Misschien wel de grootste ergernis van melkveehouders qua diergezondheid is mastitis. In melkmonsters van dieren met mastitis wordt in ongeveer 20% van de gevallen Streptococcus uberis aangetoond. Deze bacterie laat landelijk een stijgende trend zien in het aantal keren dat deze wordt aangetoond en is op steeds meer bedrijven een bedrijfsprobleem aan het worden. Weten wat u kunt doen om 55% minder dieren met mastits te hebben op uw bedrijf?
Vaccinatie met UBAC® laat het aantal klinische S. uberis mastitis gevallen met 55% dalen!
Hipra, een veterinaire farmaceut bekend van onder andere het vaccin Startvac® dat werkzaam is tegen E. coli en Staphylococcus aureus mastitis, heeft onlangs wereldwijd UBAC® gelanceerd. UBAC® is het eerste vaccin wereldwijd dat werkzaam is tegen Streptococcus uberis mastitis en sinds september ook in Nederland verkrijgbaar. Streptococcus uberis is een bacterie die bekend staat om zijn slechte genezing, veel herhaalde mastitis gevallen, maar ook een bacterie die ernstige mastitis kan geven. Ernstige mastitis kan grote gevolgen hebben en geeft daardoor kopzorgen, maar ook veel frustratie door een koe die maar niet op wil knappen ondanks behandeling. Daarnaast is het afvoerpercentage van koeien die een verhoogd celgetal of zelfs terugkerende uierontsteking krijgen ondanks behandeling, sterk verhoogd. Om de werking van het vaccin UBAC® aan te tonen werd een grote veldproef gedaan bij bijna 600 koeien verdeeld over 6 Spaanse melkveebedrijven. De dieren werden willekeurig geselecteerd, waarbij de helft gevaccineerd werd met het vaccin tegen S. uberis mastitis genaamd UBAC® en de andere helft niet (placebo groep).
Zo werd aangetoond dat het aantal dieren dat een klinische mastitis kreeg die werd veroorzaakt door S. uberis op deze bedrijven door vaccinatie met UBAC® daalde met maar liefst 55%. Het antibiotica gebruik voor mastitis daalde door vaccinatie met 56%. Daarnaast werd in het celgetal op kwartierniveau een daling gezien van 70%. Naast de verbeterde uiergezondheid viel op dat de dieren met een subklinische mastitis door S. uberis in de gevaccineerde groep 3,1 liter meer melk per dag produceerden in de eerste 147 dagen in lactatie ten opzichte van de dieren met een subklinische S. uberis mastitis in de niet gevaccineerde groep. In totaal kwam dit neer op 456 liter meer melk.
Al deze resultaten waren statistisch significant en hebben er voor gezorgd dat UBAC® als eerste vaccin aan de strenge Europese eisen omtrent veiligheid en werkzaamheid heeft voldaan. De afname in het aantal klinische S. uberis mastitis gevallen en de toename in melkproductie na vaccinatie in het geval van een subklinische S. uberis mastitis kunnen op bedrijven met S. uberis problemen als snel zorgen voor een financiële winst.
Streptococcus uberis heeft vele gezichten
Streptococcus uberis is een bacterie die zowel klinische als subklinische mastitis (een verhoogd celgetal) kan veroorzaken. Ook de ernst van de klinische mastitis kan variëren. In de regel geeft Streptococcus uberis een mildere mastitis dan bijvoorbeeld E. coli maar het hoeft niet. Om de veroorzakende kiem te achterhalen is bacteriologisch onderzoek van de melk daarom altijd noodzakelijk. Streptococcus uberis besmet koeien voornamelijk vanuit de omgeving en voelt zich erg prettig in organisch materiaal als mest en stro. Daarnaast wordt de bacterie ook aangetroffen op de huid van koeien en in het maagdarmkanaal. De kosten van S. uberis mastitis komen bij een behandeling van alleen het uier gedurende 3 dagen op gemiddeld 230,- Euro, voor een verlengde kuur van 5 dagen in combinatie met behandeling aan de nek zelfs op 288,- Euro.1
Wat is de reden dat een Streptococcus uberis mastitis vaak zo slecht geneest?
