Veldmuizen hebben op grote schaal schade aangericht aan grasland in Friesland en de Alblasserwaard. Ook in andere delen van Nederland zijn percelen aangetast. Uit satellietbeelden van de Groenmonitor van Wageningen University & Research (WUR) blijkt dat eind september op ongeveer 18.000 hectare grasland muizenschade zichtbaar was.
Friesland kreeg in 2014 en 2019 al te maken met grote veldmuizenplagen. Dit jaar is ook de Alblasserwaard zwaar getroffen. Op sommige percelen hebben de muizen vrijwel al het gras weggevreten en de bodem doorboord met holen en gangen. Daardoor is het grasland nauwelijks nog bruikbaar voor de productie van veevoer.
Naast Friesland en de Alblasserwaard is ook schade zichtbaar in de veenweidegebieden van de Krimpenerwaard en Utrecht. Verder zijn percelen aangetast op rivierkleigronden in Gelderland, in de Eempolder en in Noord-Groningen.
Warme en droge zomer bevordert muizenplaag
In juni was er in de Alblasserwaard nog geen muizenschade zichtbaar op de satellietbeelden. Tijdens de warme en droge zomer stagneerde de grasgroei, terwijl de veldmuizen zich snel konden voortplanten.
Onder gunstige omstandigheden kan een vrouwelijke veldmuis maandelijks zes tot acht jongen krijgen. Deze jongen zijn na ongeveer een maand zelf geslachtsrijp. Daardoor kan de muizenpopulatie in korte tijd sterk toenemen.
In juli en augustus was het lastig om op satellietbeelden onderscheid te maken tussen droogteschade en muizenschade. Veel grasland was toen geel en verdroogd. Na de regen in september werden de verschillen duidelijker zichtbaar. Percelen met droogteschade kleurden weer groen, terwijl percelen waar muizen het gras hadden weggevreten kaal bleven. Vooral ten noorden van Giessenburg was dit verschil goed zichtbaar.
Grasland onder water zetten tegen muizen
Om schade aan nog groene percelen te voorkomen, zetten sommige agrarische ondernemers hun grasland onder water. Het water vult de gangenstelsels van de veldmuizen, waardoor de dieren naar de oppervlakte vluchten.
Daar kunnen onder meer meeuwen, ooievaars en reigers de muizen vangen. Deze aanpak kan tijdelijk helpen om de muizenpopulatie te verminderen. Zodra de bodem weer droog is, kunnen de muizen echter terugkeren.
Verdere ontwikkeling van de muizenplaag
De muizenpopulatie kan in het najaar verder groeien. Wanneer de grasgroei door lagere temperaturen stopt, kan de schade aan het grasland toenemen.
Uiteindelijk kunnen voedselgebrek, winterweer en ziektes ervoor zorgen dat de muizenpopulatie sterk afneemt. Overlevende muizen trekken zich dan terug naar onder meer bermen, slootkanten en dijken.
In Friesland komen dergelijke pieken in de veldmuizenpopulatie al langer voor, met tussenpozen van ongeveer drie tot vijf jaar. De omvang van een nieuwe plaag hangt onder meer af van de weersomstandigheden. De schade in 2026 laat zien dat ook graslandgebieden in Zuid-Holland en Utrecht kwetsbaar kunnen zijn.




