Vanaf 1 april 2018 zullen de Nederlandse melkveebedrijven in Nederland gaan participeren in de landelijke aanpak tegen IBR. Doel is dat alle bedrijven in Nederland helemaal vrij worden van IBR.
Door intensievere monitoring de laatste jaren en inzet van tankmelkonderzoeken is op dit moment volgens GD (februari 2018) in Nederland 66,5% van de melkveebedrijven IBR vrij of onverdacht. De overige 33,5% heeft een onbekende status en zal voor 1 april 2018 zich ook moeten aanmelden voor onderzoek en een programma (route). Op melkveebedrijven is het meten van IBR afweerstoffen in de tankmelk een goede en gemakkelijke methode om te weten of IBR dragers op het bedrijf aanwezig zijn.
Op negatieve of onverdachte bedrijven kan dit heel goed met het IBR Tankmelk Onverdacht programma van GD. Doel voor alle niet vrije bedrijven is vrij worden van IBR, Dit kan via 3 routes. Route 1 en 2 zijn mogelijk voor bedrijven die geen IBR in de tankmelk hebben aangetoond. Zij kunnen zich via bloedonderzoek (route 1) of via tankmelk (route 2) vrij certificeren van IBR.
Bedrijven die IBR positief zijn in de tankmelk zullen moeten gaan vaccineren om IBR vrij te worden (route 3). Voor deze IBR positieve bedrijven biedt HIPRA de mogelijkheid om de IBR status van het bedrijf inzichtelijk te maken en de voortgang of verbetering van de IBR situatie door vaccinatie op te volgen. Hiervoor kunt u zich via uw dierenarts aanmelden voor de SeroMilk Marker (SMM), waarna op regelmatige basis een tankmelkonderzoek uitgevoerd zal worden. Deze opvolging van uw IBR status is een service van HIPRA in combinatie met IBR vaccinatie, waar wat betreft laboratoriumonderzoek geen aanvullende kosten aan zijn verbonden. Doel is om uw bedrijf zo snel mogelijk vrij te maken van IBR door verdere besmetting binnen uw bedrijf én schade door IBR te voorkomen.
Beperken van de verspreiding
IBR is een virus ziekte die met heftige klachten gepaard kan gaan. De klachten kunnen echter ook heel mild zijn. Iedere koe die ooit besmet is geraakt met het IBR virus is een zogenoemde drager en kan op den duur andere koeien besmetten. Dit betekent dat het ontstaan van nieuwe IBR dragers binnen een bedrijf in de toekomst voorkomen moet worden. Zo wordt een bedrijf zo snel mogelijk vrij van IBR én wordt schade door IBR voorkomen. Het gaat dan dus niet meer alleen om het voorkomen van klinische symptomen, maar hoofdzakelijk om het beperken van de verspreiding van het IBR virus. Goede bescherming van jonge kalveren is hierbij erg belangrijk en ook in België voor de landelijke aanpak noodzakelijk gebleken.
Dit kan het beste bereikt worden door vaccinatie met een IBR vaccin wat een goede werkzaamheid heeft, ondanks aanwezigheid van afweerstoffen die het kalf gekregen heeft via de biest van zijn moeder. Het IBR vaccin van HIPRA garandeert, ondanks de gekregen afweerstoffen via de moeder, dat het vaccin toch zijn werk kan doen en het kalf en uw bedrijf een optimale bescherming heeft. De gekregen afweerstoffen van de moeder hebben namelijk maar een korte levensduur van een aantal maanden en zullen hierdoor niet voor elk kalf lang genoeg bescherming geven tegen IBR.
Wilt u meer informatie over de mogelijkheid van tankmelkonderzoek door Hipra en IBR bestrijding, neem dan contact op met uw eigen dierenarts of direct met Hipra via het contact formulier.





