Agrarische ondernemers krijgen vanaf 1 januari 2027 mogelijk meer ruimte om familieleden op hun erf te laten wonen. Het kabinet werkt aan een regeling waarmee onder voorwaarden vergunningvrij woonruimte kan worden gerealiseerd voor directe familieleden. Dit biedt kansen voor bedrijfsopvolgers, meerdere generaties op één erf en het hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen. De definitieve regels moeten nog worden vastgesteld.
De voorgestelde regeling voor familiewonen kan volgens Sandra Jansen-Sommers, adviseur Ruimtelijke Ordening bij Agrifirm Exlan, interessant zijn voor agrarische families die nadenken over bedrijfsopvolging of de toekomstige inrichting van hun erf.
Familiewoning zonder zorgbehoefte
Een familiewoning is een zelfstandige woonruimte voor eerstegraads familieleden en hun huishouden. Anders dan bij een mantelzorgwoning hoeft er geen sprake te zijn van een zorgbehoefte of mantelzorgrelatie.
De regeling is onder meer bedoeld voor ouders die dichter bij hun kinderen willen wonen, kinderen die moeilijk een woning kunnen vinden en bedrijfsopvolgers binnen familiebedrijven. Ook kan de regeling mogelijkheden bieden om met meerdere generaties op één erf te wonen, zonder dat er al sprake hoeft te zijn van een zorgsituatie.
Vooralsnog geldt de landelijke regeling uitsluitend voor ouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen, adoptiekinderen en schoonouders.
Van bestaande schuur naar familiewoning
Voor agrarische ondernemers is vooral het mogelijke hergebruik van bestaande gebouwen interessant. Volgens de ontwerpregeling kan een familiewoning mogelijk worden gerealiseerd in een bestaande schuur, voormalige bedrijfsruimte of ander bijgebouw.
Het gebouw moet wel voldoen aan de bouwtechnische eisen voor woningen. Als de regeling doorgaat, kunnen agrarische ondernemers bestaande bebouwing mogelijk een nieuwe bestemming geven zonder een uitgebreide planologische procedure voor een extra woning.
Daarnaast wordt voor het buitengebied gesproken over de mogelijkheid om een verplaatsbare woning van maximaal 100 vierkante meter te plaatsen. De exacte voorwaarden en maatvoering staan echter nog niet vast.
Ook over grotere bijgebouwen bestaat nog onduidelijkheid. Zo is nog niet bekend of een bestaand gebouw van bijvoorbeeld 150 vierkante meter volledig als familiewoning mag worden gebruikt.
Minder beperkingen voor agrarische bedrijven
Een belangrijk aandachtspunt bij het realiseren van extra woonruimte op of nabij agrarische erven is de mogelijke invloed op de bedrijfsvoering. Reguliere woningen kunnen namelijk leiden tot extra beperkingen op het gebied van geur en geluid.
Het kabinet wil voorkomen dat de nieuwe regeling voor familiewonen dergelijke gevolgen heeft. Daarom worden vergunningvrije familiewoningen volgens de ontwerpregeling voor bepaalde regels rondom geur, geluid, trillingen en slagschaduw niet als reguliere gevoelige objecten beschouwd.
Hierdoor wordt de kans kleiner dat een familiewoning de ontwikkelingsmogelijkheden van een agrarisch bedrijf beperkt.
Geen vaste eindtermijn voor familiewonen
Anders dan bij een mantelzorgwoning lijkt familiewonen niet gekoppeld aan een tijdelijke zorgsituatie. In de ontwerpregeling staat geen vaste eindtermijn.
De woonruimte blijft wel gekoppeld aan familiebewoning. Het is dus niet de bedoeling dat er een zelfstandige burgerwoning ontstaat die vrij kan worden verkocht of verhuurd.
Wanneer de familiebewoning eindigt, lijkt het mogelijk om het bouwwerk weer als regulier bijgebouw te gebruiken. Daarbij is nog niet duidelijk wat er gebeurt als de familiewoning heeft geleid tot meer bebouwing dan volgens het omgevingsplan normaal gesproken is toegestaan.
Niet voor verhuur aan derden
De voorgestelde regeling is uitsluitend bedoeld voor familiebewoning. Huisvesting van arbeidsmigranten, personeelswoningen, recreatieve bewoning en verhuur aan derden vallen er niet onder.
Ook voor reguliere woningbouw en extra burgerwoningen op agrarische erven blijven de bestaande procedures gelden.
Definitieve voorwaarden nog onzeker
De regeling kan agrarische ondernemers meer mogelijkheden bieden om ouders, kinderen of bedrijfsopvolgers op het erf te huisvesten. Ook kan het hergebruik van bestaande bebouwing aantrekkelijker worden en kunnen uitgebreide procedures mogelijk achterwege blijven.
Toch zijn er nog verschillende onzekerheden. Zo geldt de regeling slechts voor een beperkte groep familieleden, ontstaat er geen zelfstandige woningtitel en moeten de voorwaarden voor de oppervlakte en het gebruik van bestaande gebouwen nog worden vastgesteld.
Of agrarische families vanaf 1 januari 2027 daadwerkelijk van deze mogelijkheden gebruik kunnen maken, hangt af van de definitieve regelgeving.
Bron: Agrifirm




