Op een melkveebedrijf met 160 melkkoeien vonden in korte tijd vijf abortussen plaats. Onderzoek naar de oorzaak wees niet op een infectie. De meest waarschijnlijke verklaring is een acute stressfactor. Mogelijk speelde een combinatie van stressvolle werkzaamheden op het bedrijf hierbij een rol.
Half mei nam de Veekijker contact op met de dierenarts van het melkveebedrijf, nadat vijf abortusvruchten waren ingestuurd voor sectie. Van twee van deze vruchten waren ook de nageboortes ingestuurd voor onderzoek. Serologisch onderzoek van de verwerpers en de nageboortes toonde geen antistoffen aan tegen brucella, Leptospira Hardjo, IBR, neospora en salmonella B/D.
Geen infectieuze oorzaak aangetoond
Bij sectie van de vijf vruchten werd in alle gevallen subcutaan oedeem vastgesteld. Verder vertoonden de vruchten geen afwijkingen. Ook bij de twee onderzochte nageboortes werden geen bijzonderheden gevonden. In combinatie met de histopathologische bevindingen ontstond een beeld dat paste bij asfyxie (verstikking) van de vruchten. Omdat de vijf abortussen in zeer korte tijd plaatsvonden en er geen infectieuze oorzaak kon worden aangetoond, beschouwde de Veekijker een acute stressfactor als de meest waarschijnlijke verklaring.
Verschillende stressvolle werkzaamheden
Uit contact met de melkveehouder bleek dat enkele dagen vóór de abortussen mogelijk meerdere stressvolle activiteiten hadden plaatsgevonden. Zo waren de dierenarts en de klauwbekapper op het bedrijf geweest en was de mestput gemixt. Volgens de veehouder had vooral het klauwbekappen veel onrust en stress bij de dieren veroorzaakt. Mogelijk was dit de doorslaggevende factor bij het ontstaan van de abortussen.
Stressvolle werkzaamheden spreiden
Na deze gebeurtenissen werden geen nieuwe abortusgevallen meer waargenomen. Volgens de Veekijker laat deze casus zien dat stress aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de diergezondheid en het dierenwelzijn, terwijl de impact niet altijd direct zichtbaar is. De Veekijker adviseerde de melkveehouder daarom om stressvolle managementhandelingen in de toekomst zoveel mogelijk te spreiden.
Bron: GD