Een van de redenen dat deze bacterie ook wel de frustrerende mastitis veroorzaker wordt genoemd is dat hij vaak slecht reageert op behandeling. Het gevolg is chronische hoog celgetal koeien of zelfs koeien die, ondanks behandeling, iedere keer opnieuw klinische mastitis krijgen. Streptococcus uberis kan, net als Staphylococcus aureus, een biofilm produceren. Deze biofilm is een soort slijmlaag die wordt opgebouwd in het uierweefsel waarin de bacterie zich verstopt. Op deze manier is de bacterie minder goed bereikbaar voor de eigen afweer van de koe maar ook voor antibiotica. In onderstaande grafiek is zichtbaar wat het verloop is van het celgetal bij koeien die geïnfecteerd zijn met drie verschillende bacteriën. Wat opvalt is dat Streptococcus uberis de bacterie is die de hoogste stijging geeft in het celgetal maar ook het langste aanhoudt. Het gevolg is dat er chronisch besmette S. uberis koeien ontstaan.

Grafiek 1: Verloop van celgetal na inoculatie van het uier met verschillende subklinische mastitis verwekkers, verkregen van Gröhn (2004) en Schukken (2009)
Deze zogenaamde chronisch besmette koeien kunnen andere koeien besmetten, de bacterie is zich dan meer koegebonden gaan gedragen. Bij S. uberis problemen moet overdracht tijdens het melken dus worden voorkomen. Het voorkomen van besmetting vanuit de omgeving blijft echter één van de voornaamste maatregelen. Behandeling van klinische S. uberis mastitis tijdens lactatie is nodig voor het welzijn van de koe, maar de genezingspercentages liggen aanzienlijk lager dan bij behandeling tijdens de droogstand. Om op uw bedrijf beter te weten hoe en op welke manier behandelen zinvol is, is het bijhouden van een goede administratie cruciaal. Evalueer samen met uw dierenarts eens hoe uw koeien genezen. Stuur regelmatig melk in voor bacteriologisch onderzoek zodat ook duidelijk is welke bacterie een rol speelt. Bespreek aan de hand hiervan ook bij welke koeien behandeling zinvol is. Over het algemeen geldt dat ouderekalfskoeien (3de kalfs en meer) met een celgetal dat al langer verhoogd is en meerder kwartieren die zijn aangedaan slecht genezen. Voor S. uberis geldt dat behandeling in de droogstand vaak zinvoller is.
Omdat S. uberis zich voornamelijk omgevingsgebonden gedraagt ligt de focus op het verminderen van infectie vanuit de omgeving en dus een optimale hygiëne op het bedrijf. Door het nemen van deze maatregelen worden ook infecties met E. coli verminderd. Hygiëne van de ligboxen en de looppaden zijn cruciale punten. Omdat veel infectie optreedt tijdens het melken kan desinfectie van de spenen voorafgaand aan het melken zeer nuttig zijn. Bij controle van de spenen vóór het onderhangen van het melkstel mag bij 95% van de spenen geen of bijna geen vuil achterlaten worden op een desinfectiedoek. Rondom droogzetten en afkalven gelden dezelfde strikte hygiëne maatregelen. Een combinatie van vaccineren en het verbeteren van het management kunnen dan ook een enorme winst opleveren voor bedrijven waar S. uberis een rol speelt.
|
Vaccinatie met UBAC® zorgt voor: |
|
- Steeneveld et al., JDS, 2011
Wilt u meer informatie ontvangen over preventie en vaccineren in de strijd tegen Streptococcus uberis mastitis? Neem dan contact op middels het Hipra contact formulier.
Wilt u meer lezen over Streptococcus uberis mastitis?
Klik hier en lees: Ten strijde tegen E. coli en Klebsiella mastitis!
Klik hier en lees: Terugkerende mastitis – een frustrerend probleem





