Vierdejaarsstudenten aan HAS green academy Niels, Stijn en Cas, onderzochten gedurende twintig weken of mestadditieven in de praktijk kunnen helpen bij het verlagen van emissies. Dit deden zij in opdracht van de Taskforce Toekomstbestendige Stallen 3.0. Met deskresearch, gesprekken met experts en praktijkproeven bij drie melkveebedrijven gingen ze op zoek naar antwoorden.
“Mestadditieven worden vaak genoemd als een relatief goedkope oplossing om emissies te verlagen. Wij wilden weten wat ze in de praktijk echt doen. In het project hebben we op twee bedrijven een chemisch mestadditief en op één bedrijf een fysisch mestadditief onderzocht.”
Continu meten
Via de Taskforce sloten de studenten aan bij het project Continu Meten. Op 33 Brabantse veehouderijlocaties worden daar het hele jaar door ammoniak- en methaanemissies gemeten met sensoren in en buiten de stal. Voor het onderzoek konden de studenten gebruikmaken van drie melkveebedrijven die al deelnamen aan dit project.
“Dat was ideaal, omdat er al veel meetapparatuur aanwezig was. Daarnaast kregen we tijdens de bedrijfsbezoeken een goed beeld van hoe zulke meetinstallaties werken. Ook hebben we aanvullende metingen uitgevoerd naar pH, geleidbaarheid en temperatuur van de mest, en mestmonsters genomen en geanalyseerd.”
In de praktijk bleek het onderzoek uitdagender dan vooraf gedacht. “Een melkveestal is natuurlijk geventileerd. Er stroomt voortdurend lucht doorheen en ook de temperatuur wisselt steeds”, leggen de studenten uit. “Die factoren hebben veel invloed op de emissies die je meet. Daardoor is het lastig om precies vast te stellen wat het effect van een mestadditief is.”
Veel claims, weinig praktijkonderzoek
Tijdens hun onderzoek kwamen de studenten nog iets anders tegen: er zijn veel producten op de markt die emissiereductie beloven, maar er is weinig onafhankelijk praktijkonderzoek beschikbaar. Niels: “Bij verschillende mestadditieven zijn de claims vooral gebaseerd op laboratoriumonderzoek. Er zijn nog maar weinig onderzoeken uitgevoerd onder Nederlandse praktijkomstandigheden.”
De studenten startten aan het onderzoek met achtergrondkennis vanuit twee verschillende opleidingen: Milieukunde en Veehouderij. “De vooroordelen over elkaars opleiding waren snel van tafel. We hebben juist heel veel van elkaar geleerd. De inbreng van onze inzichten vanuit beide opleidingen had een mooi resultaat als gevolg.”
Veranderende klimaatfactoren
“Tijdens de onderzoeksperiode zijn klimaatfactoren enorm veranderd. Deze hebben een grote invloed op de emissie. Statistisch was het lastig om enkel het reducerende effect van het mestadditief aan te tonen”, zeggen de studenten. “Op papier klopt de theorie achter deze middelen, maar om echt harde conclusies te trekken, zou je eigenlijk twee identieke stallen moeten vergelijken: één met en één zonder mestadditieven.” De studenten konden geen grote emissiereductie aantonen door het gebruik van de geteste mestadditieven.
Innovatieve stalconcepten lijken meer effect te hebben
Tijdens het onderzoek zagen ze dat andere maatregelen vaak meer invloed hebben op de uitstoot. Zo daalde bij één van de bedrijven de ammoniakuitstoot flink toen op een warme dag de vernevelingsinstallatie werd ingezet. “Systemen in de stal zelf lijken meer effect te hebben. Denk aan mestscheiding, of andere innovatieve stalconcepten. Daarmee kun je waarschijnlijk meer winst behalen.”
Daarnaast melden de studenten Taskforce duidelijke inzichten te hebben gegeven voor een vervolgtraject.
Bron: Landbouw en Voedsel
Tekst: Esmee Groot Roessink

