Melkveehouders laten gemiddeld iedere maand een melkproductieregistratie (MPR) uitvoeren om inzicht te krijgen in de prestaties van hun koeien. Maar hoe goed kennen zij de prestaties van hun percelen? Die cijfers zijn vaak minder duidelijk. Nu de derogatie is verdwenen, wordt het steeds belangrijker om te weten welke meststof het beste bij welk perceel past. Door de prestaties van percelen in kaart te brengen, kunnen melkveehouders gerichter bemesten en verbeterkansen ontdekken.
Grond is de duurste productiefactor op het melkveebedrijf en is vaak al jarenlang in bezit. Toch zijn de prestaties van afzonderlijke percelen niet altijd goed in beeld. Het ene jaar levert een perceel veel gras en eiwit op, terwijl de opbrengst in een ander jaar tegenvalt. Door deze verschillen vast te leggen, krijgen melkveehouders meer inzicht in de prestaties van hun grond.
MPR voor percelen
Net zoals een MPR inzicht geeft in de prestaties van individuele koeien, kan een vergelijkbaar overzicht helpen om de prestaties van percelen te beoordelen. Daarbij kunnen melkveehouders verschillende gegevens per perceel verzamelen:
- Drogestofopbrengst en VEM per hectare;
- Eiwit- en stikstofopbrengst per hectare;
- Aantal beweidingsdagen;
- Satellietbeelden en groeicurves;
- Prestaties tijdens droge en natte perioden.
Veel van deze gegevens zijn al beschikbaar via onderzoeken, metingen en registraties. De uitdaging is vooral om de informatie samen te brengen in één overzicht. Zo ontstaat een duidelijker beeld van de verschillen tussen percelen.
Verschillen tussen percelen bieden verbeterkansen
Waarom presteert het ene perceel beter dan het andere? Dat kan verschillende oorzaken hebben. Mogelijk speelt de bodemstructuur een rol, of het organischestofgehalte en de ontwatering. Ook het aantal keren dat een perceel wordt bereden of het moment van maaien kan invloed hebben op de opbrengst.
Juist door deze verschillen te analyseren, kunnen melkveehouders praktische verbeterkansen ontdekken. Een perceel dat goed presteert, kan daarbij als voorbeeld dienen voor andere percelen op het bedrijf.
Meer eiwit van eigen land, een betere benutting van meststoffen en minder verliezen beginnen namelijk op perceelsniveau. Wie begrijpt waarom een bepaald perceel goed presteert, kan die kennis gebruiken om de resultaten van andere percelen te verbeteren.
Percelen rangschikken voor het volgende seizoen
Een eerste stap is om de percelen op basis van de beschikbare cijfers te rangschikken. Welke percelen leveren de hoogste opbrengsten en welke blijven achter? Door de gegevens naast elkaar te leggen, worden verschillen zichtbaar.
Vervolgens kunnen melkveehouders per perceel analyseren wat de mogelijke oorzaken van deze verschillen zijn. Daarbij kunnen zij kijken naar de bodemstructuur, het organischestofgehalte, de ontwatering en het gebruik van het perceel.
Met deze informatie kunnen melkveehouders bepalen welke meststof het beste bij welk perceel past. Zo vormt een overzicht van de perceelprestaties een uitgangspunt om de bemesting voor het volgende seizoen gerichter aan te pakken.
Bron: MijnKringloopWijzer

