Het verdienmodel van agroforestry is nog volop in ontwikkeling. In Nederland zijn nauwelijks volwassen agroforestrysystemen, waardoor harde cijfers schaars zijn. Het project ‘Verdienmodellen Agroforestry’ brengt daar verandering in door praktijkervaringen te analyseren en strategieën, inzichten en praktische tools te bundelen.
Eén duidelijke conclusie: het verdienmodel bestaat niet. Agroforestry is een verzamelnaam voor uiteenlopende systemen, elk met eigen investeringen, kosten, opbrengsten en kansen. Wat wél bestaat, is een set aan strategieën om tot een passend verdienmodel te komen—afhankelijk van bedrijfstype, grondsoort en ondernemersvisie.
Van bomen tot inkomen
Uit het onderzoek (PPS Verdienmodellen Agroforestry) komen vier hoofdstrategieën naar voren:
- Meer en bredere opbrengst per perceel
- Verlagen van input
- Verwaarden van ecosysteemdiensten
- Verbreding van het bedrijf
Binnen deze strategieën leveren agroforestrysystemen uiteenlopende opbrengsten: schaduw en beschutting voor vee, koolstofvastlegging, biodiversiteit, aanvullend ruwvoer en verkoop van fruit, noten of hout.
Melkveehouder Mattias Verhoef (Brandwijk) kiest voor verbreding, onder meer met tiny houses. “Bomen en struiken combineren met melkvee past helemaal in onze bedrijfsvisie; dat anderen dit waarderen en ervoor willen betalen is helemaal mooi.”
Praktijk: bodem, biodiversiteit en koe
Ook melkveehoudster Ramona Schalkwijk (Montfoort) ziet meerdere voordelen. Met voederhagen, walnotenbomen en honingbessen werkt zij aan bodemverbetering, koolstofvastlegging en mineralenkringlopen. De walnoten zorgen voor schaduw; de voederhaag vult het rantsoen aan. “We willen minder afhankelijk zijn van input van buitenaf. De voederhaag kan daaraan bijdragen.”
Onderzoek binnen Agroforestry voor klimaatpositieve zuivel en biodiversiteit laat zien dat bomen en struiken de (bio)diversiteit vergroten, met positieve effecten op diergezondheid en -welzijn: meer keuzevrijheid, natuurlijk gedrag en mogelijkheden tot zelfmedicatie.
Instapmodel: voederhaag
Voederhagen blijken een laagdrempelige start. Bij Dairy Campus en bij melkveehouder Jan Blom (Bedum) zijn hagen onderzocht. Een factsheet beschrijft ontwerp, aanplant en soortenkeuze. Blom: “Heb je een strook langs een koepad over, benut die. Kies makkelijke soorten en kijk wat lokaal goed groeit.”
Succesfactoren en knelpunten
Succesfactoren die pioniers noemen: intrinsieke motivatie, netwerkvorming, kennisdeling, gefaseerde aanpak en een doordacht ontwerp. Ook creatieve financiering helpt, zoals fondsen, crowdfunding en samenwerking met zorg- of natuurorganisaties.
Knelpunten blijven vergunningen, financiering en onzekerheid over opbrengsten. Na aanplant ontbreekt vaak praktische begeleiding (onderhoud, snoei, bodemmonitoring). Het innovatieve karakter past niet altijd in bestaand beleid, wat tijd en energie kost.
Wat beïnvloedt het verdienmodel?
Belangrijke factoren zijn schaalgrootte, systeemcomplexiteit, het doel van het systeem, zelf doen versus uitbesteden, mechanisatiegraad en verwerking en vermarkting van producten.
Kalverhouder en walnotenboer Edwin Sloof (Bennekom) vat het samen: “Het is blijvend pionieren. Het kost uren, maar het is mooi werk en we genieten.”
Webinar
Op 26 februari organiseert Groen Kennisnet een webinar over voederhagen als instapmodel agroforestry (start 15.00 uur).
Bron: Groen Kennisnet




