Een verhoging van de grondwaterstand in veenweiden van 50 naar 20 centimeter onder maaiveld om de afbraak van veen te beperken leidt gemiddeld tot 9 procent minder grasopbrengst. Dat blijkt uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut. De voederwaarde van het gras blijft grotendeels op peil.
Proeven in Nederlandse veenweiden
Om te onderzoeken wat de impact is van een hogere grondwaterstand op veenafbraak en graslandopbrengst, deden onderzoekers meerjarige veldproeven in Nederlandse veenweidegebieden. Op proeflocaties met veengrond zijn percelen ingericht met verschillende streefpeilen voor de grondwaterstand: circa 50 centimeter onder maaiveld (gangbaar peil) en circa 20 centimeter onder maaiveld (verhoogd peil).
De proeven zijn uitgevoerd onder praktijkomstandigheden, met regulier graslandbeheer. Dat betekent onder meer bemesting volgens gangbare normen en gewoon maaien en/of beweiden. Door de waterstanden actief te sturen via peilbeheer kon het effect van structureel hogere grondwaterstanden worden vergeleken met dat van traditioneel ontwaterde percelen.
Gedurende de proefperiode zijn onder andere gemeten:
- drogestofopbrengst per snede en per jaar;
- ruw eiwitgehalte en andere voederwaarden;
- bodemvocht en grondwaterstanden;
- indicatoren voor stikstofbeschikbaarheid en mineralisatie.
Minder stikstof door tragere mineralisatie
Uit de metingen blijkt dat bij een hogere grondwaterstand de mineralisatie van organische stof afneemt. Daardoor komt minder stikstof vrij uit het veen. Dit verklaart het grootste deel van de gemiddelde opbrengstdaling van circa 9 procent.
Belangrijk is dat de samenstelling van het gras nauwelijks veranderde. Het ruw eiwitgehalte en de verteerbaarheid bleven vergelijkbaar tussen de verschillende grondwaterstanden. Met andere woorden: de voederwaarde per kilogram drogestof bleef grotendeels gelijk.
Praktische gevolgen voor melkveehouders
De studie laat zien dat melkveehouderij bij een grondwaterstand van circa 20 centimeter onder maaiveld technisch mogelijk blijft. De ruwvoeropbrengst zal echter wel fors naar beneden gaan. In de bemesting moet rekening worden gehouden met een lagere natuurlijke stikstoflevering. De hogere grondwaterstand beïnvloedt ook de draagkracht en de bewerkbaarheid van de bodem. Dit heeft mogelijk ook effect op de beweidingsmogelijkheden.
Consequenties voor individuele bedrijven
Het onderzoek geeft een indicatie van de mogelijkheden voor graslandbeheer bij verhoogde grondwaterstanden. Volgens de onderzoekers zijn verdere langjarige metingen en bedrijfseconomische analyses nodig om de consequenties voor individuele bedrijven goed te kunnen inschatten.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




