De Nederlandse agrofoodsector levert een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart. De sector zorgt niet alleen voor voedselproductie, maar draagt ook bij aan gezondheid, voedselzekerheid, werkgelegenheid, inkomen en een vitaal platteland. Daarnaast speelt de sector een rol in strategische autonomie en cultuur.
Tegelijkertijd groeit het besef dat deze manier van produceren ook schaduwzijden kent.
Druk op omgeving en maatschappij
De huidige voedselproductie heeft impact op bodemkwaliteit, water, klimaat en biodiversiteit. Ook dierenwelzijn en het landschap staan onder druk. Daarmee wordt duidelijk dat het huidige systeem op termijn niet houdbaar is.
Volgens betrokken partijen is een structurele omslag nodig naar een manier van produceren die binnen de grenzen van de aarde past. Die opgave speelt niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa en wereldwijd.
Verdienmodel sluit onvoldoende aan
Een belangrijke oorzaak ligt in de manier waarop het economische systeem is ingericht. Positieve en negatieve effecten van voedselproductie worden nauwelijks meegenomen in de prijs van producten.
Hierdoor ontstaat een scheef beeld: duurzame productie levert maatschappelijke waarde op, maar wordt niet automatisch financieel beloond. Voor agrarische ondernemers betekent dit dat investeren in duurzaamheid niet vanzelf leidt tot een beter verdienmodel.
‘True Value’ als nieuwe richting
Om die reden krijgt het begrip ‘True Value’ steeds meer aandacht. Daarbij staat de werkelijke maatschappelijke waarde van voedsel centraal. Het uitgangspunt is dat duurzame productie niet alleen wordt erkend, maar ook wordt gewaardeerd en beloond.
Dit vraagt om een systeemverandering in de hele keten. Van boer tot consument zal anders gekeken moeten worden naar prijs, waarde en beloning.
Samen werken aan toekomstbestendige sector
Rabobank geeft aan als coöperatieve bank met wortels in de agrarische sector een rol te willen spelen in deze ontwikkeling. Daarbij blijft het belangrijk dat agrarische ondernemers perspectief houden.
De transitie naar een duurzaam voedselsysteem vraagt samenwerking binnen de keten. Door te sturen op ‘True Value’ kan gewerkt worden aan een agrofoodsector die economisch sterk is en tegelijkertijd in balans met omgeving en maatschappij.
Wat betekent dit voor melkveehouders?
Voor melkveehouders betekent de beweging richting ‘True Value’ dat ondernemerschap steeds nadrukkelijker samenhangt met duurzaamheidsprestaties. Niet alleen productie en kostprijs tellen, maar ook de manier waarop wordt omgegaan met bodem, water, klimaat en dierenwelzijn.
In de praktijk vraagt dit om bewuste keuzes op het bedrijf. Denk aan het verbeteren van de bodemgezondheid, het verlagen van emissies, aandacht voor weidegang en dierenwelzijn, of het efficiënter omgaan met nutriënten en energie.
Sturen op prestaties en kansen benutten
Tegelijkertijd ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Zuivelverwerkers en ketenpartijen ontwikkelen steeds vaker concepten waarin duurzaamheidsprestaties worden beloond. Ook binnen regelgeving en financiering wordt hier in toenemende mate op gestuurd.
Voor melkveehouders ligt de uitdaging in het inzichtelijk maken van hun prestaties en het benutten van deze ontwikkelingen. Bedrijven die hierin stappen zetten, kunnen beter aansluiten bij toekomstige markt- en keteneisen.
De omslag naar ‘True Value’ vraagt daarmee niet alleen om systeemverandering, maar ook om ondernemerschap op het erf. Door actief in te spelen op deze ontwikkeling kunnen melkveehouders bijdragen aan een toekomstbestendige sector én hun eigen positie versterken.
Bron: Rabobank




