Roemenië kan voor Nederland een kansrijk exportland zijn voor bewerkte exportwaardige mestproducten. Dat blijkt uit de NCM-handleiding Landbouw en mest in Roemenië, waarin de landbouwstructuur, nutriëntenbehoefte, regelgeving en exportkansen in kaart zijn gebracht.
Roemenië heeft veel agrarische potentie. Het land beschikt over ongeveer 13 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan circa 9 miljoen hectare bouwland en 3,6 miljoen hectare grasland. Daar staat een relatief beperkte veestapel tegenover: ongeveer 1,8 miljoen runderen en 3,2 miljoen varkens, veel minder dan in Nederland, zo meldt het rapport van NCM (Nederlands Centrum voor Mestverwaarding).
Voor Nederlandse veehouders is het vooral interessant dat de Roemeense landbouw veel hectares heeft, maar zelf onvoldoende dierlijke mest produceert om alle landbouwgrond organisch te bemesten. Het gebruik van kunstmest is er traditioneel meer gangbaar dan het gebruik van organische mest. Volgens het rapport is dierlijke mest voor veel Roemeense telers simpelweg niet beschikbaar.
Fosfaatarme bodems bieden aanknopingspunten
De meerwaarde van Nederlandse mestproducten voor een land als Roemenië zit vooral in fosfaat en organische stof. Roemenië heeft van nature veel vruchtbare leem- en kleigronden, met gemiddeld goede organische-stofgehalten. Tegelijk is de fosfaattoestand in vrijwel het hele land laag tot zeer laag. Ook het stikstofgehalte is relatief laag voor leem- en kleigronden.
Dat maakt fosfaatrijke dierlijke meststoffen interessant, zeker voor akkerbouwgewassen met een duidelijke nutriëntenbehoefte. Denk niet meteen aan het wegzetten van grote volumes dunne mest, maar eerder aan producten met een hogere nutriëntendichtheid: mestkorrels, gehygiëniseerde dikke fractie, gedroogde producten of andere verwerkte meststoffen.
Waar liggen de beste kansen?
Niet elke regio in Roemenië is even interessant. Volgens het rapport hebben vooral Sud-Est en Sud-Muntenia veel potentie. Deze zuidoostelijke regio’s combineren een groot landbouwareaal met relatief weinig eigen dierlijke mestproductie. Ook Nord-Vest en Centru bieden mogelijkheden.
De grootste kansen liggen waarschijnlijk bij professionele akkerbouwers en telers hoog saldogewassen, zoals aardappelen en groenten. Het rapport noemt expliciet dat de focus op kansrijke markten zoals aardappelen en groenten nodig is, omdat de lange transportafstand alleen rendabel wordt wanneer de meststof ook een meerprijs kan opbrengen.
Hoe maak je het transport rendabel?
Roemenië ligt ver weg. Dat betekent dat export alleen kans maakt als het product voldoende waarde per ton bevat. In het rapport staat een kostenindicatie uit 2018 voor transport van Utrecht naar Brasov. Die cijfers zijn verouderd, maar geven wel de orde van grootte aan: vrachtwagenvervoer kwam toen uit op ruim 100 euro per ton, transport per spoor op ongeveer 94 euro per ton, per zeecontainer op circa 80 tot 94 euro per ton en bulktransport op ongeveer 81 tot 87 euro per ton.
Dit betekent kansen voor producten uit mestscheiding, vergisting, droging of verdere bewerking, zeker wanneer ze passen in een concreet bemestingsadvies voor de Roemeense afnemer.
Regelgeving: verwerkte mest heeft de beste papieren
Export naar Roemenië kan, maar vraagt een goede voorbereiding. Voor meststoffen die dierlijke mest bevatten gelden de Europese regels voor dierlijke bijproducten. Mestverwerkingsinstallaties moeten erkend zijn volgens Verordening 1069/2009. In Nederland loopt die erkenning via de NVWA.
Voor verwerkte mest en champost zijn onder meer een handelsdocument, e-CertNL, rVDM-vooraanmelding, CMR-document en correcte laad-, weeg- en losmeldingen nodig. Voor mestkorrels geldt een afwijkende procedure: geen rVDM per transport, maar wel exportdocumenten, CMR en een kwartaalopgave bij RVO.
Roemenië zelf heeft nog weinig ervaring met mestimport. Vooraf is goedkeuring nodig van de Roemeense autoriteit; binnen 20 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag wordt een beslissing genomen. Documenten en labels moeten in het Roemeens beschikbaar zijn. Bij onverwerkte mest is extra toestemming nodig en het rapport geeft aan dat onzeker is of die in de praktijk wordt verleend.
Samenwerking nodig
Voor individuele varkenshouders en melkveehouders is Roemenië waarschijnlijk geen markt om zelfstandig te bedienen. De afstand, certificering, taal, lokale goedkeuring en afnemersrelaties vragen om samenwerking met een erkende verwerker, exporteur of mestcoöperatie.
Kijk hier voor het complete NCM-rapport.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Pixabay

