RENURE biedt melkveehouders extra mogelijkheden om stikstof uit dierlijke mest te benutten. Daar staat wel een aanzienlijk complexere mestboekhouding tegenover. Wie mineralenconcentraat of spuiwater produceert of aanvoert, krijgt te maken met extra meststromen, bemonstering en registratie. “Houd gedurende het jaar alles goed bij. Dan voorkom je dat je voor verrassingen komt te staan”, is het advies van Larson Arendsen Raedt van FarmConsult.
Arendsen Raedt legde op de demomiddag Precisiebemesting, georganiseerd door Slootsmid en ForFarmers op 26 augustus, in het kort uit waar melkveehouders rekening mee moeten houden als ze RENURE produceren of aankopen.
Mestboekhouding wordt uitgebreider
De erkenning van RENURE als kunstmest zorgt voor veranderingen op het land. Andere meststoffen vragen andere machines. Maar voor de veehouder die RENURE gebruikt en/of produceert, verandert er ook veel in de administratie. Bij een bedrijf dat een stikstofstripper heeft, moeten naast de ‘traditionele’ meststromen ook de producten van het scheidings- en stripproces worden geregistreerd. In de mestboekhouding komen dan bijvoorbeeld de volgende meststromen te staan:
- drijfmest en vaste mest;
- dikke en dunne fractie;
- kaliwater of effluent;
- spuiwater;
- aangekochte kunstmest;
- eventueel aangevoerde RENURE.
Ook wie zelf geen RENURE produceert maar het product aanvoert, moet hier goed rekening mee houden. RENURE moet rechtstreeks van een geregistreerde producent komen. De partij moet zijn bemonsterd en de aanvoer moet correct worden geregistreerd met de juiste mestcode.
Niet wachten tot eind van het jaar
Volgens Arendsen Raedt is het belangrijk om de mestboekhouding niet pas aan het einde van het jaar op te maken. “Maak gedurende het jaar een paar prognoses. Weet aan de voorkant hoeveel mest je moet strippen om aan de gebruiksnormen te kunnen voldoen.
De veehouder moet dus regelmatig controleren hoeveel mest inmiddels is gestript, hoeveel RENURE is geproduceerd of aangevoerd en hoeveel mest er is afgezet. Daarmee wordt voorkomen dat aan het einde van het jaar onverwacht grote hoeveelheden mest moeten worden afgevoerd.
Voordeel hangt af van omstandigheden
RENURE kan financieel voordeel opleveren doordat minder dierlijke mest hoeft te worden afgevoerd en minder kunstmest hoeft te worden aangekocht. Hoeveel voordeel dat oplevert, hangt sterk af van de hoeveelheid mest die het bedrijf produceert en hoeveel daarvan kan worden verwerkt en geplaatst op eigen grond.
Ook het soort zuur dat bij het strippen wordt gebruikt, is relevant. Bij salpeterzuur wordt de daarmee aangevoerde stikstof volgens Arendsen Raedt niet als RENURE beschouwd, maar als kunstmest. Die stikstof gaat dus ten koste van de kunstmestruimte.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met de werkingscoëfficiënt van de verschillende meststromen. Voor kaliwater of effluent wordt een werkingscoëfficiënt van 80 procent gehanteerd. De werkingscoëfficient is hoger als drijfmest, wat betekent dat er meer stikstof beschikbaar is voor het gewas. Dat betekent wel dat er minder kunstmest gebruikt mag worden.
Betrek er een adviseur bij
RENURE kan financieel voordeel opleveren doordat minder dierlijke mest afgevoerd hoeft te worden en minder kunstmest hoeft te worden aangekocht. Dit omdat er meer nutriënten geproduceerd op eigen bedrijf mogen worden ingezet. Maar de techniek vraagt wel om een bedrijfsgerichte berekening. Niet voor ieder bedrijf is RENURE interessant. Hoeveel mest wordt er geproduceerd? Hoeveel drijfmest is er beschikbaar om te scheiden voor het maken van RENURE? Welke stromen ontstaan er? Hoeveel van welke mineralen bevatten deze stromen? Hoeveel RENURE kan daadwerkelijk worden benut en hoeveel mest moet uiteindelijk nog worden afgevoerd? Denk daarbij goed na over hoe je de verschillende meststromen op slaat op je bedrijf zodat je ze op het juiste moment kan inzetten of kan afvoeren.
“Het is vrij complex geworden”, concludeert Arendsen Raedt. “Houd de situatie op het bedrijf gedurende het jaar goed in beeld en betrek er een adviseur bij”, is zijn advies.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




