Voor het eerst in Nederland heeft een koe het vogelgriepvirus H5N1 opgelopen. De besmetting werd vastgesteld nadat op een Fries melkveebedrijf antistoffen tegen het virus werden gevonden. Tegelijkertijd verspreidt vogelgriep zich in de Verenigde Staten al langere tijd onder koeien en zijn daar ook mensen besmet geraakt. Volgens onderzoekers van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) verschilt de situatie in Europa echter van die in de VS. Toch blijft monitoring belangrijk, omdat het virus zich voortdurend ontwikkelt.
Eerste besmetting buiten de Verenigde Staten
Het vogelgriepvirus H5N1 kwam jarenlang vooral voor bij wilde vogels en pluimvee. De afgelopen jaren zijn daarnaast besmettingen vastgesteld bij verschillende zoogdieren, waaronder vossen, zeehonden en katten. Volgens WBVR ging het daarbij meestal om afzonderlijke gevallen zonder verdere verspreiding tussen zoogdieren.
Dat veranderde in 2024, toen in de Verenigde Staten een grote uitbraak onder melkkoeien ontstond. Volgens WBVR krijgen koeien doorgaans milde ziekteverschijnselen. Ook mensen raakten besmet, maar de meeste patiënten ontwikkelden slechts milde klachten, zoals een oogontsteking. De melk uit de voedselketen blijft volgens de onderzoekers veilig, omdat standaardverwerking het virus inactiveert.
In Nederland werden begin 2026 antistoffen tegen H5N1 aangetroffen bij meerdere koeien op één melkveebedrijf. Volgens WBVR is dit tot nu toe de enige bekende besmetting bij koeien buiten de Verenigde Staten. “Tot nu toe is dit de enige infectie met vogelgriep bij koeien buiten de VS.”
Besmetting ontdekt na onderzoek bij een kat
De besmetting kwam aan het licht nadat een kat met toegang tot de stal en het weiland overleed aan griepverschijnselen. Een PCR-test bevestigde vogelgriep. Vervolgens werden ook de koeien onderzocht. Melkmonsters wezen niet op een actieve infectie, maar bloedonderzoek liet zien dat meerdere dieren eerder met het virus in aanraking waren geweest.
Volgens WBVR zijn er verschillende mogelijke besmettingsroutes. Virusdeeltjes kunnen via wilde vogels, vogelpoep, schoenen, ongedierte, voer of drinkwater een bedrijf bereiken. In dit geval lijkt contact met besmette wilde vogels of vogelpoep de meest waarschijnlijke oorzaak. Daarnaast onderzoeken de onderzoekers of verspreiding tijdens het melken via de uier en de melkapparatuur een belangrijke rol kan spelen.
Virusvarianten
Volgens WBVR zijn er momenteel geen aanwijzingen dat het virus zich onder Nederlandse melkkoeien verspreidt. Op het getroffen bedrijf werd geen actieve infectie meer gevonden en ook omliggende bedrijven testten niet positief.
De situatie in de Verenigde Staten is anders. Daar circuleren virusvarianten die genetisch verschillen van de Europese H5N1-stammen. Volgens WBVR zijn daardoor inmiddels meer dan duizend melkveebedrijven in achttien staten getroffen. Ook de bedrijfsstructuur speelt volgens de onderzoekers een rol, omdat in de VS vaker dieren tussen bedrijven worden verplaatst.
Risico voor mensen beperkt, monitoring belangrijk
Volgens WBVR is het virus nog niet goed aangepast aan zoogdiercellen. Daardoor zijn er momenteel geen aanwijzingen dat mensen elkaar kunnen besmetten. De onderzoekers wijzen er wel op dat vogelgriepvirussen voortdurend veranderen. Wanneer vogelgriep zich verder aanpast aan zoogdieren of genetisch materiaal uitwisselt met menselijke of varkensgriepvirussen, kan een nieuwe virusvariant ontstaan. Dat is volgens de onderzoekers het belangrijkste risico waarvoor de internationale gezondheidsorganisaties waakzaam blijven.
Daarom worden in Nederland dode en levende wilde vogels onderzocht en worden ook melkkoeien in verschillende regio’s getest. Volgens WBVR moet vroege signalering helpen om veranderingen in het virus snel te ontdekken en eventuele verspreiding te beperken.
Bron: WUR




