Natuurinclusief boeren hoeft niet ten koste te gaan van het verdienvermogen. Dat blijkt uit het onderzoek Onder de streep 2026 en de praktijksituaties op de erven van melkveehouders Peter Oosterhof en Meike van der Laan. Beide bedrijven combineren een lagere input met natuurbeheer, weidegang en andere inkomstenbronnen. In een recent webinar van De Natuurverdubbelaars en Wij.land vertellen de melkveehouders over hun aanpak.
Natuur als productiemiddel
Peter Oosterhof uit Foxwolde runt een biologisch melkveebedrijf. Sinds 2018 ziet de bedrijfsvoering er zo uit: geen kunstmest, zo min mogelijk krachtvoer en zoveel mogelijk beweiding in kruidenrijke graslandpercelen. Het bedrijf beschikt over 60 hectare beweidbare grond, 40 hectare natuurland en 18 hectare grond met een beheersvergoeding. “Wij weiden het liefst 200 dagen per jaar volledig. In totaal weiden onze koeien zo’n 5000 uur per jaar.” Door de koeien veel zelf te laten grazen, hoeft Oosterhof weinig te maaien en rijden er minder zware landbouwmachines over de bodem.
Ook het grasland richt hij in op een combinatie van productie en biodiversiteit. “We zaaien, naast kruiden die er van nature al voorkomen zoals pinksterbloem en paardenbloem, ook kruiden in het grasland zoals chicorei, smalle weegbree en verschillende soorten klavers met een hoog drogestofgehalte om de melkproductie te verhogen.” Deze kruiden trekken daarnaast ook insecten aan. “Het heeft allemaal met elkaar te maken, het is de samenwerking van de natuur.”
Volgens Oosterhof kan deze aanpak ook financieel werken. “Natuurinclusief boeren kan op een goed renderende manier waarbij natuur geen vinkje is op de biodiversiteitsmonitor, maar je belangrijkste productiemiddel.”
Bedrijfstakken combineren
Ook Mijke van der Laan uit Kamerik haalt inkomsten uit verschillende activiteiten. Samen met haar ouders runt Mijke melkveebedrijf, De Beekhoeve, met 73 koeien. Daarnaast heeft het bedrijf een ontvangstruimte en boerderijwinkel en doen ze aan agrarisch natuurbeheer, waaronder weidevogelbeheer.
De verschillende bedrijfstakken versterken elkaar volgens Van der Laan. “We hebben dubbeldoelkoeien die zowel melk als vlees opleveren. We maken zuivel van de melk en die kunnen we weer afzetten aan klanten in onze boerderijwinkel en lunches die we verzorgen voor groepen in onze ontvangstruimte. De koeien beheren daarnaast ons agrarische landschap.”
Bodemorganismen aan het werk zetten
Melkveehouders denken steeds vaker in rendement in plaats van melkproductie, dat meldt accountant Marcel van Alphen van Boerelân tijdens het webinar. “Het minimaliseren van de kosten en het maximaliseren van de opbrengsten speelt steeds vaker een rol in de keuzes die melkveehouders maken. Veel natuurinclusieve melkveehouders beschouwen grond daarbij als duurste productiefactor.” Door het bodemleven beter te benutten, ziet Van Alphen mogelijkheden om minder kunstmest en krachtvoer te gebruiken. “In de bovenste 25 centimeter grond zit per hectare 3000 kilogram aan bodemorganismen. Natuurinclusieve landbouwers zetten dit bodemleven aan de gang om de opbrengst te maximaliseren.”
Oosterhof voegt daaraan toe: “Als je inputarm werkt zijn natuurlijke processen je bondgenoot. Je blijft weg van potentiële emissies en kosten, als dat geen winst is..”
Extensief boeren vraagt om andere inkomsten
Uit Onder de streep 2026 blijkt dat extensieve melkveebedrijven hun opbrengsten vaker spreiden over melkopbrengst, natuurbeheer, de eco-regeling en andere activiteiten. Daardoor zijn deze bedrijven minder afhankelijk van de melkprijs.
Onderzoekers zien verschillende combinaties die bijdragen aan een goed resultaat. Denk aan biologisch produceren, lage voer- en kunstmestinput, natuurgrond pachten, agrarisch natuurbeheer en neventakken. Een vaste succesformule is er volgens het onderzoek niet. “Er is zo’n enorme verscheidenheid aan combinaties van keuzes die je kunt maken dat er niet een top 5 succesvolle combinaties aan te wijzen valt.”
Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Peter Oosterhof




