Veel discussies over de toekomst van de landbouw gaan over extensivering. Adviseur en loonwerker Karel Kennes wil het omdraaien. Hij pleit voor een vorm van intensivering, waarbij bodemgezondheid, biodiversiteit en voereiwitproductie centraal staan.
Volgens Kennes zit de oplossing niet in minder produceren, maar in het slimmer benutten van wat er onder de grond en op het land gebeurt. Daarbij kijkt hij vooral naar de bodem, het bodemleven en de mogelijkheden om meer gewassen in één bouwplan te combineren. Tijdens de bijeenkomst ‘Gezonde voeding begint bij de bodem’ die VKON organiseerde vanuit het project De Route naar Balans bij demonstratiebedrijf maatschap Sanderink-Sleiderink in het Overijsselse Beuningen vertelde hij hierover.
Extra gewas na de maïs
Een belangrijk voorbeeld van het slimmer benutten van de bodem zijn de wintergewassen waarmee op het bedrijf van de Beuningse maatschap wordt geëxperimenteerd. Het idee is om na de maïsoogst direct een nieuw gewas in te zaaien dat niet alleen als groenbemester dient, maar ook als extra bron van ruwvoer en eiwit.
“Veel mensen zeggen dat de landbouw moet extensiveren”, vertelde Kennes. “Maar als de kosten stijgen en de opbrengsten onder druk staan, is dat het domste wat je kunt doen. Wij moeten juist intensiever werken door groenbemesters te kiezen die tegelijkertijd een extra hoofdgewas worden.”
Kennes denkt hierbij aan mengsels met wintererwten, winterwikken, inkarnaatklaver, triticale en mogelijk winterlupinen. Deze gewassen beschermen de bodem gedurende de winter, stimuleren het bodemleven en kunnen in het voorjaar als GPS worden geoogst. “Dan produceer je niet alleen een groenbemester, maar ook extra eiwit.”
Onder de grond gebeurt het
Volgens Kennes kijken veel agrariërs nog te veel naar wat er boven de grond groeit. Juist onder de grond worden volgens hem de belangrijkste processen gestuurd. Dat was voor hem ook een belangrijke reden om in een maïsdemo op het bedrijf van Sanderink-Sleiderink te werken met sorghum als onderdeel van de onderzaai. Volgens Kennes stimuleert sorghum de ontwikkeling van mycorrhiza-schimmels. Die schimmels vormen een netwerk rond de wortels en helpen planten bij het vrijmaken van voedingsstoffen uit de bodem.
“Voor mij is het dan ook veel belangrijker wat sorghum onder de grond doet dan wat het boven de grond oplevert.” In eerdere proeven zag hij dat effect ook terug in de volgteelten. “Na sorghum zagen we bij graangewassen verschillen in kwaliteit en opbrengst. Het is een gigantisch goede bodemverbeteraar.”
Schimmels als ontbrekende schakel
In wat Kennes vertelde keerde steeds één thema terug: het belang van schimmels in de bodem. Volgens hem wordt in de landbouw vaak vooral gekeken naar bacteriën en voedingsstoffen, terwijl schimmels minstens zo belangrijk zijn voor het functioneren van een gezonde bodem. “Als je geen schimmels hebt, kun je lignine niet afbreken. Dan kunnen bacteriën en wormen uiteindelijk ook weinig met voedsel uit plantenresten.” Daarom pleit hij ervoor om organische stof zoveel mogelijk te benutten en te werken met gewassen die het schimmelleven stimuleren.

Compostthee als activator
In die filosofie past ook het gebruik van compostthee. Compostthee wordt gemaakt door compost in water te laten trekken en vervolgens de biologie uit het compostmengsel te vermeerderen. Op het bedrijf van Francis en Ruud Sanderink-Sleiderink wordt dit ingezet als aanvulling op en gedeeltelijk als vervanging van kunstmest. Volgens Kennes gaat het daarbij niet alleen om het toevoegen van nuttige micro-organismen. Naast micro-organismen bevat compostthee volgens hem ook enzymen en aminozuren die processen in bodem en plant stimuleren.
Kennes ziet daarbij verschillende toepassingsmogelijkheden. Zo kan compostthee met de drijfmest worden toegediend, met de veldspuit worden toegediend of als rijenbemesting bij bijvoorbeeld maïs worden gebruikt. “Wat klanten terugzien is dat gewassen langer gezond blijven en beter doorgroeien tijdens stresssituaties”, vertelt hij.

Minder afhankelijk van kunstmest
De nadruk op bodemleven betekent volgens Kennes niet dat kunstmest helemaal uit den boze is. Wel vindt hij dat de sector veel kritischer moet kijken naar de hoeveelheden die worden gebruikt. Een gezonde bodem moet volgens hem steeds meer voedingsstoffen zelf kunnen vrijmaken. Door bodemleven, wortelgroei en gewasdiversiteit te stimuleren, denkt hij dat bedrijven minder afhankelijk kunnen worden van externe input. “De natuur zet de hele winter voedingsstoffen klaar voor het volgende seizoen. Daar moeten we veel meer gebruik van maken.” Volgens Kennes ligt daar ook de toekomst van een duurzame melkveehouderij. Niet produceren met steeds meer middelen, maar met een bodem die actief meewerkt.
Dit najaar meer evenementen
Miranda Nolten van VKON laat weten dat er komende tijd nog meer evenementen over bodem, bemesting en diergezondheid op stapel staan. Zo staat er een bijeenkomst gepland met Peter van Hoof over de waarde van mest, een training over minder kunstmest en een gezondere bodem en een cursus werken met koekenmerken gepland. Deze bijeenkomsten vinden allemaal plaats bij Francis en Ruud Sanderink-Sleiderink.
Tekst en beeld: Gerben Hofman

