Uierontsteking komt in de zomer vaker voor doordat de infectiedruk stijgt en de weerstand van koeien onder invloed van warm weer kan afnemen. Daarbij spelen bacteriën in de omgeving van de koe een belangrijke rol. Daarom is het strooiselonderzoek vanaf mei uitgebreid met een meting van omgevingsstreptokokken, meldt Royal GD. Deze uitbreiding moet veehouders helpen om risico’s op uierinfecties beter in beeld te brengen en gerichter maatregelen te nemen.
Omgevingsfactoren vergroten risico op mastitis
Volgens GD wordt mastitis in de zomermaanden vaak veroorzaakt door bacteriën uit de directe omgeving van de koe. Daardoor komen zowel klinische mastitis als verhoogde celgetallen vaker voor. Om de infectiedruk te beperken, is het belangrijk om aandacht te besteden aan hygiëne in de leefomgeving, het schoonhouden van de spenen, het ondersteunen van de weerstand van koeien en het tijdig opsporen en behandelen van besmette dieren, meldt Royal GD.
Daarnaast speelt strooisel een belangrijke rol bij de uiergezondheid. Bacteriën in ligboxen en afkalfhokken kunnen namelijk bijdragen aan het ontstaan van infecties. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat infecties met bacteriën zoals E. coli en Klebsiella vaker voorkomen wanneer deze ziekteverwekkers in grotere aantallen aanwezig zijn in het gebruikte strooisel.
Toename omgevingsstreptokokken
Tegelijkertijd lijkt de rol van omgevingsstreptokokken de afgelopen jaren toe te nemen. Volgens GD laten gegevens uit het programma Mastitis Tankmelk zien dat het gemiddelde aantal omgevingsstreptokokken in tankmelk in de afgelopen vijf jaar is gestegen. Ook S. uberis wordt vaker aangetroffen en behoort tot de meest voorkomende bacteriën in individuele melkmonsters.
Royal GD meldt dat infecties met S. uberis in ernstige gevallen niet alleen kunnen leiden tot een verhoogd celgetal, maar ook tot een hoger kiemgetal. Daardoor groeit de aandacht voor deze bacteriegroep binnen de monitoring van uiergezondheid.
Uitbreiding van het strooiselonderzoek
Onderzoek uit de Verenigde Staten en Australië laat zien dat hoge aantallen omgevingsstreptokokken in strooisel samenhangen met meer uierinfecties. Daarom wordt vanaf mei naast E. coli en Klebsiella ook het kiemgetal van omgevingsstreptokokken bepaald in het strooiselonderzoek.
Veehouders kunnen monsters laten nemen van de strooiselvoorraad, de ligplaatsen of beide. Daarnaast kunnen ook monsters uit strohokken worden onderzocht. De uitslag geeft inzicht in de bacteriedruk binnen het bedrijf. Daarbij worden normen per type strooisel gehanteerd en ontvangen ondernemers praktische handvatten om de situatie op hun bedrijf te beoordelen.
Bron: Royal GD




