inschatten, zal een belangrijk deel van de meststroom, veertig à vijftig procent, uit pluimveemest bestaan. Daarnaast is er ruimte voor varkens- en rundermest, eventueel aangevuld met andere organische reststromen.
Voor het productieproces is de samenstelling van de aanvoer belangrijk. De reactoren worden straks gevoed met een uitgekiend mengsel van mest en eventueel organische reststromen. “Je hebt een goede receptuur nodig om het proces stabiel te laten verlopen”, zegt Kusters.
De mest komt aan in trailers met een walking floor en wordt inpandig gelost. Mede door de industriële luchtzuivering wordt geurhinder voor de omgeving voorkomen. Ook wordt in de fabriek met onderdruk gewerkt om emissies uit te sluiten.

Van mest naar groen gas
De kern van het STERCORE-concept is pyrolyse. Daarbij wordt organisch materiaal onder zuurstofloze omstandigheden verhit. Uit dat proces ontstaan twee hoofdproducten: een koolstofrijk vast product en een energierijk gasmengsel, zogenoemd syngas.
De mest wordt eerst gedroogd tot een hoog drogestofpercentage. Daarna gaat het materiaal via een automatisch transportsysteem naar een van de acht pyrolysereactoren. Tijdens het droogproces wordt de minerale stikstof verwijderd, omdat die het pyrolyseproces kan verstoren. In de reactor wordt de gedroogde mest verhit en aan het einde van het proces komt het materiaal verkoold weer naar buiten.
Het syngas dat vrijkomt, wordt opgevangen en in een opwaarderingsinstallatie omgezet in groen gas. STERCORE verwacht jaarlijks circa 23 miljoen kubieke meter groen gas te kunnen produceren. Dat gas wordt ingevoed op het aardgasnet en is voldoende voor circa 23.000 huishoudens.
“Er is ontzettend veel belangstelling voor groen gas”, zegt Jansen. “Mede met het oog op de voorgenomen bijmengverplichting. Gerenommeerde energiepartijen azen erop. We hebben ons gas nu al verkocht.”
Bij de productie ontstaat ook CO₂. Daarvoor ziet STERCORE een toepassing in de glastuinbouw. “Het levert ons niet veel op, maar we willen niets uitstoten wat niet nodig is”, zegt Kusters.
Emissies onder controle houden
Hoewel mestverwerking volgens Jansen en Kusters niet het hoofddoel is, zien zij hun installatie ook als onderdeel van de oplossing voor het mestoverschot en voor emissievraagstukken.
Volgens STERCORE blijft de ammoniakemissie van de installatie beperkt tot jaarlijks 57 kilogram, wat gelijkstaat aan een stikstofdepositie van 0,02 mol per hectare op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Een industriële luchtwasinstallatie verwijdert ammoniak uit de proceslucht. Continue metingen met sensoren bewaken of de fabriek binnen de vergunde emissies blijft. “Wij vinden dat dit echte doelsturing is”, zegt Kusters. “Je meet voortdurend wat er gebeurt en kunt direct ingrijpen als processen afwijken.”
Naast de productie van Bio-Based Carbon en groen gas verwacht STERCORE jaarlijks circa 300.000 ton aan CO₂-equivalenten vast te leggen of te vermijden. De bijbehorende certificaten worden in de markt aangeboden.
Waarom Emmen?
Regelmatig krijgen Jansen en Kusters de vraag waarom juist Emmen als locatie is gekozen en niet een regio met een hogere veebezetting, zoals Brabant. Volgens Jansen is dat goed te verklaren.
“Kijk ten eerste naar de vergunningverlening. Die is hier al lastig, maar bijvoorbeeld in Brabant nog veel lastiger. Daarnaast zitten wij hier ook gewoon in een veedicht gebied. Aan de Nederlandse kant van de grens, maar ook net over de grens zitten veel dieren en dus veel mest. Wij zijn er zeker niet bang voor dat we straks onvoldoende grondstof krijgen.”
Voor melkveehouders in de regio kan de fabriek vooral interessant zijn wanneer zij beschikken over gescheiden mest of toegang hebben tot mestscheiding. De vraag is daarbij niet alleen of de mest technisch geschikt is, maar ook welke vergoeding of afzetkosten daar straks tegenover staan. Daarover zal in de praktijk meer duidelijkheid moeten ontstaan zodra de fabriek draait. De doelstelling is in elk geval om de kosten voor de leverancier van mest te verlagen.

Acht of negen fabrieken
Jansen en Kusters geloven dat hun concept op grotere schaal een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het mestvraagstuk. Volgens Jansen zou een netwerk van acht tot negen vergelijkbare fabrieken in Nederland een groot deel van het mestprobleem kunnen verlichten.
“Als je acht of negen van dit soort fabrieken in Nederland bouwt, heb je volgens ons het mestprobleem dat na afschaffing van de derogatie is ontstaan grotendeels opgelost. Dit is een stuk goedkoper dan boeren uitkopen”, stelt hij.
De eerste fabriek moet echter eerst nog bewijzen dat het concept op praktijkschaal technisch en economisch overeind blijft. Aan vertrouwen ontbreekt het de beide ondernemers in ieder geval niet. Op de vraag of er ooit is getwijfeld aan de komst van de fabriek, antwoorden ze resoluut: “Nooit”. Volgens de initiatiefnemers bevestigen alle onafhankelijke technische en economische onderzoeken en samenwerkende partijen dat ook.
De bouw van de fabriek vergt een investering van zo’n zestig miljoen euro. Jansen en Kusters weten zich gedragen door investeerders en door de vraag naar de producten die zij straks willen produceren. Bureaucratie en tegenwerking door ngo’s hebben hen de laatste jaren weleens hoofdschuddend doen rondlopen, maar ze hebben altijd vertrouwen gehouden in een goede afloop. Jansen: “Het was en is een gigantische uitdaging, maar dat vinden we alleen maar leuk.”
Of STERCORE daadwerkelijk verlichting brengt op de markt voor mest, moet blijken zodra de fabriek draait. Voor melkveehouders is vooral van belang hoeveel gescheiden rundveemest structureel kan worden verwerkt, aan welke kwaliteitseisen de dikke fractie moet voldoen en tegen welke voorwaarden levering mogelijk is. Als het concept werkt, kan Emmen een voorbeeld worden voor meer regionale mestverwaarding in Nederland.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: STERCORE




