Bij runderen in Zuid-Duitsland is een nieuw virus opgedoken dat overeenkomsten vertoont met het Schmallenbergvirus. Het virus veroorzaakt bij volwassen runderen onder meer koorts, diarree en een daling van de melkproductie. Onderzoekers van het Friedrich Loeffler-instituut weten nog niet of het virus ook schade kan veroorzaken bij ongeboren kalveren. Daar wordt de komende tijd met hoge prioriteit onderzoek naar gedaan.
Het nieuwe virus vertoont overeenkomsten met het Schmallenbergvirus, dat in 2011 voor het eerst in Europa opdook en vooral bekend werd vanwege de geboorte van misvormde lammeren en kalveren. Het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) heeft het virus inmiddels aangetoond bij runderen in Zuid-Duitsland. Ook in Zwitserland en Frankrijk zijn vergelijkbare ziekteverschijnselen gemeld.
De eerste ziektegevallen werden sinds juli gemeld, vooral in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Runderen vertoonden onder meer koorts en diarree. Bij melkkoeien werd daarnaast een soms duidelijke daling van de melkproductie gezien. Omdat de verschijnselen aanvankelijk deden denken aan een infectie met het Schmallenbergvirus, werden de dieren daarop getest. Die tests waren negatief. Ook testen op onder meer blauwtongvirus en het virus van epizoötische hemorragische ziekte (EHD) waren negatief.
Nieuw virus
Dierenartsen stuurden monsters van vier getroffen rundveebedrijven naar het FLI. Daar werd met PCR-onderzoek een virus uit de Simbu-serogroep aangetoond. Het bleek dat het virus het meest verwant is aan het Shamonda-virus.
Simbu-virussen zijn niet nieuw. Ze komen vooral voor in Afrika, Azië en Australië. Net als het Schmallenbergvirus en het blauwtongvirus worden ze overgebracht door bloedzuigende knutten van het geslacht Culicoides. Vooral herkauwers, waaronder runderen, schapen en geiten, kunnen worden besmet.
Mogelijk risico voor drachtige dieren
Bij een besmet volwassen dier is het virus kort in het bloed aanwezig is en geeft milde tot matige ziekteverschijnselen. Het grootste aandachtspunt is de mogelijke besmetting van de foetus tijdens de dracht.
Afhankelijk van het moment van infectie kunnen abortussen, doodgeboorten en aangeboren afwijkingen ontstaan. Bij het Schmallenbergvirus waren vooral schapen gevoelig voor dergelijke schade. Bij runderen was de schade doorgaans beperkter.
Wat het nieuw ontdekte virus precies betekent voor drachtige runderen, is nog onbekend. Het FLI kan op dit moment nog niet inschatten of en in welke mate het virus schade aan ongeboren kalveren kan veroorzaken. Abortussen, doodgeboorten en kalveren met aangeboren afwijkingen in mogelijk getroffen bedrijven verdienen daarom extra aandacht.
Groot risico op verspreiding komende maanden
De ontdekking komt tijdens het knuttenseizoen. In Duitsland zijn knutten doorgaans tot ongeveer eind november actief, met de hoogste activiteit tussen juli en oktober. Het FLI verwacht daarom dat het virus zich de komende tijd verder kan verspreiden.
Het instituut onderzoekt momenteel hoe wijd het virus al verspreid is, welke diersoorten worden getroffen en welke ziekteverschijnselen het veroorzaakt. Ook wordt gewerkt aan specifieke diagnostische testen.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




