E.coli mastitis is een ernstige uierontsteking die regelmatig wordt gezien tijdens de warme zomermaanden. De ontsteking leidt vaak tot verlies van een kwartier of zelfs tot het verlies van de koe. Waarom wordt dit meer gezien in de zomer? Welke maatregelen kunt u nemen om dit te voorkomen?
De zomerperiode is een grote uitdaging op het gebied van uiergezondheid. Op veel bedrijven zien we een stijging van het celgetal en vaak meer en ernstigere klinische uierontstekingen. Mastitis multifactoriële aandoening is een gevolg van een verstoord evenwicht tussen gastheer (de koe), omgeving en kiem. In het bijzonder tijdens de warme zomermaanden zullen enkele specifieke factoren het behoud van dit evenwicht bemoeilijken, met name:
- Hittestress waarbij de thermoregulatie van de dieren verstoord is en zij hun intern geproduceerde warmte niet voldoende kwijt kunnen aan de omgeving.
- Warme en vochtige omstandigheden vormen een perfecte bodem voor een sterke vermenigvuldiging van bacteriën in organisch materiaal (bijvoorbeeld mest) en dus een toegenomen infectiedruk.
- Vliegen kunnen als vector ziekteverwekkers zoals Staphylococcus aureus en Trueperella pyogenes overdragen.
We weten dat, naast een verhoogde infectiedruk in de omgeving, verschillende vormen van stress een negatief effect kunnen hebben op de afweer van het dier. Koeien met hittestress zullen een verminderde voeropname hebben om de interne warmteproductie te beperken. Helaas zal dit leiden tot veranderingen in het eiwit- en energiemetabolisme en zo bijdragen tot een verhoogde gevoeligheid voor ziekte en tevens een gedaalde melkproductie.
Voornamelijk bij koeien in de transitieperiode, met bijvoorbeeld subklinische slepende melkziekte, zal dit een grote impact hebben. Bij slepende melkziekte zal de koe door het tekort aan energie haar eigen vetcellen afbreken. Tijdens dit proces komen er ketonlichamen vrij, ook wel afvalstoffen genoemd. Inmiddels weten we dat deze afvalstoffen direct in verband worden gebracht met een verminderde afweer. Dit leidt tot een ondermaatse immuunreactie wanneer bijvoorbeeld E.coli het uier binnendringt.
Plan van aanpak bij E.coli mastitis
Vaccinatie tegen mastitis versterkt de specifieke afweer tegen E.coli, S.aureus en CNS. De gevormde antistoffen in melk zorgen voor opsonisatie van de kiemen. Daardoor worden de kiemen direct herkend door de ontstekingscellen en gaat de immuunrespons sneller van start.
STARTVAC® is een vaccin werkzaam tegen mastitis veroorzaakt door E. coli , Klebsiella, S. aureus en CNS infecties. Vaccinatie met STARTVAC® heeft wat betreft E. coli en Klebsiella mastitis vooral invloed op de heftigheid van de infectie. Uit een onderzoek onder ruim 3000 koeien, bleek dat de ernst van de infectie daalde met 50% en ook de afvoer van koeien daalde met 30%1 . Deze resultaten worden ook in Nederland door met STARTVAC® vaccinerende veehouders gezien. Van de met STARTVAC® vaccinatie gestarte veehouders is 90% tevreden over de resultaten bij de jaarevaluatie en blijft vaccineren!
Het is van belang de booster vaccinatie uit te voeren vòòr de risicoperiode om tijdig een volledige bescherming te krijgen én te voorkomen dat stressfactoren de doeltreffendheid van het vaccin negatief beïnvloeden.

Naast vaccinatie zijn nog een aantal andere zaken van cruciaal belang in de strijd tegen (zomer)mastitis, met op de eerste plaats de watervoorziening. Denk daarbij niet alleen aan de kwantiteit (beschikbare ruimte, aantal drinkpunten, doorstroomsnelheid) maar ook aan de kwaliteit.
Aanpassingen in het rantsoen moeten tot doel hebben om de warmteproductie te beperken door de vertering te verschuiven van pens- naar darmniveau en te voorzien in de hogere energie-, eiwit- en mineralenbehoefte (voornamelijk selenium en vitamine E). Verhoog indien nodig het gehalte aan natrium, kalium en bicarbonaat tegen pensverzuring en overweeg frequenter te voeren /of stabilisatoren te gebruiken om broei te voorkomen.
Een goede natuurlijke ventilatie van de stal, waarbij de wind gebroken wordt ter hoogte van de inlaat om tocht te vermijden, zal bijdragen tot een aangepast stalklimaat. Aanvullend kan er gewerkt worden met strategisch gepositioneerde ventilatoren. Zorg ook voor een adequate vliegenbestrijding (pour-on, ear tags), in het bijzonder voor jongvee en koeien met weidegang.
Wilt u meer informatie over de mogelijkheden van mastitisvaccinatie op uw bedrijf? Dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze dierenartsen: Jessica Hartjes, 06-3800 8533 (Nederland), Niels Groot Nibbelink (Zuid Nederland), 06-8100 2036, Sabine Hoogeveen (West Nederland) 06-8279 0165 of Anne-Lynn Geertshuis (Oost Nederland), 06-2046 9304.
Productkenmerken STARTVAC® klik hier




