Met de invoering van de verplichte IBR-bestrijding op 1 januari 2027 veranderen er zaken voor melkveehouders die al deelnemen aan het huidige IBR- (en BVD-) programma van GD/ZuivelNL. Veel blijft hetzelfde, maar details veranderen. Zo wordt de termijn voor aanvoeronderzoek van een niet-IBR-vrij bedrijf gehalveerd, moeten vaccinaties per individueel rund worden geregistreerd en verdwijnen veterinaire eenheden voor IBR. Het ministerie van LVVN en Royal GD vertelden er gisteren over in een webinar voor dierenartsen over de nieuwe aanpak.
De overheid streeft ernaar de wettelijke bestrijding van IBR op 1 januari 2027 te laten ingaan. De regelgeving is inhoudelijk vastgesteld, maar het ministerie wacht nog op het advies van de Raad van State. Volgens het ministerie kunnen melkveehouders die al deelnemen aan het huidige programma hun bestrijdingsaanpak op hoofdlijnen voortzetten. Op verschillende onderdelen veranderen de regels echter wel.
Aanvoeronderzoek binnen vier weken
Een belangrijke verandering is de termijn voor verplicht aanvoeronderzoek. Melkveehouders die runderen aanvoeren van een niet-IBR-vrij bedrijf, moeten straks binnen vier weken beschikken over de uitslag van het bloedonderzoek. Momenteel bedraagt die termijn nog acht weken.
Dit betekent dat bloedmonsters in de praktijk binnen ongeveer drie weken na aanvoer moeten worden genomen, zodat er voldoende tijd overblijft voor het laboratoriumonderzoek. De termijn voor bevestigingsonderzoek bij twijfel over een uitslag wordt beperkt tot twee weken.
Vaccinaties per rund registreren
Voor bedrijven die IBR bestrijden via vaccinatie verandert de registratie. Waar nu op koppelniveau wordt gewerkt, moet straks van ieder rund afzonderlijk worden vastgelegd wanneer het is gevaccineerd. De verplichting geldt voor runderen vanaf drie maanden leeftijd. De vaccinatieplicht geldt voor runderen vanaf drie maanden leeftijd. De eerste vaccinatie moet uiterlijk op elf maanden leeftijd plaatsvinden, of eerder wanneer een rund vanaf drie maanden leeftijd naar een ander bedrijf wordt afgevoerd voor het leven. Vervolgens moeten dieren twee keer per twaalf maanden worden gevaccineerd, met een interval van vier tot acht maanden.
Melkveehouders worden bovendien zelf verantwoordelijk voor het bewaken van de vaccinatiemomenten. GD zal niet langer vooraf herinneringen versturen wanneer runderen opnieuw moeten worden gevaccineerd.
Veterinaire eenheden verdwijnen
Ook verdwijnt de mogelijkheid om voor IBR meerdere UBN’s samen te voegen in een veterinaire eenheid. Elk UBN moet straks afzonderlijk aan de wettelijke voorwaarden voldoen. Dat heeft vooral gevolgen voor melkveehouders die hun jongvee op een andere locatie houden. Afhankelijk van de bedrijfssituatie kunnen extra onderzoeken of vaccinatiemomenten nodig zijn.
GD adviseert met name IBR-onverdachte bedrijven met een veterinaire eenheid om nog vóór 1 januari te bekijken of zij IBR-vrij kunnen worden. Historische onderzoeksgegevens uit het huidige programma worden namelijk niet meegenomen naar het nieuwe wettelijke systeem. Daardoor kunnen na de overgang extra onderzoeken nodig zijn.
Overgang naar wettelijk programma
Volgens GD was in september 61 procent van de deelnemende melkveebedrijven IBR-vrij, 28 procent IBR-onverdacht en 11 procent vaccinerend. Nederland is dus al een heel eind op weg om IBR-vrij te worden.
Melkveehouders die op 31 december 2026 de status IBR-vrij of IBR-onverdacht hebben, worden automatisch overgezet naar een overeenkomstige categorie binnen het wettelijke bestrijdingsprogramma. De automatische omzetting vindt plaats mits de melkveehouder daar geen bezwaar tegen heeft. Zij hoeven niet te vaccineren, zolang ze aan alle voorwaarden blijven voldoen. Voorwaarde voor de overgang is dat bedrijven aan alle eisen van hun bestaande status voldoen. Openstaande verplichtingen, zoals onderzoek of de afvoer van positieve runderen, moeten daarom worden afgehandeld.
Voor melkveehouders die momenteel vaccineren, geldt vanaf 1 januari de wettelijke vaccinatieplicht. Zij moeten uiterlijk 1 juli 2027 een eerste vaccinatie onder het nieuwe programma hebben geregistreerd. Daarbij moeten de vaccinaties voortaan per individueel rund worden vastgelegd.
Rundveehouders die nog niet aan een bestrijdingsprogramma deelnemen, krijgen eveneens tot 1 juli 2027 de tijd. Zij moeten dan aan de vaccinatieplicht voldoen of aan de voorwaarden voor een uitzondering op die verplichting. Voor bedrijven die hun bestaande IBR-vrije of IBR-onverdachte status willen behouden, is 31 december 2026 dus een belangrijke peildatum. Zij kunnen niet zonder meer gebruikmaken van de overgangstermijn tot 1 juli.
Toezicht verandert
Met de invoering van de wettelijke bestrijding verschuift ook het toezicht. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wordt verantwoordelijk voor de controle en handhaving van de regels. GD gaat optreden als aangewezen databank voor onder meer vaccinatiegegevens en onderzoeksuitslagen.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV

