Bij de vertering van gras komt het broeikasgas methaan vrij. Hoeveel methaan een koe uitstoot, verschilt per dier. Een deel van deze verschillen is genetisch bepaald. Doordat een deel genetisch is, maakt het mogelijk voor melkveehouders om bij de stierkeuze rekening te houden met methaanuitstoot. Op deze manier kan het ook zo bij te dragen aan een lagere uitstoot bij volgende generaties.
Onderzoekers Yvette de Haas en Hilde van den Hoorn van Wageningen University & Research (WUR) onderzochten welke rol fokkerij kan spelen bij het verminderen van methaanuitstoot. Door bij de stierkeuze rekening te houden met genetische verschillen tussen dieren, kan de uitstoot van methaan bij iedere volgende generatie een beetje worden verlaagd.
Methaanuitstoot meenemen in stierkeuze
De fokwaarde voor methaan krijgt een steeds belangrijkere rol binnen de fokkerij. Net als bij andere fokwaarden kunnen melkveehouders deze informatie gebruiken om stieren te selecteren die passen bij hun fokdoel.
Melkveehouder Ron van Burgsteden houdt bij zijn stierkeuze niet alleen rekening met de melkproductie en het temperament van de koe, maar kijkt ook steeds vaker naar de methaanuitstoot. Door te kiezen voor koeien en stieren met een gunstige methaanscore wil Van Burgsteden voorkomen dat de prestaties op dit onderdeel achteruitgaan. Daarbij blijft het belangrijk om verschillende fokwaarden tegen elkaar af te wegen.
Genetische verschillen bieden mogelijkheden
Het grootste deel van de methaanuitstoot van een melkkoe bestaat uit enterisch methaan. Dit ontstaat tijdens de vertering van voer in de pens en komt voornamelijk via de bek vrij.
Uit onderzoek van De Haas en en Van den Hoornblijkt dat ongeveer 20 procent van de verschillen in methaanuitstoot tussen koeien erfelijk bepaald is. Hoewel dit percentage op het eerste gezicht beperkt lijkt, biedt het wel mogelijkheden om via fokkerij vooruitgang te boeken. Genetische eigenschappen worden namelijk doorgegeven aan volgende generaties. Door structureel te selecteren op dieren met een lagere methaanuitstoot kan de uitstoot op langere termijn geleidelijk afnemen.
Fokkerij kan methaanuitstoot op lange termijn verlagen
WUR-onderzoeker Yvette de Haas berekende hoeveel vermindering van de methaanuitstoot in twintig jaar mogelijk is door genetische verschillen mee te nemen in fokprogramma’s. Volgens de aangehaalde onderzoeksresultaten kan gerichte selectie op methaanuitstoot een vermindering van ongeveer één procent per jaar opleveren. Op langere termijn zou dit kunnen leiden tot een reductie van ongeveer twintig procent richting 2050.
Onderzoeker Hilde van den Hoorn onderzocht daarnaast in een sociaaleconomische studie in hoeverre melkveehouders bereid zijn om methaanuitstoot mee te nemen in hun bedrijfsvoering. Door methaanuitstoot onderdeel te maken van de stierkeuze, kunnen melkveehouders volgens WUR stap voor stap werken aan een volgende generatie koeien met een lagere methaanuitstoot.




