De toepassing van kunstmestvervangers uit dierlijke mest, beter bekend als Renure, komt in Nederland steeds dichterbij. Tijdens het webinar ‘Emissieloze Landbouw’ van deboeraanhetroer.nl op donderdag 26 maart gaf Coen de Vos, senior beleidsmedewerker van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, een uitgebreide update. Als alles volgens planning verloopt, kan Renure rond de zomer van 2026 officieel worden erkend in Nederland.
Na een positieve stemming in september en het uitblijven van bezwaar begin januari, is er groen licht voor gebruik van Renure-meststoffen in de EU. Zo kan een deel van de stikstofruimte voor kunstmest worden ingevuld met producten uit dierlijke mest. Dat maakt het mogelijk tot 80 kilogram extra stikstof per hectare uit dierlijke mest te gebruiken. Zo is er meer ruimte voor gebruik van dierlijke mest en is er minder kunstmest nodig.
Landelijke regelgeving
Europese goedkeuring betekent niet dat Renure meteen overal kan worden ingezet. Daar komt nationale regelgeving bij kijken. Zo moeten aan verschillende Renure-producten bijvoorbeeld mestcodes worden gekoppeld. Volgens De Vos zijn hier afgelopen tijd belangrijke stappen in gezet en kan de regeling voor gebruik van Renure ‘rond de zomer’ in werking treden. Producenten kunnen zich dan registreren als producent van Renure of certificeren. Dat laatste zal minder controle met zich meebrengen en geniet de voorkeur van het ministerie.
Subsidieregeling in denkfase
De Vos vertelde in zijn presentatie ook over een subsidieregeling voor Renure waar binnen het ministerie over wordt nagedacht. Details hierover liggen echter nog niet vast. De subsidie zou kunnen helpen met het opstarten van kleine installaties op veehouderijbedrijven of grootschalige installaties voor mestverwaarding. Hoewel De Vos benadrukte dat de subsidieregeling zich in een denkfase bevindt, laat het zien dat het ministerie waarde hecht aan een snelle praktijktoepassing van Renure.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




