Hoeveel bescherming hebben runderen opgebouwd tegen het nieuwe Shamonda-likevirus? Die vraag kan Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) voorlopig niet beantwoorden. Een geschikte antistoftest om de opgebouwde immuniteit in kaart te brengen, ontbreekt nog. Ook is er geen vaccin beschikbaar. Daardoor is het onzeker hoe kwetsbaar melkveebedrijven volgend knuttenseizoen opnieuw zullen zijn voor besmettingen.
Dat bleek tijdens een webinar op 2 oktober waarin DGZ de eerste resultaten van de Vlaamse surveillance naar het Shamonda-likevirus presenteerde. Het virus dook deze zomer op in verschillende Europese landen, waaronder België en Nederland. Bij besmette runderen werden vooral koorts, diarree, verminderde eetlust en een soms aanzienlijke daling van de melkproductie waargenomen.
Volgens DGZ lijkt de eerste besmettingsgolf in Vlaanderen mogelijk op zijn einde te lopen. De laatste positieve klinische verdenking in de gepresenteerde onderzoeksresultaten dateerde van 10 september. In de drie daaropvolgende weken werden geen nieuwe positieve klinische verdenkingen vastgesteld. Of dit betekent dat veel runderen inmiddels bescherming tegen het virus hebben opgebouwd, is echter onbekend.
Onbekend hoeveel runderen besmet zijn geweest
DGZ heeft sinds begin augustus 75 onderzoeken naar het Shamonda-likevirus uitgevoerd. Daarvan waren er 16 positief, afkomstig van 16 verschillende bedrijven. In alle Vlaamse provincies werd het virus aangetoond. Maar deze resultaten geven geen volledig beeld van de verspreiding. Niet alle besmette dieren vertonen noodzakelijk duidelijke ziekteverschijnselen en lang niet alle runderen worden onderzocht.
Volgens DGZ-dierenarts Willem Van Praet is daarom onbekend welk percentage van de bedrijven daadwerkelijk besmet is geraakt en hoeveel dieren binnen die bedrijven het virus hebben doorgemaakt. Die informatie is belangrijk om het risico voor het volgende knuttenseizoen te kunnen inschatten.
Immuniteit mogelijk langdurig, maar bewijs ontbreekt
Het Shamonda-likevirus is nauw verwant aan het Schmallenbergvirus. Bij Schmallenberg is bekend dat runderen na een natuurlijke infectie meerdere jaren beschermd kunnen blijven. DGZ verwees tijdens het webinar naar een beschermingsduur tot ongeveer zes jaar bij runderen.
Of een besmetting met Shamonda eveneens langdurige immuniteit oplevert, is nog niet bekend. Ook is onduidelijk in hoeverre de twee varianten van het Shamonda-likevirus die momenteel in Europa circuleren, onderling bescherming bieden. Voorlopig kan daarom niet worden vastgesteld hoe groot de vatbare rundveepopulatie volgend jaar nog zal zijn.
Geschikte antistoftest ontbreekt
Om inzicht te krijgen in de opgebouwde immuniteit, zou DGZ graag op grotere schaal bloedonderzoek uitvoeren. De beschikbare PCR-test is daarvoor minder geschikt. Deze test toont het virus zelf aan, maar het Shamonda-likevirus is vermoedelijk slechts gedurende een korte periode in het bloed aanwezig. Bij dieren die de infectie al hebben doorgemaakt, kan een PCR-test daardoor negatief zijn. Een antistoftest zou meer duidelijkheid kunnen geven. Daarmee kan worden onderzocht welke dieren eerder met het virus in contact zijn geweest.
Volgens DGZ is er momenteel echter nog geen geschikte ELISA-test beschikbaar die voldoende onderscheid kan maken tussen antistoffen tegen Shamonda en die tegen het nauw verwante Schmallenbergvirus. Er wordt aan dergelijke testen gewerkt, maar DGZ verwacht niet dat deze al beschikbaar zullen zijn voor de komende winterscreening.
Vaccin voorlopig niet beschikbaar
Ook op het vlak van vaccinatie zijn de mogelijkheden beperkt. Voor het Shamonda-likevirus bestaat momenteel geen vaccin. Volgens DGZ biedt vaccinatie bij door knutten overgedragen virusziekten vaak de beste bescherming. Of en wanneer er een vaccin tegen Shamonda beschikbaar komt, is echter onzeker. Melkveehouders zijn daardoor voorlopig aangewezen op algemene maatregelen om de blootstelling aan knutten te verminderen. Daarbij gaat het onder meer om insectenwerende middelen, mechanische ventilatie en het opstallen van dieren tijdens perioden waarin knutten het actiefst zijn, vooral rond zonsopkomst en zonsondergang. DGZ benadrukt dat deze maatregelen het besmettingsrisico kunnen verkleinen, maar geen volledige bescherming bieden.
Ook opgestalde runderen raakten besmet
Uit de enquêtes die DGZ verzamelde bij bedrijven met een bevestigde Shamonda-besmetting, blijkt dat veel getroffen runderen tijdens de vermoedelijke besmettingsperiode hoofdzakelijk of volledig op stal stonden.
Dat betekent volgens DGZ niet dat opstallen zinloos is. Het aantal onderzochte positieve bedrijven is daarvoor te beperkt. Bovendien is niet onderzocht welk aandeel van de dieren binnen elk bedrijf daadwerkelijk besmet raakte.
Eerder onderzoek naar blauwtong liet zien dat opstallen in combinatie met mechanische ventilatie de blootstelling aan het virus kan verminderen, maar besmetting niet volledig voorkomt.
Volgend knuttenseizoen blijft onzeker
Hoe het virus zich volgend jaar zal gedragen, is volgens DGZ moeilijk te voorspellen. Daarbij spelen verschillende onbekende factoren een rol: hoeveel bedrijven en dieren inmiddels besmet zijn geweest, hoe lang eventuele immuniteit aanhoudt en welk deel van de rundveepopulatie nog vatbaar is.
Ook het verdere verloop van de twee virusvarianten die momenteel in Europa circuleren, is nog onduidelijk. Voor melkveehouders betekent dit dat het virus ook na het verdwijnen van de eerste ziektegevallen aandacht verdient. Pas wanneer meer bekend is over de opgebouwde immuniteit en de verdere verspreiding, kan het risico voor het volgende knuttenseizoen beter worden ingeschat.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV




