In 2025 bestond het rantsoen van een gemiddeld Koeien en Kansen-bedrijf voor 61% uit lokaal geteeld eiwit. Van dit lokale eiwit werd 92% op het eigen bedrijf geteeld en rest werd aangekocht binnen een straal van 20 kilometer. Ondanks een hoger RE-gehalte in het rantsoen en daarmee een hogere eiwitgift, bleef het aandeel lokaal geteeld eiwit in 2025 gelijk aan dat in 2024.
Aandeel lokaal eiwit blijft gelijk
Gemiddeld werd in 2025 56,5% van het eiwit op het eigen bedrijf geproduceerd en 4,5% regionaal aangekocht, volgens de gegevens van Koeien en Kansen. Daarmee kwam het totaal op 61% lokaal geteeld eiwit. Daarnaast werd 92% van het lokale eiwit op het eigen bedrijf geteeld. Hoewel het ruw eiwitgehalte in het rantsoen steeg, bleef het aandeel lokaal eiwit gelijk aan 2024. Vier bedrijven haalden de doelstelling van minimaal 65%, terwijl vijf andere bedrijven daar net onder bleven met meer dan 60%.
Invloed van bedrijfsintensiteit
De intensiteit van een bedrijf blijkt een bepalende factor. Zo realiseerde een extensief bedrijf met circa 5.000 kg melk per hectare ongeveer 90% eiwit van eigen land, terwijl slechts een klein deel werd aangekocht. Tegelijkertijd haalde een intensief bedrijf met 47.000 kg melk per hectare nog 45% lokaal eiwit, volgens Koeien en Kansen. Dit kwam door een combinatie van regionaal aangekochte eiwitten, een groot aandeel grasland en een eiwitarm rantsoen.
Daarnaast viel op dat bedrijven met een lager ruw eiwitgehalte in het rantsoen vaker een hoger aandeel lokaal eiwit realiseren. Ook speelde de opbrengst van grasland een rol. Bedrijven met hogere grasopbrengsten konden relatief meer eiwit van eigen land benutten.
Rol van rantsoensamenstelling
Hoewel de samenstelling van het rantsoen grotendeels gelijk bleef, veranderden de eiwitgehalten van de afzonderlijke componenten. Zo steeg het ruw eiwitgehalte van eigen geteeld voer, terwijl dat van aangekocht voer daalde. Daardoor werd meer eiwit uit eigen gras benut. Tegelijkertijd nam de bijdrage van aangekochte eiwitbronnen af.
Verder blijkt dat een hoger eiwitgehalte in krachtvoer invloed heeft op het totale aandeel lokaal eiwit. Als het eiwitgehalte van krachtvoer gelijk was gebleven aan 2024, dan zou het aandeel lokaal eiwit hoger zijn uitgekomen dan 61%, volgens Koeien en Kansen.
Sturen op lokaal eiwit
Er zijn meerdere manieren om het aandeel lokaal eiwit te verhogen. Bedrijven met een lagere intensiteit hebben doorgaans meer mogelijkheden, maar dit is niet doorslaggevend. Het combineren van een lager ruw eiwitgehalte met een hoge opbrengst van eigen grasland blijkt effectief. Daarnaast speelt de keuze voor eiwitarme aangekochte producten een rol.
Ook kan het regionaal aankopen van voer bijdragen aan het behalen van de doelstelling. Vooral bij bedrijven onder de 20.000 kg melk per hectare kan dit verschil maken. Tot slot dragen teelten zoals gras, klaver en luzerne bij aan een groter aandeel lokaal eiwit in het rantsoen.
Bron: Koeien & Kansen




