De interesse in RENURE trekt weer aan. Niet alleen in beleid, maar ook in de praktijk. Dat merkt u waarschijnlijk ook: er komen steeds meer vragen over hoe RENURE wordt gemaakt, welke techniek past en of u er straks daadwerkelijk mee kunt bemesten. Nu de Europese goedkeuring er ligt, verschuift de aandacht van Brussel naar het boerenerf. En dan gaat het ineens over installaties, investeringen en benutting op eigen land.
Hoe wordt RENURE eigenlijk gemaakt?
In de basis draait RENURE om het terugwinnen van stikstof uit drijfmest, zodat u die weer kunt inzetten als vervanger van kunstmest. Maar de weg daarnaartoe verschilt per techniek. De meest eenvoudige stap is mestscheiding. Daarbij wordt drijfmest gesplitst in een dikke en een dunne fractie. Juist in die dunne fractie zit het grootste deel van de snel werkende stikstof. Die kunt u vervolgens verder bewerken. Een veelgebruikte vervolgstap is het ‘strippen’ van stikstof. Daarbij wordt ammoniak uit de dunne fractie gehaald en opgevangen in een vloeistof, vaak als ammoniumsulfaat. Dat is direct inzetbaar als kunstmestvervanger.
Een andere route is werken met membranen, bijvoorbeeld via omgekeerde osmose. Daarbij wordt de dunne fractie onder druk door een filter geperst, waardoor water en opgeloste stoffen worden gescheiden. Wat overblijft is een geconcentreerde meststof met relatief veel stikstof. In alle gevallen geldt: u haalt de werkzame stikstof uit de mest en maakt die beter doseerbaar en gerichter inzetbaar. Maar de verschillen in techniek zijn groot als het gaat om investering, capaciteit en het soort product dat u overhoudt.
Zelf produceren of juist benutten?
Daarmee komt meteen de volgende vraag op tafel: wilt u RENURE zelf produceren, of juist gebruiken zodra het beschikbaar komt? Voor bedrijven met voldoende mestaanbod en schaal kan eigen productie interessant worden. Maar dat vraagt wel om een constante aanvoer van mest, techniek op het erf en voldoende plaatsingsruimte om het product ook echt te benutten. Voor andere bedrijven ligt afname of samenwerking logischer. Bijvoorbeeld via een collectief of een verwerker in de regio. Juist daarom is RENURE geen losse maatregel, maar een keuze die raakt aan uw hele bedrijfsvoering.
Kunt u er straks ook echt mee uitrijden?
Een veelgestelde vraag is of RENURE straks daadwerkelijk als kunstmestvervanger kan worden ingezet. In de kern is dat precies de bedoeling, maar de praktische ruimte hangt af van de nationale uitwerking. Daar zit voorlopig nog de onzekerheid. Als producten aan de voorwaarden voldoen, ontstaat er ruimte om stikstof gerichter te benutten en minder afhankelijk te worden van aangekochte kunstmest. Tegelijk bepalen de details straks hoe bruikbaar RENURE echt wordt binnen uw bouwplan en in combinatie met andere meststromen.
Techniek is één ding, rendement iets anders
Dat maakt RENURE interessant, maar niet automatisch rendabel. De economische uitkomst hangt sterk af van het investeringsniveau, het energieverbruik en de mate waarin u de stikstof op eigen grond kunt inzetten. Daarmee ontstaat een herkenbaar spanningsveld: technisch is er steeds meer mogelijk, maar financieel moet het ook passen. Voor de ene ondernemer zit de kans in meer grip op de eigen mineralenkringloop, voor de ander vooral in lagere kunstmestaankopen of verlichting van de mestdruk.
Is uw bedrijf klaar voor RENURE?
De interesse in RENURE groeit, maar de praktijk gaat straks het verschil maken. Niet elk bedrijf is automatisch klaar om deze stap te zetten. De kernvraag is daarom niet alleen hoe RENURE wordt gemaakt, maar of het past binnen uw bedrijfsvoering. Denk aan uw mestaanbod, uw plaatsingsruimte en de keuze om zelf te produceren of juist af te nemen. Wie daar nu al scherp naar kijkt, kan straks sneller schakelen als de regels definitief zijn.
Tekst: Stefan Zwaneveld




