RVO heeft besloten om de uiterste ingangsdatum voor de minimale bedekking van percelen voor eco-activiteiten ‘groene braak’, ‘kruidenrijke bufferstrook langs bouwland’ en ‘kruidenrijke bufferstrook langs grasland’ aan te passen. De extreme droogte in april remde de ontwikkeling van de gewassen. Boeren en telers krijgen nu tot 1 juli de tijd om alsnog aan de voorwaarde van een minimale bedekking of aandeel kruiden/vlinderbloemigen van de percelen te voldoen.
RVO beoordeelt nu de extreme droogte als overmacht en geeft boeren daarom tot 1 juli de tijd om alsnog aan de voorwaarden van de eco-activiteit te voldoen.
Twee tot vier weken extra
Het uitstel betekent dat boeren twee tot vier weken langer de tijd hebben om het gewas te laten groeien. De overige voorwaarden en einddatum van de genoemde eco-activiteiten wijzigen niet.
Voor de volgende eco-activiteiten is de ingangsdatum voor minimale bedekking uitgesteld:
- Eco-activiteit Groene braak: het perceel moet uiterlijk op 1 juli 2026 voor minimaal 80 procent zichtbaar bedekt zijn met het gewas dat is opgegeven.
- Eco-activiteit Kruidenrijke bufferstroken langs grasland: het perceel moet uiterlijk op 1 juli zichtbare bedekking hebben. Deze bestaat uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemige gewassen.
- Eco-activiteit Kruidenrijke bufferstrook langs bouwland: het perceel moet uiterlijk op 1 juli zichtbare bedekking hebben. Deze bestaat uit tenminste 25 procent duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemige gewassen.
Geen overmachtsmelding nodig
Boeren hoeven op dit moment geen overmachtsmelding te doen voor deze drie eco-activiteiten. Maar als de hitte en droogte aanhouden, en de genoemde percentages niet op het hele perceel gehaald worden, adviseert LTO om in juli /augustus alsnog om de overmachtsmelding wel te doen. LTO adviseert om ook wekelijks foto’s te maken van de betreffende percelen om bewijsmateriaal gereed te hebben, mocht er straks een afwijzing vanuit RVO komen. De foto’s moeten te herleiden zijn naar het perceel, zorg ervoor dat er herkenbare gebouwen of bomen op staan.
Voor overige eco-activiteit verandert er niets
Voor de overige eco-activiteiten verandert er nu niets. Op deze activiteiten blijven de oorspronkelijke voorwaarden van toepassing. Dat betekent dat de gebruikelijke resultaatverplichting in stand blijft. Dat kan betekenen dat de inspanning alleen niet voldoende kan zijn. Als het niet gaat lukken om aan de voorwaarde voor de subsidie te voldoen door een andere reden dan overmacht, dan moet de boer de activiteit intrekken.
Bron: RVO en LTO Nederland




