Geeft het datasysteem een melding, dan onderneemt melkveehouder Bas van Poppel direct actie. Problemen in diergezondheid voorkomen in plaats van genezen, luidt namelijk het credo op dit melkveebedrijf uit Hoeven. Dit zorgt ervoor dat het antibioticagebruik voor uierproblemen de afgelopen jaren naar bijna nul is teruggebracht. De redactie ging langs om zijn tips en tricks te horen.
Precies aan het einde van een buitenweg in Hoeven ligt V.O.F. Van Poppel, een melkveebedrijf met 310 melkkoeien en bijbehorend jongvee. In de stal hangt er een serene rust. De melkkoeien brengen omstebeurt een bezoekje aan één van de zes melkrobots, een voeraanschuifrobot maakt zijn ronde en twee keer per dag legt de melkveehouder een vers rantsoen voor het voerhek. “Met behulp van data uit de melkrobots en halsbanden hebben we inzicht in de actuele gezondheidsstatus van de dieren. Het loopt allemaal goed”, vertelt melkveehouder Bas van Poppel tevreden, terwijl hij vanuit de kantine over de stal kijkt.
De focus op dit bedrijf ligt dan ook met name op het voorkomen van gezondheidsproblemen, waarbij de jonge en oude melkkoeien verschillende protocollen doorlopen die precies passen bij de behoeftes, voor en tijdens de lactatie. Om een dergelijke gezondheidsplan op te stellen, spart de melkveehouder met Marieke Claasen van Animal Health Vision (AHV). Waar nodig zet hij producten van AHV in. De producten van AHV werken in op het verhogen van de weerstand én lokken schadelijke bacteriën uit hun schuilplaatsen, de zogenoemde biofilms. Op deze manier kan het immuunsysteem de ziekteverwekkers zelf opruimen op een effectieve manier.
Steuntje in de rug
Standaard krijgen de melkkoeien op het bedrijf StartLac aan het begin van de lactatie voor het opstarten van de melkproductie en vanaf derdekalfs krijgen de melkkkoeien preventief AHV Booster toegediend om de energiebalans een steuntje in de rug te geven. “De oudjes onder de melkkoeien krijgen hier een combinatie van Aspi, Metri, Booster en StartLac. De jongere melkkoeien geven we alleen Booster en StartLac. Zo help je ze goed op weg aan het begin van de lactatie, wanneer er een hoop wordt gevraagd van het lijf. Hierdoor treedt er op dit bedrijf zelden een ketosegeval op”, vertelt Claasen. “En Metri zorgt ervoor dat de baarmoeder sneller opschoont. Vooral oudere koeien en koeien die een tweelingdracht hebben gehad kunnen deze ondersteuning goed gebruiken. Naast dat je minder antibiotica hoeft te gebruiken tegen baarmoederontsteking, stijgt de melkproductie, doordat er geen energie verloren gaat naar de baarmoeder.”

De oudere koeien krijgen niet alleen extra ondersteuning in de vorm van AHV-producten. Ook in de huisvesting na afkalven wordt rekening met hen gehouden. De melkveehouder wijst naar het strohok. “De eerste- en tweedekalfs koeien gaan na het afkalven direct naar de groep met melkkoeien. De oudere koeien staan maximaal drie dagen in het strohok.”
Beginnen met StopLac
Sinds begin dit jaar past de melkveehouder ook StopLac van AHV toe dat ervoor zorgt dat de melkgift aan het begin van de droogstand op een rustige wijze wordt teruggebracht. StopLac werkt namelijk in op de penswerking. Doordat bepaalde pensbacteriën stil worden gelegd, neemt de productie van vluchtige vetzuren af en komt de melkproductie tijdelijk tot stilstand. Van Poppel legt uit: “De vaarzen en dieren met een lichtverhoogd celgetal zetten we op acht weken droog. De rest op zeven weken. Dan krijgen ze ook StopLac. We zien dat de druk sneller van het uier is. En ik heb gehoord dat het ook kan zorgen voor een hogere melkproductie, dus ik ben benieuwd wat dat zal gaan doen voor onze melkkoeien.”
Geen melk weggooien
Inmiddels gebruikt Van Poppel al zo’n zes jaar de producten van AHV, maar de melkveehouder weet nog als de dag van gisteren hoe vroeger met name de uiergezondheid uitdagingen gaf. “Voorheen hadden we in de zomer nog wel eens last van een verhoogd celgetal”, vertelt Van Poppel. “Het behandelen van koeien met penicilline en het weggooien van melk leverde veel werk op. Daarnaast is het natuurlijk zonde dat je niet het optimale uit je melkkoeien haalt als ze uierproblemen hebben.” Tegenwoordig kan de melkveehouder een groep apart zetten en de AHV-producten preventief toedienen, wanneer het hem uitkomt. “Dat is veel makkelijker werken. En je voorkomt problemen op voorhand, dat is een groot voordeel en geeft een goed gevoel.” Dankzij deze aanpak is antibioticagebruik voor uierproblemen op dit bedrijf bijna naar nul gedaald en ligt het celgetal stabiel op een lage waarde.

Duidelijk verschil
“In het begin was ik natuurlijk wel benieuwd wat de AHV-producten zouden gaan doen: al die namen en bijzondere werkingsmechanismen. Maar dit wende snel en we zagen snel resultaat. Ook het toedienen van de bolussen is zo gedaan. Je kunt er vier tegelijkertijd geven.”
Een paar jaar geleden voerde de melkveehouder samen met zijn AHV-adviseur een veldproef uit om te kijken wat de AHV-producten zouden doen met het celgetal. Een gedeelte van de jonge melkkoeien kreeg wel de AHV-producten, een ander gedeelte niet. Hier kwam duidelijk uit naar voren dat het celgetal een stuk lager lag bij de behandelde dieren.
Sturen op data
Inmiddels is een preventieve blik op diergezondheid een vast onderdeel geworden van de bedrijfsvoering.Als het datasysteem aangeeft dat een koe problemen lijkt te krijgen, dan springt de melkveehouder hier direct op in. “Want als je problemen wilt voorkomen, kun je niet een paar dagen afwachten”, meent hij. Daarnaast bespreekt Van Poppel na iedere MPR de resultaten met Claasen. Hoe staat het ervoor? Zijn er nog dieren met beginnende uierontsteking die extra aandacht vergen? Dan wordt hier een specifiek protocol voor opgezet met AHV Extra, Quick en Aspi om de weerstand te verhogen. Ook worden de behandelde dieren uit de voorgaande MPR besproken en de resultaten hiervan geëvalueerd. “Op dit moment houden we ons met name bezig met de opstart en droogstand. Aangezien Bas hard wil melken, is een goede start van de lactatie van belang”, aldus Claasen. “De MPR helpt hier goed bij. Zo schiet je niet in het wilde weg, maar werk je echt met een doel.” De melkveehouder vult aan: “Het is belangrijk om op voorhand goed te weten wat de producten van AHV wel en niet kunnen. Je kunt in een vroeg stadium problemen mooi verhelpen, maar een koe met chronische uierontsteking ga je er niet mee redden. Dat is goed om op een rijtje te zetten voor jezelf. Maar als je twijfelt, zou ik zeggen: probeer het gewoon. Dan weet je in ieder geval of het kan werken op jouw bedrijf.”
Tekst en beeld: Kim Sjoers





