Met de invoering van de wettelijke IBR-bestrijding op 1 januari 2027 zet Nederland een belangrijke stap richting een officiële Europese IBR-vrije status. De komende jaren wordt de bestrijding verder uitgebreid en aangescherpt, met als uiteindelijk doel het IBR-virus uit Nederland te laten verdwijnen. Het ministerie van LVVN wil uiterlijk in 2030 goedkeuring voor het nationale bestrijdingsprogramma aanvragen bij de Europese Commissie. Rond 2036 zou Nederland vervolgens de Europese IBR-vrije status kunnen behalen.
Nederland werkt al jarenlang aan het terugdringen van IBR. Sinds 2018 nemen melkveehouders verplicht deel aan het private bestrijdingsprogramma van ZuivelNL en Royal GD. Dat heeft resultaat opgeleverd. Afgaande op cijfers die van GD op 12 oktober was in september 2026 al 61 procent van de deelnemende melkveebedrijven IBR-vrij. Nog eens 28 procent had de status IBR-onverdacht en 11 procent pakt IBR aan via vaccinatie.
Met de invoering van de wettelijke bestrijding wordt de aanpak verbreed naar vrijwel alle rundveehouders. Vooral in de vleesveehouderij valt nog winst te behalen. Volgens GD is momenteel ongeveer 20 procent van de vleesveebedrijven IBR-vrij.
Eerst virus verder terugdringen
De wettelijke bestrijding vanaf 2027 vormt het begin van een nieuwe periode waarin steeds meer rundveebedrijven IBR-vrij moeten worden. Bedrijven worden verplicht hun runderen tegen IBR te vaccineren of aan de voorwaarden voor een uitzondering te voldoen, bijvoorbeeld omdat zij al IBR-vrij of IBR-onverdacht zijn. Volgens Frederik Waldeck, rundveedierenarts bij GD, blijft Nederland voorlopig in de zogenoemde terugdringingsfase. Vaccinatie, monitoring en het afvoeren van besmette runderen blijven belangrijke instrumenten om het virus verder terug te dringen.
Ook kleinere rundveehouderijen worden op termijn bij de bestrijding betrokken. Bedrijven met maximaal vijf runderen zijn bij de start nog uitgezonderd, maar moeten volgens de huidige planning vanaf 2029 eveneens deelnemen.
Volgende mijlpaal: Europese goedkeuring
Een volgende belangrijke stap staat voor uiterlijk 2030 gepland. Dan wil Nederland goedkeuring voor het nationale IBR-bestrijdingsprogramma aanvragen bij de Europese Commissie. Als de omstandigheden gunstig zijn, kan die aanvraag volgens LVVN ook eerder worden ingediend.
Met die goedkeuring komt Nederland in een volgende fase van de bestrijding terecht. Dan gaan aanvullende Europese voorwaarden gelden, onder meer voor de aanvoer van runderen uit lidstaten die nog niet IBR-vrij zijn. Daarbij kan het gaan om extra bloedonderzoek en quarantaine.
Laatste besmettingen aanpakken
Naarmate steeds meer bedrijven IBR-vrij worden, verschuift de aandacht naar de laatste besmettingsbronnen. In de eindfase van de bestrijding zullen runderen die nog drager zijn van het IBR-virus verplicht moeten worden afgevoerd. Ook komt er uiteindelijk een landelijk verbod op reguliere IBR-vaccinatie. Voor het verkrijgen van de Europese IBR-vrije status moet Nederland minimaal twee jaar zonder reguliere vaccinatie zijn. Wanneer het vaccinatieverbod precies ingaat, is nog niet vastgesteld. Het ministerie wil vaccinatie wel beschikbaar houden als middel om eventuele nieuwe uitbraken te bestrijden. Ook na het behalen van de Europese vrij-status blijft vaccinatie bij uitbraken onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Nederland wil daarmee voorkomen dat bij een uitbraak direct complete rundveebedrijven moeten worden geruimd.
Op weg naar Europese vrij-status
Voor de officiële Europese IBR-vrije status moet minimaal 99,8 procent van de Nederlandse rundveebedrijven IBR-vrij zijn. Op die bedrijven moet bovendien minimaal 99,9 procent van alle Nederlandse runderen worden gehouden. Vanaf de Europese goedkeuring van het bestrijdingsprogramma heeft Nederland maximaal zes jaar om die vrij-status te behalen. Als de goedkeuring in 2030 volgt, zou Nederland dus uiterlijk rond 2036 IBR-vrij kunnen zijn. Dat biedt ook economische voordelen. Met een Europese IBR-vrije status kan Nederland zonder IBR-gerelateerde handelsbeperkingen runderen en levende dierlijke producten verhandelen met andere IBR-vrije lidstaten.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




