De verkoop van rundveesperma aan veehouders die zelf insemineren, blijft groeien. In 2025 ging het om 616.938 dosissen, terwijl de verkoop via inseminatoren met ruim 9 procent terugviel. Dat blijkt uit het Jaarrapport Voortplantingscentra Rundvee 2025 van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
De Vlaamse voortplantingscentra verkochten vorig jaar in totaal 754.197 dosissen rundveesperma. Daarvan ging bijna 82 procent rechtstreeks naar veehouders die zelf insemineren. De verkoop via inseminatiedientsten vertegenwoordigde ruim 15 procent. Het resterende aandeel betrof handel tussen erkende centra, zo valt te lezen in het rapport.
Daarmee zet een langdurige verschuiving zich voort. In 2015 werden nog 257.917 dosissen via inseminatiediensten verkocht. Tien jaar later waren dat er 115.796: een daling met ongeveer 55 procent. De rechtstreekse verkoop aan zelf inseminerende veehouders groeide in dezelfde periode met bijna 22 procent, van 506.142 naar 616.938 dosissen.
Rechtstreekse verkoop groeit licht
Ook tegenover 2024 won de rechtstreekse verkoop verder terrein, al bleef de groei beperkt tot 0,8 procent. Via inseminatoren werden daarentegen 9,4 procent minder dosissen verkocht.
Volgens het agentschap nemen veehouders sinds de liberalisering van de Europese spermamarkt steeds vaker zelf het initiatief voor de stierkeuze en de bewaring van sperma op het bedrijf. De verkoopcijfers tonen hoe groot dat kanaal inmiddels is geworden. Hoeveel bedrijven zelf insemineren, valt er evenwel niet uit af te leiden uit het rapport.
Holstein overheerst bij zelf inseminerende veehouders
Bij de rechtstreekse verkoop aan zelf inseminerende veehouders was 60 procent van de dosissen afkomstig van Holstein-Friesian-stieren. Belgisch witblauw nam 37 procent voor zijn rekening. De overige rassen vertegenwoordigden samen 3 procent. Binnen die kleinere groep was Fleckvieh het sterkst vertegenwoordigd, gevolgd door Angus, Brown Swiss en Jersey.
Bij de verkoop via inseminatiediensten was ongeveer de helft van het verkochte sperma afkomstig van Belgisch witblauw en 45 procent van Holstein-Friesian. Melkveehouders zetten Belgisch witblauw in als gebruikskruising. Het rapport gaat echter over de volledige rundveesector, dus ook de vleesveesector. Uit het rapport is niet af te leiden hoeveel procent van het Belgisch witblauw-sperma op melkveebedrijven is ingezet.
Meer embryo’s gewonnen, minder ingeplant
Bij de embryoactiviteiten liepen de ontwikkelingen uiteen. In 2025 werden 1.378 embryo’s gewonnen, 9 procent meer dan een jaar eerder. Tegelijk daalde het aantal aangekochte embryo’s met 47 procent tot 377. De embryoteams rapporteerden 548 transplantaties. Dit is een terugval van 66 procent.
Van de gewonnen embryo’s was 37 procent Holstein-Friesian en 61 procent Belgisch witblauw. De aangekochte embryo’s waren vrijwel uitsluitend Holstein-Friesian: dit ras vertegenwoordigde 97 procent van de aankopen.
Het agentschap leidt uit de cijfers af dat embryowinning en -transplantatie eerder worden ingezet om genetica binnen het eigen bedrijf te verspreiden dan voor verkoop. Het agentschap noemt investeren in eigen genetica vanwege de IBR-epidemie als mogelijke verklaring voor de gestegen embryowinning.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Shutterstock




