De ministerraad heeft ingestemd met een nieuwe Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die het dierenwelzijn in de Nederlandse veehouderij verder moet verbeteren. Staatssecretaris Erkens (LVVN) heeft het voorstel vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. De eerste maatregelen gaan naar verwachting vanaf 2028 gelden, terwijl de volledige omslag naar een dierwaardige veehouderij uiterlijk in 2040 gerealiseerd moet zijn.
De AMvB bevat onder meer maatregelen voor melkvee-, kalver-, vleesvee-, varkens- en pluimveehouders. Voorbeelden zijn het stoppen met routinematig couperen van varkensstaarten, een verbod op het aanbinden van melkkoeien en het uitfaseren van snelgroeiende vleeskuikenconcepten.
Van convenant naar wettelijke verplichting
De AMvB bouwt grotendeels voort op het Convenant dierwaardige veehouderij dat in 2025 werd gesloten tussen veehouderijsectoren, de Dierenbescherming, marktpartijen en de overheid. Dat convenant bevatte afspraken over hoe de veehouderij stapsgewijs dierwaardiger kan worden ingericht. Het convenant zelf is echter geen wetgeving. Met de nieuwe AMvB worden onderdelen van die afspraken juridisch vastgelegd.
Voor veehouders betekent dit dat doelen die eerder vooral onderdeel waren van een gezamenlijke ontwikkelagenda, op termijn wettelijke eisen worden. De overheid kiest daarbij voor een gefaseerde invoering, zodat ondernemers tijd krijgen om investeringen en bedrijfsontwikkeling hierop af te stemmen.
Niet alles hoeft morgen anders
Volgens LVVN wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de praktische uitvoerbaarheid op bedrijven. Per maatregel komt een eigen invoeringsdatum. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe stallen. Voor ondernemers die de komende jaren nieuwbouwplannen hebben, is dat een belangrijk punt. Nieuwe stallen moeten in veel gevallen direct voldoen aan zowel toekomstige emissie-eisen als de nieuwe welzijnsmaatregelen. Voor bestaande stallen gelden vaak langere overgangstermijnen. De overheid wil daarmee voorkomen dat ondernemers kort na elkaar opnieuw moeten investeren in aanpassingen aan hun stal.
Meer doelvoorschriften, minder middelvoorschriften
Opvallend is dat het kabinet waar mogelijk kiest voor doelvoorschriften. Daarbij wordt vastgelegd welk welzijnsdoel bereikt moet worden, maar niet altijd hoe dat precies moet gebeuren.
Dat biedt ondernemers ruimte om zelf oplossingen te kiezen die passen bij hun bedrijfssituatie. Tegelijkertijd zullen veehouders moeten kunnen aantonen dat zij aan de gestelde doelen voldoen.
Vergunningen en haalbaarheid worden meegewogen
Een belangrijk aandachtspunt binnen de sector is de vraag of benodigde aanpassingen ook passen binnen bestaande vergunningen. LVVN erkent dat probleem expliciet. De onafhankelijke Autoriteit dierwaardige veehouderij krijgt daarom een rol bij de evaluatie van maatregelen. Daarbij wordt gekeken of ondernemers de regels in de praktijk kunnen uitvoeren en of vergunningverlening geen onoverkomelijke belemmering vormt.
Verdienmodel blijft cruciaal
Het ministerie benadrukt dat de omslag naar een dierwaardige veehouderij niet uitsluitend bij veehouders kan worden neergelegd. Supermarkten, verwerkers, foodservicebedrijven en andere ketenpartijen moeten volgens het kabinet meehelpen om extra investeringen terug te verdienen. De grote vraag is natuurlijk wat hier in de praktijk van terecht komt.
Begin 2027 wil staatssecretaris Erkens hierover aanvullende afspraken maken met marktpartijen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar een groter aanbod van producten met een hoger dierenwelzijnsniveau en naar nieuwe exportkansen.
Waar staan we nu?
De AMvB verandert op dit moment nog niets aan de dagelijkse bedrijfsvoering. De regels moeten eerst door het parlementaire traject en treden naar verwachting vanaf 2028 gefaseerd in werking. Wel wordt met deze stap duidelijk welke richting de overheid heeft gekozen. De uiteindelijke invoering verloopt stapsgewijs tot 2040. Hoe snel bedrijven moeten aanpassen, hangt af van de sector, de maatregel en de situatie op het bedrijf. Voor ondernemers die investeren in nieuwbouw, renovatie of bedrijfsontwikkeling is het daarom verstandig om de aangekondigde welzijnseisen nu al mee te nemen in toekomstplannen.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




