Greppelinfiltratie kan een relatief goedkope methode zijn om bodemdaling in het veenweidegebied af te remmen. In het PolderLab van de Universiteit Leiden is hier afgelopen jaren mee geëxperimenteerd. Volgens universitair hoofddocent Maarten Schrama laat de proef zien dat het grondwaterpeil opvallend stabiel blijft, terwijl het land bewerkbaar blijft.
Schrama presenteerde de resultaten tijdens de Boerendag van Wij.land op 4 september in Ter Aar. Het onderzoek vond plaats in het PolderLab, een 33 hectare groot veenweidegebied vlak bij Leiden. Het gebied is eigendom van Land van Ons en wordt gebruikt als praktijkproeftuin voor onderzoek naar de toekomst van het Hollandse polderlandschap.
De polder kent een hoog waterpeil van ongeveer 25 tot 30 centimeter onder maaiveld en is hydrologisch geïsoleerd. In het gebied werken onderzoekers van de Universiteit Leiden samen met veehouders, studenten en verschillende onderzoeksorganisaties, waaronder Wij.land, Wageningen University & Research en het Veenweide Innovatiecentrum.
Centrale vraag volgens Schrama: hoe kan het veenweidegebied toekomstbestendig blijven zonder dat de bodemdaling en broeikasgasuitstoot verder toenemen?
Van waterinfiltratiesysteem naar greppelinfiltratie
Om bodemdaling en uitstoot van CO2 te beperken, moet een veenweide in droge perioden vochtig worden gehouden. Waterinfiltratiesystemen met drains zijn erg kostbaar. Daarom besloot het onderzoeksteam een eenvoudiger alternatief te testen: greppelinfiltratie.
Het systeem bestaat uit ondiepe greppels die om de twaalf meter door het perceel lopen. Via één pomp worden de greppels in het late voorjaar en de zomer voorzien van water. In de winter voeren de greppels juist overtollig water af.
Bij het ontwerp werd nauw samengewerkt met de pachter van het perceel, melkveehouder Jan van der Poel. De afstand tussen de greppels werd afgestemd op de werkbreedte van zijn machines, zodat maaien en andere werkzaamheden mogelijk blijven.
Grondwaterpeil blijft opvallend stabiel
Op een proefperceel van ongeveer 1,5 hectare werden gedurende twee jaar grondwaterstanden gemeten. Daarbij werd een perceel met greppelinfiltratie vergeleken met een referentieperceel zonder infiltratie. De resultaten waren volgens Schrama verrassend. In het referentieperceel zakte in droge perioden het grondwaterpeil snel, tot wel 120 centimeter onder het maaiveld. In het perceel met greppelinfiltratie bleef het grondwaterpeil vrijwel stabiel, rond de 30 centimeter onder maaiveld. “Het veenpakket onder de toplaag bleef nat. Dat is belangrijk, omdat juist uitdroging van veen leidt tot oxidatie, CO₂-uitstoot en bodemdaling”, vertelt Schrama.
Veen lijkt zelfs iets op te zwellen
Met een drone werd het perceel met greppelinfiltratie vanuit de lucht bekeken. Het bleek dat het perceel met greppelinfiltratie aan het einde van de zomer gemiddeld ongeveer acht centimeter hoger lag dan het referentieperceel. Dit komt vermoedelijk door de zwelling van het nat gehouden veen. Hoewel hierover nog vervolgonderzoek nodig is, zien de onderzoekers het als een aanwijzing dat het systeem daadwerkelijk invloed heeft op de toestand van het veenpakket.
Twintig keer goedkoper
Een belangrijk pluspunt van greppelinfiltratie zijn de relatief lage aanlegkosten. Volgens Schrama kost het systeem ongeveer 500 euro per hectare. Daarmee is het naar schatting circa twintig keer goedkoper dan de aanleg van een waterinfiltratiesysteem met onderwaterdrains. “Juist daardoor kan het een interessant alternatief zijn voor gebieden waar men op zoek is naar betaalbare maatregelen tegen bodemdaling.”
Vragen over opbrengst en verdienmodel
Tijdens de presentatie kwamen ook kritische vragen vanuit de zaal. Bijvoorbeeld over de graslandopbrengst. Volgens Schrama lijkt de opbrengst op het proefperceel lager uit te vallen. Dat kan komen doordat een hoger grondwaterpeil leidt tot minder veenmineralisatie en dus minder natuurlijke nalevering van voedingsstoffen. Bovendien blijft de bodem langer koel en vochtig.
Conclusies willen de onderzoekers hier echter niet aan verbinden. Het proefperceel werd namelijk niet werd bemest, wat uiteraard invloed heeft op de opbrengst.
Op de vraag of greppelinfiltratie een direct verdienmodel kan opleveren, kon Schrama nog geen antwoord geven. Bekend is dat investering in maatregelen tegen bodemdaling vaak pas op langere termijn voordelen oplevert.
Nog veel onderzoek nodig
Hoewel de eerste resultaten positief zijn, benadrukte Schrama dat nog veel vragen openstaan. Zo moet blijken of het systeem ook goed werkt op beweide percelen en wat de effecten op langere termijn zijn. Daarnaast willen de onderzoekers beter in beeld krijgen hoeveel water het systeem precies verbruikt en hoe de kwaliteit van de greppels blijft. Blijven zij op langere termijn ook goed infiltreren? Deze en andere vragen zullen de komende jaren centraal staan in het vervolgonderzoek in het PolderLab.
Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek naar greppelinfiltratie.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: PolderLab




