Het vertrouwen dat boeren en tuinders in de Nederlandse land- en tuinbouw in hun onderneming hebben, daalde licht in het eerste kwartaal van 2026. De Agro Vertrouwensindex staat nu op 4,5 punten. Het vertrouwen van ondernemers ligt ook lager dan het langlopende gemiddelde van ongeveer 10,5 punten. Biologische bedrijven hebben dit kwartaal van alle sectoren het meeste vertrouwen in hun onderneming, veel meer dan de reguliere akkerbouw- en melkveebedrijven
De Agro Vertrouwensindex bij de melkveehouderij steeg met 8,2 punten, waarmee het negatieve sentiment van eind 2025 omsloeg naar een licht positief vertrouwen in het eerste kwartaal van 2026.
De index kwam daarmee uit op 7,3 punten. De index blijft hiermee onder het langjarige gemiddelde van 11 punten.

Stemmingsindex
De stemmingsindex blijft de laatste jaren schommelen: na een stijging in 2025 volgde in het vierde kwartaal een scherpe daling (-17,4), waarna in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw een lichte daling (-1,6) plaatsvond. Daarmee zakt deze score net onder het langjarige gemiddelde, maar nog wel boven het gemiddelde van alle land- en tuinbouwbedrijven.
Stemming afhankelijk van de melkprijs
Volgens sectordeskundige Jakob Jager van Wageningen Social & Economic Research hangt de gematigde stemming vooral samen met de lage melkprijs, al lijkt deze zich recent iets gunstiger te ontwikkelen.
‘De totale melkaanvoer neemt toe, zowel binnen Europa (+4,5%) als daarbuiten (in sommige landen 6-10%).
Tegelijkertijd zullen de kosten voor mestafzet stijgen door toenemende volumes en de laatste stap in de derogatieafbouw die in 2026 wordt gezet. In 2020 bedroegen de mestkosten gemiddeld nog 5.000 euro. In 2025 liep dat op naar 25.000, en vermoedelijk komt daar in 2026 nog eens 5.000 tot 10.000 euro bij,’ geeft Jager aan. ‘Dit is afhankelijk van het weer in het voorjaar en de prijsontwikkeling. Als er minder varkens zijn, zal er minder varkensmest worden afgezet. Dat compenseert wellicht iets,’ zegt Jager ter afsluiting.

Toekomstverwachtingen onder langlopend gemiddelde
De toekomstverwachting komt, na een licht herstel ten opzichte van het vorige kwartaal, uit op -5,5 punten. Hiermee ligt de index nog wel onder het langjarige gemiddelde van bijna 2 punten. Volgens sectordeskundige Jakob Jager komt dit herstel vooral doordat de melkveehouders een hogere melkprijs verwachten (de voorschotprijs lag in april en mei al iets hoger).
Ondanks de toegenomen melkaanvoer zijn de prijzen voor magere melkpoeder wel gestegen, door aanhoudend sterke vraag. De noteringen voor boter en volle-melkpoeder zijn daarentegen gedaald. Opvallend is de hoge notering voor wei-poeder, gedreven door een grote vraag naar proteïnedrankjes. Er is dus sprake van een tweedeling in de ontwikkeling van de zuivelnoteringen.

Biologische landbouwbedrijven
Het vertrouwen van ondernemers in de biologische sector steeg in het eerste kwartaal van 2026 met 5,8 punten. De index kwam uit op bijna 26 punten. Daarmee is de biologische sector de sector met het meeste vertrouwen in de eigen onderneming. Zowel de stemmingsindex als het vertrouwen voor de middellange termijn steeg.
Sectorspecialist Coen van Ruiten van Wageningen Social & Economic Research geeft aan dat de aanhoudende aandacht voor biologische producten in zowel overheidsbeleid als retail mogelijk bijdraagt aan de positieve ontwikkeling van het vertrouwen onder biologische landbouwbedrijven.
Van Ruiten: ‘De overheid investeert blijvend en duurzaam in de biologische sector. Eind 2025 is bijvoorbeeld een consumentencampagne over biologisch productie en consumptie gestart. Ook stimuleert de overheid via de Vabiola-regeling de afzet van biologische landbouwproducten. Boeren ontvangen hierbij subsidie voor samenwerkingsprojecten waarmee ze de verkoop van biologische producten kunnen vergroten. Ook aan de zichtbaarheid wordt gewerkt. Collega-onderzoeker Katja Logatcheva geeft aan dat de groei van het vertrouwen is bevestigd door een positieve ontwikkeling in het biologische areaal met een toename van twee procent en een lichte toename (van enkele tienden van een procent) in het aandeel biologische veestapels in de belangrijkste veehouderijsectoren, zoals varkens, rundvee en schapen.
Bron: Agrimatie en ASR




