Droge zomers, strengere milieuregels, hoge voerprijzen en een groeiende behoefte aan zekerheid over ruwvoer van eigen land. Het zijn uitdagingen waar melkveehouders steeds vaker mee te maken krijgen. Tegelijkertijd liggen er kansen in technieken die in andere sectoren al langer hun waarde hebben bewezen. Eén daarvan is fertigatie: het ondergronds en gelijktijdig toedienen van water en nutriënten.
Waar fertigatie in de akkerbouw al breed wordt toegepast, krijgt ze nu ook in het grasland steeds meer aandacht. Proeven van onder meer Van Iperen laten zien dat fertigatie niet alleen leidt tot meer opbrengst, maar ook tot betere voederwaarde, hogere stikstofefficiëntie en minder uitspoeling.
Van akkerbouwervaring naar graslandproef
Bemestingsspecialist Van Iperen heeft al jaren ervaring met fertigatie in gewassen als aardappelen en uien. In deze teelten wordt ondergrondse toediening van water en meststoffen ingezet om de plant zo efficiënt mogelijk te bedienen, verliezen te beperken en opbrengst en kwaliteit te verhogen. De positieve ervaringen vormden aanleiding om te onderzoeken of dezelfde principes ook toepasbaar zijn in grasland. “Wij wilden weten wat er gebeurt als je op grasland, net als in de akkerbouw, veel preciezer gaat werken”, stelt Mart Noteboom, technisch specialist fertigatie bij Van Iperen.
In 2025 werd door de meststoffenleverancier daarom een proef aangelegd op een melkveebedrijf in de omgeving van Roosendaal, op droogtegevoelige zandgrond. Het doel: inzicht krijgen in opbrengst, voederwaarde en praktische toepasbaarheid van fertigatie in grasland.
Proefopzet op droogtegevoelige zandgrond
Het proefperceel bestond uit leemarm en zwak lemig fijn zand, een grondsoort die snel reageert op droogte. Het perceel werd verdeeld in vier objecten van elk 80 meter lang en drie meter breed:
- Irrigatie met druppelslangen op 50 centimeter afstand
- Fertigatie met druppelslangen op 30 centimeter afstand
- Fertigatie met druppelslangen op 50 centimeter afstand
- Referentie, zonder ondergrondse watergift
De druppelslangen werden aangelegd op zeven tot tien centimeter diepte, met om de dertig centimeter een druppelaar met een capaciteit van 0,35 liter per uur. Dagelijks werd ongeveer zeven millimeter water toegediend. In de fertigatie-objecten werd via hetzelfde systeem ook meststof meegegeven in de vorm van Powerbasic Bravo, een meststof die normaal via de veldspuit wordt toegepast. De druppelslangen werden aangelegd met een machine uit de boomkwekerijsector.

Bemesting: sturen met kleine giften
De totale mestruimte op het perceel bedroeg 200 kilogram stikstof per hectare. Voor de start van de proef had de melkveehouder al 70 kilogram stikstof gespoten en 54 kilogram stikstof via drijfmest toegediend. Voor de tweede en derde snede kregen de fertigatie-objecten respectievelijk 43 en 33 kilogram stikstof via de druppelslangen. Het irrigatie-object en de referentie ontvingen in juni 33 kilogram stikstof per hectare in de vorm van KAS. Door de aanhoudende droogte besloot de melkveehouder later niet meer te bemesten en te maaien op het referentieperceel. Om de vergelijking eerlijk te houden, werd de referentie wel alsnog een keer extra bemest.
In de fertigatie-aanpak werden de stikstofgiften verdeeld over meerdere kleine doseringen. Na de laatste gift werd nog een week alleen water toegediend. “Dat doen we bewust om te voorkomen dat het nitraatgehalte in het gras te hoog wordt bij maaien”, legt Noteboom uit.
Zichtbare verschillen in het veld
Al vroeg in het seizoen waren verschillen zichtbaar tussen de objecten. De fertigatie-objecten kleurden in het begin duidelijk groener dan zowel de irrigatie als de referentie. Aanvankelijk was het verschil in lengte beperkt. Later in het seizoen werden de verschillen steeds duidelijker.
“Je zag niet alleen meer massa, maar ook een andere samenstelling van het grasland,” vertelt Noteboom. “In de fertigatie-objecten kwam meer klaver voor. In het irrigatie-object zagen we juist meer paardenbloemen. Dat is vaak een teken dat de bodem schraler is. Met alleen water geven ben je er dus niet.”
Deze waarnemingen onderstrepen volgens Van Iperen het belang van de combinatie van water en voeding. Beregenen zonder bemesting kan het gras wel groen houden, maar stimuleert onvoldoende groei en benutting van nutriënten.

