Een recent standpunt van de Belastingdienst over de zogenoemde familievrijstelling zorgt voor onrust in de agrarische sector. Volgens deze nieuwe benadering vervalt de vrijstelling wanneer een opvolger tijdens een gefaseerde bedrijfsoverdracht zijn onderneming in een BV onderbrengt. Belangenorganisatie LTO Nederland waarschuwt dat dit de bedrijfsopvolging binnen familiebedrijven belemmert.
Gefaseerde overdracht gebruikelijk in de sector
Binnen de land- en tuinbouw is een gefaseerde bedrijfsoverdracht de standaard. Familiebedrijven worden vaak stap voor stap overgedragen, waarbij het traject jaren kan duren, soms zelfs langer dan vijftien jaar.
Tijdens deze periode kan de bedrijfsstructuur veranderen. Zo kiezen opvolgers er regelmatig voor om hun activiteiten onder te brengen in een BV, bijvoorbeeld vanwege groei, risicospreiding of financiering. In de praktijk blijft het bedrijf daarbij gewoon binnen de familie en wordt het voortgezet door de opvolger.
Verschil in fiscale behandeling
Volgens LTO Nederland wringt het nieuwe standpunt juist op dit punt. Wanneer een opvolger ná afronding van de bedrijfsoverdracht kiest voor een BV-structuur, blijft de familievrijstelling behouden. Gebeurt dit tijdens het overdrachtstraject, dan vervalt de vrijstelling.
Dat betekent dat vergelijkbare situaties met dezelfde uitkomst verschillend worden behandeld. Volgens LTO is dat moeilijk uitlegbaar en onwenselijk voor de praktijk.
Onzekerheid en financiële gevolgen
De impact van het standpunt is volgens de sector groot. Ondernemers en opvolgers krijgen te maken met onzekerheid over de fiscale gevolgen van hun keuzes tijdens de overdracht.
Hierdoor dreigen bedrijfsoverdrachten stil te vallen of uitgesteld te worden. In sommige gevallen kan het financiële effect oplopen tot bedragen van enkele tonnen. Dit zet de haalbaarheid van bedrijfsopvolging onder druk, juist in een sector waarin continuïteit vaak afhankelijk is van familieoverdracht.
Oproep tot aanpassing
LTO Nederland roept de staatssecretaris van Financiën en de Tweede Kamer op om snel duidelijkheid te bieden. Volgens de organisatie zou het logisch zijn om beide routes — met dezelfde uitkomst — ook fiscaal gelijk te behandelen.
Een mogelijke oplossing is dat inbreng in een BV tijdens een gefaseerde overdracht hetzelfde wordt behandeld als inbreng na afronding van de overdracht. Daarmee kan volgens LTO worden voorkomen dat fiscale regels een belemmering vormen voor bedrijfsopvolging.
Wat betekent dit voor melkveehouders?
Voor melkveehouders die nadenken over bedrijfsopvolging komt deze ontwikkeling op een gevoelig moment. Juist in de melkveehouderij is een gefaseerde overdracht gebruikelijk, waarbij ouders en opvolgers langere tijd samen ondernemen.
Het nieuwe standpunt maakt het lastiger om tijdens dit traject flexibel in te spelen op veranderingen, zoals groei of aanpassing van de bedrijfsstructuur. De keuze voor een BV kan in sommige situaties logisch zijn, maar brengt nu extra fiscale risico’s met zich mee.
Voorzichtigheid en advies cruciaal
Voor ondernemers betekent dit dat het nog belangrijker wordt om tijdig fiscaal en juridisch advies in te winnen bij bedrijfsopvolging. De inrichting van de overdracht en de timing van keuzes rondom rechtsvorm krijgen extra gewicht.
Tegelijkertijd onderstreept deze situatie het belang van duidelijke en voorspelbare regelgeving. Bedrijfsopvolging vraagt om lange termijn keuzes, waarbij zekerheid over fiscale kaders essentieel is.
Bron: LTO Noord

