Kruidenrijk grasland kan tot 11% meer droge stof opleveren met aanzienlijk minder stikstofgebruik. Dat blijkt uit onderzoek dat is gepresenteerd tijdens het European Grassland and Forages-congres, dat van 12 tot 16 april 2026 plaatsvond in Évora, Portugal.
Onderzoekers uit Europa, de VS en Australië deelden recente inzichten op het congres. Volgens onderzoeksnetwerk LegacyNet draagt een grotere soortendiversiteit bij aan zowel opbrengst als efficiënt gebruik van nutriënten. De bevindingen zijn gebaseerd op internationale en Nederlandse studies.
Opbrengst uit kruidenrijk grasland
Tijdens het congres presenteerde LegacyNet resultaten van onderzoek op 26 locaties. Daaruit blijkt dat productief kruidenrijk grasland gemiddeld 11% meer droge stof oplevert dan monocultuur Engels raaigras. Tegelijkertijd is ongeveer 150 kg minder stikstof uit kunstmest nodig, volgens LegacyNet. Dit type grasland bestaat doorgaans uit een combinatie van grassen, klavers en kruiden.
Daarnaast bevestigt onderzoek op De Marke deze trend. In het derde jaar produceerde een mengsel van verschillende soorten 1,1 ton meer droge stof dan puur Engels raaigras. Bovendien was daarvoor 240 kg minder minerale stikstof nodig. Hierdoor lag de totale stikstofonttrekking 176 kg hoger.
Verklaring voor verschillen in groei
Een belangrijke verklaring ligt in het groeipatroon van de verschillende plantensoorten. Gras groeit vooral sterk in het voorjaar, maar kent een terugval in de zomer. Klavers en kruiden behouden juist een stabielere groei gedurende het seizoen. Daardoor blijft de totale productie van mengsels constanter. Bovendien speelt de spreiding in eigenschappen een rol. Verschillende soorten reageren anders op weersomstandigheden. Daardoor blijft de opbrengst stabieler, vooral in drogere perioden.
Overyielding
Het hogere rendement van mengsels wordt verklaard door zogenoemde “overyielding”. Dit betekent dat gecombineerde teelt van soorten meer oplevert dan afzonderlijke teelt. Dit komt doordat planten licht, water en voedingsstoffen beter benutten wanneer ze samen groeien, volgens LegacyNet.
Daarnaast blijkt dat een grotere variatie in soorten leidt tot hogere opbrengsten. Systemen met zes soorten presteren beter dan systemen met drie soorten. Daardoor wordt het grasland robuuster en beter bestand tegen wisselende omstandigheden.




