Bemest op z’n Best draait om het beperken van ammoniakemissie bij het uitrijden van mest. Dat is niet alleen gunstig voor het milieu, het zorgt ook voor een betere benutting van stikstof. Toch begint emissiearm werken volgens Stefan van ’t Ooster, bedrijfsbegeleider bij Netwerk Praktijkbedrijven, al veel eerder: in het rantsoen en de kwaliteit van het ruwvoer.
Tijdens een demomiddag van Bemest op z’n Best bij de familie Assies in Zeewolde op 16 april werd dat opnieuw duidelijk. Maatregelen op het land zijn belangrijk, maar de basis ligt op het erf.

Praktijkbedrijf met blik op de toekomst
Het bedrijf van de familie Assies combineert melkveehouderij met akkerbouw. Met 90 melkkoeien en bijbehorend jongvee op zo’n 100 hectare is het een extensief bedrijf. Er wordt gewerkt met een één-op-acht vruchtwisseling, waarbij het grasland ondersteunend is aan de akkerbouw.
Het bedrijf is één van de onderzoeksbedrijven binnen Netwerk Praktijkbedrijven, een landelijk netwerk van melkveehouders die samen met onderzoekers en adviseurs werken aan praktische oplossingen voor het reduceren van ammoniak- en methaanemissie. De familie wil niet afwachten wat er op hen afkomt, maar actief meedenken over beleid én blijven werken aan verbetering op het eigen bedrijf.

Meten = weten in de stal
Op het bedrijf worden de ammoniak- en methaanemissies in de stal continu gemeten. Die inzichten helpen om gerichter te sturen. Zo bleek uit recente metingen dat de emissie van ammoniak toeneemt bij een hoger ventilatieniveau. Voldoende ventilatie is essentieel voor het dierwelzijn, maar volgens Van ’t Ooster is het zinvol om te kijken hoe dit optimaal kan worden ingericht zonder extra emissie. Dit is dan ook iets waar binnen Netwerk Praktijkbedrijven naar wordt gekeken.
In de stal wordt de ammoniakemissie met praktische maatregelen zoveel mogelijk geminimaliseerd. De roostervloer wordt continu licht bevochtigd met een eenvoudige druppelslang, waardoor urine sneller door de roosters verdwijnt en minder ammoniak kan ontstaan. Daarnaast wordt de vloer regelmatig geschoven, zodat mest zo kort mogelijk op de roosters ligt.
Om snel inzicht te krijgen in de ammoniak- en methaanemissie van de stal biedt het Netwerk Praktijkbedrijven de Stal Quickscan.
Slim omgaan met mest
Ook bij het uitrijden van mest wordt gestuurd op emissiereductie. De mest wordt verdund met water, onder andere door het druppelen in de stal, en nauwkeurig toegediend. Goed mestmanagement is volgens Van ’t Ooster een belangrijke schakel, maar zeker niet de enige.

De basis ligt bij het rantsoen
De grootste winst zit volgens hem aan de voorkant van het systeem. “Emissiearm werken begint bij een goed rantsoen met kwalitatief ruwvoer”, benadrukt Van ’t Ooster. Op het bedrijf van Assies wordt dit in de praktijk gebracht. Er wordt gestuurd op een lager ruw eiwitgehalte in het rantsoen. De bemesting van het gras is afgestemd op het gewenste eiwitgehalte. Het doel is om zoveel mogelijk vers gras in de koe te krijgen, onder andere via zomerstalvoedering. Dit helpt om de methaanemissie vanuit de pens te verlagen.
Bij de ruwvoerwinning ligt de nadruk op kwaliteit in plaats van maximale opbrengst. Er wordt in het groeiseizoen elke vier weken gemaaid, en het inkuilen gebeurt zeer zorgvuldig. Met goed aanrijden, onder andere met een inkuilwals, en het gebruik van inkuilmiddelen wordt gewerkt aan smakelijk en goed verteerbaar ruwvoer.
De demomiddag liet zien dat emissiebeperking verder gaat dan alleen bemestingstechniek. Het totaalplaatje op het bedrijf telt. Buiten konden de aanwezigen met eigen ogen de prestaties van diverse machines voor emissiearm aanwenden van drijfmest op bouwland zien.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