Meer drogestof per hectare
De opbrengstmetingen bevestigden de visuele waarnemingen. In het begin van het seizoen bleef het irrigatie-object nog iets achter bij de referentie. Mede door voldoende neerslag in het voorjaar had het referentie-object het niet slecht. Richting de tweede en derde snede liepen de fertigatie-objecten echter duidelijk uit.
De opbrengsten van de proeven werden gemeten en het gras werd geanalyseerd. Over vier sneden leverde fertigatie 5.400 kilogram droge stof per hectare meer op dan de referentie. Dit terwijl er volgens Van Iperen zeker voldoende potentie was voor zes sneden. Opvallend was dat het verschil tussen een slangafstand van 30 of 50 centimeter nauwelijks effect had op de opbrengst.
“Dat is een belangrijk praktisch punt”, benadrukt Noteboom. “Als je met 50 centimeter dezelfde opbrengst haalt als met 30 centimeter, kun je flink besparen op materiaal en aanlegkosten. We denken zelfs dat 60 centimeter mogelijk is, maar dat willen we nog verder onderzoeken.”

Grote sprong in voederwaarde
Niet alleen de hoeveelheid gras nam toe, ook de kwaliteit verbeterde aanzienlijk. Met name de VEM- en DVE-opbrengst per hectare sprongen eruit. De fertigatie-objecten realiseerden over vier sneden gemiddeld 1,5 keer zoveel voederwaarde en DVE dan de referentie. Zie ook de tabellen 1 tot en met 3. “Omgerekend naar voederwaarde kwamen we over vier sneden uit op ongeveer 1.250 euro meeropbrengst per hectare”, aldus Noteboom. “Dat is ruwvoer dat je niet hoeft aan te kopen. We hebben gerekend met 21 cent per kVEM en 62 cent per kDVE.”
Voor melkveehouders die streven naar meer eiwit van eigen land, biedt fertigatie perspectief. Zeker in jaren waarin ruwvoer schaars is, kan fertigatie het verschil maken tussen tekort en voldoende voorraad.
Tabel 1: drogestofopbrengst uit de 2025-proef Van Iperen
Drogestofopbrengst van 4 sneden bij elkaar geteld.
| Object | Drogestofopbrengst | |
| Totaal kg/ha | Relatief (%) | |
| Referentie | 9.767 | 100 |
| Irrigatie | 10.311 | 105 |
| Fertigatie 30 cm | 15.176 | 155 |
| Fertigatie 50 cm | 14.782 | 151 |
Tabel 2: kVEM-opbrengst uit de 2025-proef Van Iperen
Dit is de kVEM-opbrengst van vier sneden bij elkaar opgeteld.
| Object | Voederwaarde | |
| Totaal kVEM/ha | Relatief (%) | |
| Referentie | 9.308 | 100 |
| Irrigatie | 9.846 | 105 |
| Fertigatie 30 cm | 14.412 | 154 |
| Fertigatie 50 cm | 13.962 | 150 |
Tabel 3: kilogram DVE per hectare uit de 2025-proef Van Iperen
Dit zijn de kilogrammen DVE van vier sneden bij elkaar opgeteld.
| Object | Eiwitopbrengst | |
| Totaal kg DVE/ha | Relatief (%) | |
| Referentie | 753 | 100 |
| Irrigatie | 779 | 103 |
| Fertigatie 30 cm | 1.163 | 154 |
| Fertigatie 50 cm | 1.091 | 145 |
Meer dan alleen opbrengst
Naast opbrengst en kwaliteit ziet Van Iperen meerdere bijkomende voordelen voor de melkveehouder. Zo is er geen tijd en arbeid meer nodig voor haspelberegening. Het systeem werkt automatisch en kan, afhankelijk van de uitvoering, zelfs op afstand worden aangestuurd.
“Met alleen beregenen houd je het veld groen,” vat Noteboom samen. “Wij houden de groei erin. Bovendien weet de veehouder beter wat hij aan ruwvoer kan verwachten. In potentie kun je zelfs een extra snede realiseren, voor veehouders op droge zandgronden gaat het zelfs om een aantal sneden extra.”
De druppelslangen kunnen naar verwachting zo’n tien jaar blijven liggen. De jaarlijkse kosten voor de slangen bedragen circa 700 euro per hectare, exclusief pomp en verdeelstation. De totale kosten zijn afhankelijk van de mate van automatisering en de gekozen techniek. “Het is nu nog lastig iets te zeggen over de totale kosten. Het ligt er ook aan hoe uitgebreid je verdeelunit is. In de graslandproef hebben we een eenvoudig principe gehanteerd met een tijdschakelaar. Maar in de uienteelt bieden we ook al geavanceerde regelapparatuur die je met de telefoon kunt bedienen.”
Blik vooruit
Van Iperen zet haar proef in 2026 voort, opnieuw in de regio Roosendaal. De focus ligt op het realiseren van meer sneden, het verder verfijnen van de bemestingsstrategie en het inzetten van vochtsensoren om nog preciezer te kunnen sturen. Ook wordt gekeken naar het toedienen van spoorelementen via fertigatie en naar integratie van grasland in digitale planningstools zoals Mijn Fertigatie.
Daarnaast bieden ervaringen uit de akkerbouw perspectief. In aardappelen en uien wordt al gewerkt met groeimodellen die de waterbehoefte enkele dagen vooruit berekenen. “Dat zou voor veehouders ook interessant kunnen worden,” stelt Noteboom, die verwacht dat het fertigatie-systeem van Van Iperen over een jaar of vijf door melkveehouders in de praktijk wordt ingezet.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Smartdrip en Van Iperen


