De prijzen in de Nederlandse zuivelketen laten in april 2026 een gemengd beeld zien. De consumentenprijs voor melk en zuivelproducten bleef vrijwel gelijk, terwijl de af-boerderijprijs voor melk herstelde na een eerdere daling. Ook de producentenprijs liet een lichte stijging zien. Volgens cijfers van CBS, Wageningen Economic Research en aanvullende marktanalyses van ZuivelNL en Rabobank spelen zowel internationale vraag als het ruime melkaanbod een rol in deze ontwikkelingen.
De consumentenprijsindex (CPI) voor melk en zuivelproducten kwam in april 2026 uit op 130 punten (2020 = 100). Daarmee bleef de index vrijwel gelijk aan het niveau van februari. Sinds de piek begin 2023 daalde de consumentenprijs geleidelijk, waarna de prijs zich in de loop van 2025 stabiliseerde. Volgens het CBS beweegt de consumentenprijs minder sterk mee met de schommelingen van de af-boerderijprijs.
Binnen de verschillende productgroepen bestaan verschillen. De prijsindex van verse halfvolle melk lag lager dan een jaar eerder. Ook yoghurt en houdbare melk werden goedkoper. De prijs van kaas bleef vrijwel stabiel. Volgens Agrimatie worden prijsveranderingen bij producten met een langere verwerkingstijd, hogere verwerkingskosten en contractafspraken minder snel doorberekend aan consumenten. Daarnaast spelen voorraadposities en prijsbeleid van verwerkers en retailers een rol.

Lichte stijging producentenprijs
De producentenprijsindex (PPI) van de zuivelindustrie kwam in april uit op 119 punten. Dat is ongeveer één procent hoger dan in februari. De stijging bleef daarmee kleiner dan die van de af-boerderijprijs. Volgens Agrimatie worden veranderingen in de melkprijs slechts gedeeltelijk verwerkt in de prijzen van de zuivelindustrie. Daarbij beïnvloeden onder meer energiekosten, internationale marktprijzen en contractuele afspraken de uiteindelijke prijsvorming.
Herstel van af-boerderijprijs
De af-boerderijprijsindex steeg in april met zeven procent naar 119 punten. Daarmee herstelde de melkprijs zich na een forse daling sinds augustus 2025. Volgens ZuivelNL hangt dit herstel vooral samen met een tijdelijk herstel van de wereldmarktprijzen en seizoensinvloeden. Tegelijkertijd blijft het melkaanbod in Nederland en daarbuiten ruim, terwijl de vraag zich geleidelijk ontwikkelt.
ZuivelNL verwacht dat de Nederlandse melkaanvoer in 2026 hoog blijft. In de eerste twee maanden van het jaar lag de aanvoer 5,7 procent boven het niveau van dezelfde periode in 2025. Tegelijkertijd kunnen lagere melkprijzen en het aflopen van de derogatie de verdere productiegroei afremmen. Volgens ZuivelNL neemt hierdoor ook de druk op de mestmarkt toe.

Wereldmarkt ondersteunt prijsherstel
Volgens Rabobank ontwikkelt de wereldmarkt zich minder eenduidig dan alleen een situatie van overaanbod. De bank ziet een combinatie van een hoge melkproductie en oplopende wereldmarktprijzen voor zuivelproducten. De extra vraag uit China en Zuidoost-Azië, onder meer rond het Chinees Nieuwjaar en de ramadan, droeg hieraan bij. Daarnaast zorgden relatief lage voorraden ervoor dat extra vraag sneller doorwerkte in de marktprijzen. Vooral Nieuw-Zeeland profiteerde hiervan door de geografische ligging en bestaande handelsverdragen.
Bron: Agrimatie




