China blijft een bepalende factor op de internationale zuivelmarkt, maar de samenstelling van de Chinese vraag verandert. Voor 2026 verwacht het Amerikaanse landbouwministerie USDA dat de Chinese melkproductie ongeveer stabiel blijft. De import van consumptiemelk neemt naar verwachting iets af, terwijl de invoer van onder meer kaas en boter juist licht groeit.
De Chinese zuivelsector kampt al enkele jaren met een ruim aanbod van rauwe melk. Dat heeft de melkprijzen onder druk gezet en ertoe geleid dat kleinere melkveebedrijven zijn gestopt. Tegelijk investeren grotere zuivelondernemingen in producten met een hogere toegevoegde waarde, zoals kaas, boter en gespecialiseerde melkpoeders.
Bij volle melkpoeder verwacht USDA in 2026 weinig verandering in de Chinese import. De eigen productie neemt naar verwachting iets af, onder meer doordat verwerkers melk voor andere producten gebruiken. Ook de invoer van magere melkpoeder blijft naar verwachting ongeveer stabiel. Daarmee lijkt China op korte termijn niet terug te keren naar de sterke importgroei die de internationale zuivelmarkt in eerdere jaren ondersteunde.
Tegelijk ontstaan er nieuwe kansen. De Chinese consumptie van kaas groeit geleidelijk, doordat kaas vaker wordt gebruikt in restaurants, bakkerijen en koffie- en theeketens. USDA verwacht daarom voor 2026 zowel een hogere Chinese kaasproductie als een lichte groei van de kaasimport. Ook de vraag naar boter neemt naar verwachting toe.
China blijft een belangrijke bestemming voor internationaal verhandelde zuivel, maar de groei zit minder vanzelfsprekend in bulkproducten als melkpoeder. De ontwikkeling van de Chinese vraag naar kaas, boter en gespecialiseerde zuivelproducten kan daardoor belangrijker worden voor de internationale afzet en prijsvorming.
Auteur: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu




