Mastitis in koeien is door de jaren heen aan het veranderen, hierdoor moeten ook de preventieve maatregelen die we nemen om mastitis te voorkomen mee evolueren. Waar vroeger met name veel koegebonden uierontstekingen optraden, heeft de invoering van het 5 puntenplan voor een grote verbetering gezorgd, met name op het gebied van melk hygiëne. Welke maatregelen u nu kunt nemen om het risico op mastitis op uw bedrijf te verkleinen, hangt af van het soort bacterie dat de problemen veroorzaakt.
Mastitis wordt gekarakteriseerd als een ontsteking van het uierweefsel en heeft een grote impact op de melkproductie. Zowel de kwaliteit van de melk als de hoeveelheid melk die de koeien produceren neemt af op het moment dat er sprake is van een uierontsteking. Maar ook naderhand blijft de productie op een lager niveau steken.
Mastitis begint met het binnenkomen van een bacterie via het speenkanaal. Vanaf dit moment bepalen de binnengedrongen bacterie en het afweersysteem van de koe de ernst en het verloop van de infectie. Dit bepaalt dan ook of een mastitis klinisch of subklinisch wordt.
Klinische mastitis
Bij klinische mastitis zien we afwijkingen aan het dier en/of melk. Verschijnselen zijn dus zichtbaar. De klinische uierontsteking is op te delen in drie verschillende graden van ernst:
– Graad 1 (milde mastitis): alleen afwijkende melk
– Graad 2 (matige mastitis): afwijkende melk en een afwijkend kwartier. De ontsteking is zichtbaar aan het kwartier door bijvoorbeeld zwelling, roodheid of pijnlijkheid bij het melken.
– Graad 3 (ernstige mastitis): afwijkende melk, afwijkend uier en een zieke koe. De koe heeft naast de afwijkingen aan de melk en het kwartier, ook verdere ziekteverschijnselen, zoals koorts, niet willen vreten of niet op willen staan.
Subklinische mastitis
Wanneer een ontstekingsreactie in het uier niet voor zichtbare veranderingen zorgt, spreken we van een subklinische uierontsteking. Er is wel een ontsteking aanwezig, maar deze is met het oog niet zichtbaar. Om een subklinische mastitis de diagnosticeren zijn er verdere onderzoeken nodig, zoals het beoordelen van het individuele celgetal, of het uitvoeren van een CMT test. Een subklinische mastitis wordt gekenmerkt door een celgetal dat hoger is dan 200.000 cellen/ml. Subklinische uierontstekingen kunnen ontstaan bij een voorheen gezonde koe, maar kunnen ook het gevolg zijn van een niet goed genezen klinische uierontsteking. Daarnaast kunnen subklinische uierontstekingen ook resulteren in het klinisch worden van een uierontsteking.
Koegebonden vs. omgevingsgebonden mastitis
Afhankelijk van de oorsprong van infectie en hoe een infectie zich gedraagt, kan mastitis grofweg ingedeeld worden in twee klassen, namelijk de koegebonden of de omgevingsgebonden mastitis.
Mastitis door koegebonden bacteriën wordt veroorzaakt door bacteriën die goed kunnen overleven in het uier of op de uierhuid. Bekende koegebonden kiemen zijn bijvoorbeeld Staphylococcus aureus en Streptococcus agalactiate. Deze bacteriën leven op of in het uier en worden tijdens het melkproces van de ene op de andere koe overgedragen. Het melkproces is dan ook de belangrijkste risicofactor in het ontstaan van deze uierontstekingen.
Omgevingsgebonden kiemen komen vanuit de omgeving van de koe, waarbij vooral het ligbed een bekende bron van infectie is. E. coli is de meest bekende omgevingsgebonden bacterie. Maar ook Streptococcus Uberis en Klebsiella zijn bacteriën die vanuit de omgeving komen. De hygiëne van de omgeving is de belangrijkste risicofactor in het ontstaan van omgevingsgebonden uierontsteking.
De indeling in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen is een makkelijke indeling, maar de werkelijkheid is meer complex. Zo zijn er bijvoorbeeld bacteriestammen van de S. Uberis die zich meer als een koegebonden kiem gedragen. Dit betekent dat deze stammen, na infectie van het uier, gemakkelijk in het uier kunnen overleven, vermeerderen en overgedragen kunnen worden naar een andere koe. Ondanks dit, houden we toch graag vast aan de grove indeling in koegebonden en omgevingsgebonden kiemen.
Mastitis kengetallen
Op basis van de kengetallen van een bedrijf is vaak al te zien in welke richting we de uiergezondheidsproblemen moeten zoeken. Zo zien we vaak bij de koegebonden kiemen dat er meer problemen zijn met subklinische mastitis. De klinische uierontstekingen zijn meestal mild (graad 1) en er komen slechts enkele ernstige graad 3 uierontstekingen op het bedrijf voor. Het percentage koeien met een verhoogd celgetal (> 200.000 cellen/ml) is te hoog en ligt vaak boven 20 %. Daarnaast worden er veel chronische infecties (2 of meer opeenvolgende metingen een verhoogd celgetal) gezien, die slecht reageren op therapie. Dit alles zorgt ervoor dat het tankcelgetal te hoog is.
Bij uiergezondheidsproblemen door omgevingsgebonden kiemen, zien we juist dat het aantal matige en ernstige mastitisgevallen toeneemt en voor meer dan 10 % van het aantal klinische mastitisgevallen zorgt. De klinische uierontstekingen treden meestal begin lactatie op. Het aantal koeien met een verhoogd of chronisch verhoogd celgetal ligt vaak in de buurt van de streefwaarde en het tankcelgetal lijkt niet verhoogd te zijn.
Op basis van deze gegevens kan er al een beeld gevormd worden van wat voor soort kiem een rol speelt bij de uiergezondheidsproblemen op het bedrijf en welke risicofactoren een rol spelen bij het ontstaan van deze uierontstekingen. Om meer inzicht in de oorzakelijke kiemen te krijgen, wordt geadviseerd om regelmatig melkmonsters te laten onderzoeken, voor een nog gerichtere aanpak van de uiergezondheid op uw bedrijf. Ook het uitvoeren van een Uddercheck® geeft informatie over de aanwezige kiemen op uw bedrijf. Hierbij wordt zowel een tankmelkmonsters als een gecombineerd monster van een aantal hoog celgetal/klinische koeien op uw bedrijf onderzocht op de aanwezigheid van bacterie-DNA. De Uddercheck® geeft daarmee inzicht in de mastitis-bacteriën die op uw bedrijf aanwezig zijn en maakt een gerichte aanpak mogelijk. Wilt u deze Uddercheck® ook gratis uit laten voeren? Neem dan contact op met HIPRA middels de knop “informatieaanvraag”.






