De methaanuitstoot van melkvee tijdens weidegang in het voorjaar is aanzienlijk minder dan bij voeding met graskuil, of zomerstalvoedering. Dit blijkt uit verschillende beweidingsonderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Maar hoe komt dat? Onderzoekers van Wageningen Livestock Research zochten mogelijke verklaringen uit, waaronder de rol van suikers in vers gras, de samenstelling van het voer en processen in de pens van de koe.
Methaanuitstoot voorjaarsweidegang lager dan verwacht
Uit eerder onderzoek op Dairy Campus blijkt dat melkvee tijdens weidegang in het voorjaar gemiddeld 14,6 gram methaan per kilogram droge stof uitstoot. Dat ligt lager dan bij beperkte weidegang en zomerstalvoedering met vers gras.
Volgens onderzoeker Lisanne Koning van Wageningen Livestock Research wijkt de uitstoot tijdens voorjaarsbeweiding structureel af van de voorspellingen van bestaande modellen. “We zien dat de emissie tijdens beweiding in het voorjaar consistent lager is dan wat de modellen voorspellen. Maar we weten nog niet goed waar dat door komt.”
Onderzoek naar rol van suikers in vers gras
Onderzoekers zochten vervolgens uit of fructanen, een vorm van suiker in voorjaarsgras, invloed hebben op de methaanproductie. De verwachting was dat deze suikers mogelijk langzamer zouden worden afgebroken in de pens, waardoor minder methaan zou ontstaan.
Uit laboratoriumonderzoek bleek echter dat fructanen juist zeer snel worden afgebroken. Volgens de onderzoekers waren ze binnen een uur niet meer aantoonbaar. Daarmee lijkt deze hypothese onvoldoende verklaring te bieden voor de lagere methaanuitstoot tijdens weidegang. Wel wijzen de onderzoekers erop dat een deel van de suikers bij levende dieren mogelijk de pens passeert en in de darmen wordt opgenomen. Dat proces kon in het laboratorium niet worden onderzocht. Koning zegt hierover: “Als suikers snel doorstromen naar de darmen, worden ze daar opgenomen en dat zou inderdaad kunnen leiden tot lagere methaanemissies.”
Waslaagje op gras
Omdat de snelle afbraak van fructanen geen sluitende verklaring biedt, richten de onderzoekers zich op andere factoren. Daarbij kijken zij onder meer naar de samenstelling van vers gras, eigenschappen van het dier en de rol van het microbioom.
Ook praktijkonderzoeker Bert Philipsen ziet mogelijke aanknopingspunten. Volgens hem kan het natuurlijke waslaagje op vers gras invloed hebben op de fermentatieprocessen in de pens. “In de praktijk zien we dat vers gras een waslaagje heeft, waardoor de plantencellen wat langer beschermd zijn. Dat kan effect hebben op de pensfermentatie en dus op de methaanuitstoot.”
Vroeg geoogst gras
In een ander onderzoek is bekeken of het oogstmoment van gras dat wordt verwerkt in de graskuil, invloed heeft op de methaanemissie van melkvee. Daarvoor werden acht graskuilen van twee melkveebedrijven vergeleken. De kuilen verschilden volgens de onderzoekers in oogstmoment en voederwaarde. Vroeg geoogst gras bevatte minder vezels, meer ruw eiwit en had een hogere verteerbaarheid. Daardoor lag de voerefficiëntie ongeveer 7 procent hoger. Ook was de methaanuitstoot per kilogram melk circa 7 procent lager.
Tegelijkertijd bleek de methaanuitstoot per kilogram droge stof volgens het onderzoek niet lager dan bij later geoogst gras. In sommige gevallen lag de totale methaanproductie per koe zelfs hoger. “We dachten: minder vezels, betere verteerbaarheid, dus minder methaan. Maar de realiteit is ingewikkelder”, aldus Koning.
Onderzoek naar verklaring gaat verder
De onderzoeken bevestigen dat weidegang in het voorjaar samenhangt met een lagere methaanuitstoot, maar een definitieve verklaring ontbreekt nog. Volgens de onderzoekers is aanvullend onderzoek nodig om de onderliggende mechanismen beter te begrijpen.
Ondertussen zijn de uitkomsten deels verwerkt in de KringloopWijzer. Volgens Wageningen Livestock Research is de emissiefactor voor vers gras in de KringloopWijzer 2024 verlaagd van 19,2 naar 17,7 gram methaan per kilogram droge stof. Ook de factor voor zomerstalvoedering met vers gras is aangepast. Deze waarden worden gebruikt voor berekeningen vanaf het boekjaar 2024. “Wij weten dat er potentie is, maar we moeten nog ontdekken waar dat in zit”, zegt Koning.
Bron: Integraal Aanpakken




