De prijs van agrarische grond in Nederland is in het vierde kwartaal van 2025 sterk gestegen. De prijs ging in één kwartaal omhoog met 12,7 procent. Dat is van 92.900 euro in het derde kwartaal naar 104.700 euro per hectare in het vierde kwartaal.
Over heel 2025 kwam de gemiddelde grondprijs uit op 95.400 euro per hectare. Dat is 11,8 procent hoger dan in 2024. In dat jaar was de prijs 85.300 euro per hectare.
Prijzen bouwland en grasland
De gemiddelde prijs van bouwland is in het vierde kwartaal met 8,6 procent gestegen naar 115.700 euro per hectare. Over heel 2025 ligt de gemiddelde grondprijs van bouwland op 106.700 euro per hectare. Dat is 7,1 procent boven de prijs van 2024. Toen was het 99.600 euro per hectare.
De gemiddelde prijs van grasland is in het vierde kwartaal met 17,7 procent toegenomen tot 94.900 euro per hectare. Deze sterke stijging compenseert een sterke daling van 3,4 procent in het derde kwartaal. Van 2024 naar 2025 steeg de gemiddelde prijs van grasland van 76.000 euro naar 86.400 euro per hectare. Dat is een stijging van 13,7 procent.
De gemiddelde prijs van snijmaisland is in het vierde kwartaal met 2,4 procent toegenomen tot 102.300 euro per hectare.

Grondmobiliteit
In het vierde kwartaal is 12.100 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is bijna 330 ha of 2,8 procent meer dan in hetzelfde kwartaal van 2024. In heel 2025 is 33.900 hectare grond verhandeld. Dat is 7,4 procent meer dan in 2024, toen 32.500 hectare is overgedragen
De relatieve grondmobiliteit kwam uit op 1,88 procent, tegenover 1,76 procent in dezelfde periode het jaar daarvoor. De relatieve grondmobiliteit is het verhandeld areaal afgezet tegen het totaal areaal landbouwgrond.

Grondprijzen per provincie
De gemiddelde agrarische grondprijs loopt in het vierde kwartaal uiteen van 65.900 euro in Fryslân tot 199.000 euro per hectare in Flevoland. In de overige provincies ligt de grondprijs dichter bij elkaar: tussen 86.600 euro in Drenthe en 117.200 euro per hectare in Noord-Brabant.

De landelijke agrarische grondprijs is in het vierde kwartaal met ruim 12 procent gestegen. Terwijl de grondprijs in de meeste provincies minder hard steeg. Of heel licht afnam, zoals in Zeeland. De reden is dat de provinciale kwartaalprijzen zijn berekend als het voortschrijdende gemiddelde over vier kwartalen. Terwijl de landelijke kwartaalprijs de daadwerkelijke prijs van het kwartaal is. Het provinciale voortschrijdende gemiddelde ijlt daardoor iets na op de landelijke kwartaalprijs-ontwikkeling.
In de provincies Fryslân, Drenthe en Groningen is de gemiddelde agrarische grondprijs in het vierde kwartaal met 2,8, 2,9 en 4,4 procent gestegen. Ook in Gelderland is de gemiddelde agrarische grondprijs met 4,4 procent gestegen. In Overijssel was de stijging hoger, namelijk 5,0 procent.
Grote stijging in Flevoland
In de provincie Flevoland is de gemiddelde agrarische grondprijs met 9 procent fors gestegen.

In de provincie Noord-Holland is de gemiddelde agrarische grondprijs met 11,5 procent toegenomen. in Zuid-Holland steeg de grondprijs met 6,8 procent. Met 0,3 procent bleef in Utrecht de grondprijs bijna gelijk. Noord-Brabant en Limburg kenden een verandering van de gemiddelde agrarische grondprijs met 8,3 en 3,3 procent. In Zeeland daalde de grondprijs met -0,3 procent.
Relatieve grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit varieert in 2025 van 0,85 procent in Flevoland tot 2,73 procent in Limburg. In vergelijking met één jaar eerder is de relatieve grondmobiliteit het sterkst gedaald in Flevoland en Zuid-Holland met 0,8 en 0,2 procentpunt. En het sterkst gestegen in Noord-Holland en Drenthe met 0,6 en 0,5 procentpunt.

Bron: Kadaster

