Het saldo van de melkveehouderij kwam in mei 2026 uit op 23.500 euro. Dat is 39 procent lager dan in mei 2025, maar wel 2 procent hoger dan het langjarig gemiddelde over de periode 2016-2025. Volgens Wageningen Social & Economic Research zorgden een licht herstel van de melkprijs en hogere toegerekende kosten, vooral voor kunstmest, voor dit resultaat. Ook ontwikkelingen op de zuivelmarkt en de internationale melkproductie beïnvloedden de economische situatie van melkveehouders.
Het maandsaldo van het gestandaardiseerde melkveebedrijf bedroeg in mei 2026 23.500 euro. Dat ligt 39 procent onder het niveau van mei 2025, maar 2 procent boven het gemiddelde van dezelfde maand over de periode 2016-2025. Het gestandaardiseerde bedrijf bestaat uit 117 melkkoeien met een gemiddelde melkproductie van 9.080 liter per koe.
Volgens Wageningen Social & Economic Research steeg de melkprijs in de eerste maanden van 2026 weer, nadat deze tussen augustus 2025 en februari 2026 was gedaald. Vanaf maart zette een herstel in, waardoor de melkprijs tot en met mei met bijna 7 procent toenam. Tegelijkertijd namen de toegerekende kosten toe, vooral door hogere kunstmestprijzen. Deze kosten lagen ruim 1 procent boven het niveau van mei 2025 en ongeveer 20 procent boven het langjarig gemiddelde.

Veeprijzen blijven relatief hoog
Naast de melkprijs speelden ook de veeprijzen een rol in het saldo. Volgens Wageningen Social & Economic Research daalden de prijzen van kalveren licht, maar bleven zij historisch hoog. In mei 2026 lagen de kalverprijzen nog altijd ruim 2,5 keer boven het langjarig gemiddelde. De prijzen van slachtkoeien lagen bijna 50 procent boven het gemiddelde over meerdere jaren. Vergeleken met mei 2025 bleven de kalverprijzen vrijwel gelijk, terwijl de prijzen van slachtkoeien ruim 10 procent lager uitkwamen.
De krachtvoerprijs steeg sinds november 2025 met ruim 5 procent. Vergeleken met mei 2025 veranderde deze prijs nauwelijks. Wel lag de krachtvoerprijs nog altijd 12 procent boven het langjarig gemiddelde.
Voortschrijdend saldo neemt af
Het voortschrijdend twaalfmaandsgemiddelde van het saldo daalde verder in mei 2026. Toch lag dit saldo volgens Wageningen Social & Economic Research nog altijd 23 procent boven het langjarig gemiddelde. In oktober 2025 bedroeg dit verschil nog 54 procent. De dalende melkprijs vanaf het najaar van 2025 drukte het resultaat, hoewel de relatief hoge veeprijzen de afname deels opvingen.
Ook het cumulatieve saldo liep sinds september 2025 terug. In mei 2026 lag dit saldo 3 procent onder het langjarig gemiddelde. Ter vergelijking: in augustus 2025 lag het nog ongeveer 60 procent boven dat gemiddelde.

Zuivelmarkt laat gemengd beeld zien
De ontwikkelingen op de zuivelmarkt verschilden per product. Volgens Wageningen Social & Economic Research stegen de Nederlandse noteringen in 2026 met 7 procent voor volle melkpoeder, ruim 40 procent voor magere melkpoeder en 50 procent voor weipoeder. De boternotering daalde daarentegen met 5 procent.
Omdat ongeveer de helft van de Nederlandse melk tot kaas wordt verwerkt, blijft de kaasprijs belangrijk voor de sector. De Europese kaasprijs daalde in 2025 met 20 procent en nam in de eerste drie maanden van 2026 nog eens met 3 procent af. Daarna bleven de prijzen in april en mei grotendeels stabiel.
Melkproductie groeit in Nederland en daarbuiten
De Nederlandse melkaanvoer lag in april en mei 2026 ongeveer 3 tot 4 procent hoger dan een jaar eerder. Volgens Wageningen Social & Economic Research hangt die groei samen met de goede kwaliteit van het ruwvoer uit de oogst van 2025 en de relatief hoge melkprijzen tot en met november 2025. Daardoor nam de melkproductie per koe toe.
Ook internationaal groeide de melkproductie. De Europese productie lag tot en met maart 2026 ongeveer 4,5 procent hoger dan een jaar eerder. Daarnaast steeg de productie in andere belangrijke zuivellanden. Australië noteerde een groei van ruim 1 procent en de Verenigde Staten ruim 3 procent.
Global Dairy Trade-index herstelt
De Global Dairy Trade-index steeg vanaf het dieptepunt in augustus 2023 tot halverwege mei 2025 met 58 procent. Daarna volgde een daling van ongeveer 25 procent tot begin december 2025. Vervolgens herstelde de index met circa 20 procent tot begin juni 2026. Volgens Wageningen Social & Economic Research sloot deze ontwikkeling aan bij de hogere melkprijzen die melkveehouders in april en mei 2026 ontvingen.
Bron: Agrimatie




