Het antibioticagebruik in de melkveehouderij lijkt in 2025 opnieuw gedaald. Dat blijkt uit het nieuwe BelVet-SAC-rapport over de verkoop en het gebruik van antibacteriële diergeneesmiddelen in België. In het rapport wordt echter een duidelijke kanttekening bij de cijfers geplaatst: de datakwaliteit in de rundveesector is nog onvoldoende zeker.
Voor de melkveehouderij wijst het Belgian Veterinary Surveillance of Antibacterial Consumption-rapport (BelVet-SAC) op een laag en verder dalend antibioticagebruik. Vooral bij de jongste kalveren, van 0 tot 3 maanden, ligt het gebruik nog het hoogst. In die categorie daalde de mediane BD100 in 2025 wel met bijna 18 procent tegenover 2024. Ook bij volwassen melkkoeien ouder dan 24 maanden was er een daling van ruim 10 procent. De BD100 geeft weer hoeveel dagen op 100 een dier gemiddeld met antibiotica wordt behandeld.
Minder uierinjectoren verkocht
Ook de verkoop van uierinjectoren voor droogzettherapie en mastitisbehandeling tijdens de lactatie, daalde in 2025 tegenover 2024. Het gebruik van droogzet-uierinjectoren daalde van 2,7 naar 2,3 applicatoren per koe per jaar. Dit is een daling van bijna 15 procent. Het aantal uierinjectoren bij mastitis tijdens de lactatie daalde van 1,8 naar 1,4 applicatoren per koe per jaar. Dat is ruim 22 procent minder dan het jaar ervoor. Volgens het rapport keerde de verkoop daarmee terug naar het niveau van 2023. Dat ondersteunt de vaststelling dat het gebruik in de melkveehouderij effectief lager ligt dan een jaar eerder.
Slag om de arm
Ondanks de positieve geluiden houden de auteurs van het rapport nog wel een slag om de arm. Het rapport benadrukt dat 2025 pas het tweede volledige jaar was van nationale, wettelijk verplichte dataverzameling voor melk- en vleesvee. Volgens terreinactoren ontbreekt vermoedelijk nog een belangrijk deel van de registraties. Dat blijkt onder meer uit het verschil tussen de verkochte en de geregistreerd gebruikte uierinjectoren. Daardoor is het moeilijk om de daling volledig te verklaren of om er al harde beleidsconclusies aan te verbinden.
Betere registratie kan meer duidelijkheid geven
De belangrijkste boodschap voor de melkveesector is daarom dubbel. Enerzijds zijn de beschikbare cijfers bemoedigend: het gebruik is laag en lijkt verder te dalen. Anderzijds ligt de prioriteit nu bij betere en volledigere registratie door dierenartsen en veehouders. Zonder correcte data blijft het lastig om bedrijven goed te benchmarken en om gericht te werken aan verdere reductie.
Vooral bij jonge kalveren is winst te halen
Het rapport ziet vooral bij jonge kalveren nog ruimte voor verbetering. Een kleine groep bedrijven blijft relatief hoog scoren. Binnen de rundveehouderij schuift het BelVet-SAC-rapport vooral de jongste kalveren naar voren als aandachtspunt. Kalveren van 0 tot 3 maanden krijgen het hoogste aantal antibioticabehandeldagen. Het rapport koppelt dat niet aan specifieke aandoeningen, maar wijst wel op het relatief belangrijke gebruik van krachtigere quinolonen en colistine bij kalveren.
Verdere vooruitgang zal volgens de auteurs dan ook moeten komen van meer aandacht voor preventie, bioveiligheid, kalvergezondheid en een consequente opvolging van bedrijven met een hoger gebruik.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




