De overgang naar het herfst- en winterseizoen staat voor de deur en dit vraagt aandacht voor de samenstelling van het voer. Het herfst- en winterrantsoen kan andere eigenschappen hebben dan het rantsoen dat in de zomer werd gevoerd. Daardoor moet de pensflora zich aanpassen. In deze situatie is het belangrijk veranderingen zoveel mogelijk te beperken en de beschikbare ruwvoeders vooraf goed op elkaar af te stemmen, dat meldt Agrifirm. Ook de verhouding tussen energie, eiwit, mineralen en andere nutriënten speelt hierin een rol.
Ruwvoeders zo stabiel mogelijk voeren
Een stabiel rantsoen helpt om de penswerking zo constant mogelijk te houden. Iedere verandering in het rantsoen vraagt tijd voor aanpassing van de pensflora. Een stabiele pensflora draagt vervolgens bij aan een stabiele pens-pH. Dat is belangrijk voor de gezondheid en melkproductie van de koe.
Daarom wordt volgens Agrifirm steeds vaker gekeken hoe dezelfde graskuil gedurende een langere periode gevoerd kan worden. Een mogelijkheid is het aanleggen van een lasagnekuil. Daarmee kunnen verschillende partijen ruwvoer worden gecombineerd en vervolgens langere tijd als één rantsoen worden gevoerd.
Wanneer een lasagnekuil niet mogelijk is, kan een plan voor de winter helpen om verschillende graskuilen met elkaar te combineren. Welke aanpak past, verschilt per bedrijf. Soms kunnen twee graskuilen naast elkaar worden gevoerd. Ook het combineren van balen met een rijkuil komt in de praktijk voor.
Het doel is daarbij om de verschillen tussen de verschillende ruwvoeders zo goed mogelijk op te vangen. Daardoor blijft het rantsoen gedurende een langere periode zo constant mogelijk.
Energie en eiwit in het basisrantsoen
Nadat de beschikbare ruwvoeders in beeld zijn gebracht, kan het rantsoen verder worden uitgebalanceerd. Volgens Agrifirm gaat het daarbij onder meer om de verhouding tussen energie en eiwit. Door in het basisrantsoen met een energie- en een eiwitmengsel te werken, kan worden gestuurd op onder meer het vet- en eiwitpercentage van de melk en het ureumgehalte.
Daarbij wordt tegenwoordig naar meer nutriënten gekeken dan alleen naar VEM en DVE. De samenstelling van de graskuil speelt hierin een belangrijke rol. Zo bevatten de suikerrijke graskuilen die dit jaar zijn gewonnen relatief veel pensenergie. Om die energie goed te benutten, is voldoende penseiwit nodig. Raapschroot kan in zo’n situatie passen binnen het rantsoen.
Het corrigeren van het rantsoen gebeurt bij voorkeur in het basisrantsoen. Op die manier krijgt de koe bij iedere hap een vergelijkbare verhouding tussen energie en eiwit binnen. Wanneer eiwit bijvoorbeeld twee keer per dag in de melkstal wordt verstrekt, kan het rantsoen op papier in balans zijn. In de praktijk kan de samenstelling van het voer dat de koe op verschillende momenten binnenkrijgt daardoor meer variëren.
Dit kan zorgen voor grotere schommelingen in de pens-pH. Dat kan vervolgens gevolgen hebben voor de productie en de gezondheid van de koe.
Ook mineralen en vetzuren meenemen
Naast energie en eiwit zijn mineralen, spoorelementen en vitaminen onderdeel van het rantsoen. Een passende aanvulling is nodig om koeien gezond te laten produceren. Daarbij is de hoeveelheid van belang. Zowel een tekort als een overmaat aan bepaalde nutriënten is ongewenst.
Ook de vorm waarin spoorelementen worden aangeboden krijgt aandacht. Volgens Agrifirm kan het gebruik van organisch gebonden spoorelementen in veel situaties bijdragen aan een betere benutting. Daarnaast wordt de laatste jaren meer gekeken naar vetzuren in het rantsoen. Deze kunnen worden ingezet om te sturen op de melkproductie of bijvoorbeeld de melkvetproductie. Daarmee vormen vetzuren een aanvullende mogelijkheid om het rantsoen af te stemmen op het gewenste resultaat.
Bron: Agrifirm
Tekst: Esmee Groot Roessink




